Nabestaanden willen beetje gerechtigheid

Een gruwelijke moord door een jongere dwingt tot toepassing van volwassenrecht.

Het artikel van Maartje Berger en Majorie van Kaandorp (Trouw, 9 februari) heeft heftige emoties opgeroepen bij nabestaanden van gruwelijke moorden. Hun betoog is dat een 16-jarige dader ook in een gruwelijke moordzaak recht heeft op behandeling in plaats van opsluiting.

Al enige tijd discussiëren wij, als ouders van een vermoord kind, over de straffen die worden opgelegd aan jeugdige daders. Die straf staat in onze optiek niet in verhouding met het gepleegde delict. Jeugdige geweldplegers die op barbaarse wijze iemand om het leven hebben gebracht realiseren zich niet welke schade zij hiermee aanbrengen bij familie en vrienden van het slachtoffer. Het zijn jeugdige daders, die weliswaar ook weer slachtoffer zijn van een slechte jeugd, terecht gekomen in een verkeerd milieu et cetera.

In het verhaal van bovengenoemde auteurs mis ik vooral oog voor de impact van de daad. Het lijkt dat er helemaal niet wordt stilgestaan bij de trauma's die worden opgelopen door ouders, broers en zussen en andere familieleden van het slachtoffer. Die hebben levenslang, al zijn ze daar nooit toe veroordeeld. Deze nabestaanden zoeken enigszins gerechtigheid. Niet alleen uit wraak maar om enige genoegdoening te krijgen in een onvergeeflijke daad. Hun kind werd vermoord. Het is voor de auteurs onbegrijpelijk dat de rechtbank van Amsterdam het advies voor behandeling van de dader niet heeft opgevolgd. Ik kan u zeggen dat er in onze geledingen een hoeraatje is opgegaan nu voor de eerste keer het gevoel van onrecht nu eens recht werd gedaan.

Het Kamerlid Fred Teeven (VVD) ijvert al enige tijd voor het loslaten van die leeftijdsgrens als het gaat om gruwelijke moorden. De intensieve orthopedagogische behandeling waar Berger en Van Kaandorp zo hoog van opgeven, lijkt voor sommige jeugdige geweldplegers lang niet altijd in te houden dat recidive voorkomen wordt. Integendeel, we zien regelmatig dat een jeugdige tbs’er op proefverlof in herhaling vervalt.

Dat het jeugdstrafrecht een opvoedkundig doel heeft is terecht bij kleinere vergrijpen, maar in geval van moord en doodslag vind ik dat andere maatstaven gelden. Er van uitgaan dat een jongere nog behandelbaar is waag ik te betwijfelen. Ze hebben volgens de schrijvers recht op een pedagogische aanpak en heropvoeding. En diegenen die zware delicten plegen zijn volgens de schrijvers geen ’gewone’ jongeren. Ze hebben een moeilijke jeugd gehad met opvoedings- en gedragsproblemen. Met dit argument halen Berger en Van Kaandorp hun verhaal eigenlijk al onderuit. Het zijn geen ’gewone’ jongeren. Ze hebben gruwelijke misdaden gepleegd.

Ook met tbs kunnen ze laten zien of ze inderdaad voor verbetering vatbaar zijn. In de straf zou een confrontatie met het leed moeten zitten dat nabestaanden ondervonden door hun daad. Een grondige kennis van de rouwprocessen zou ergens een lampje kunnen doen ontbranden in deze verwarde kinderhoofdjes. Dat komt dan enigszins tegemoet aan de gevoelens van nabestaanden die hierdoor erkenning krijgen en het gevoel dat zij er ook nog toe doen. Tenslotte zijn zij het dierbaarste kwijt: hun kind. Tot nu toe moeten de nabestaanden maar zien hoe ze met het aangedane leed omgaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden