NAAR SHETLAND VOOR DE FRANJEPOOT

Ik word wakker door gestommel. Half liggend onder de keukentafel met mijn hoofd tegen de koelkast staar ik tegen een paar Nikes aan, waar een vogelaar aan vastzit. Tijdens zijn haastige ontbijt vertelt deze dat er een roodkeelpieper is gesignaleerd. Er verblijven in deze tijd van het jaar veel vogelaars op Fetlar, want juist in de tweede meihelft en de eerste juniweek worden de meeste zeldzame dwaalgasten in Shetland waargenomen.

Ik draai me maar weer om op mijn gemproviseerde slaapplaats in de vogelwachtershut: het is zeven uur en de barbecue met kampvuur op het strand van Tresta duurde tot half vier. We zongen liedjes uit de jaren zestig bij twee gitaren. We praatten met iedereen en dronken liggend in het zand bier uit blik. We zagen de nacht voorbijgaan en hoorden de eerste vogels wakker worden: de veldleeuwerik om kwart over een, de merel een kwartier later, de winterkoning om kwart voor twee.

We wilden de zon zien opkomen boven de baai van Tresta. Dat ging niet door vanwege een snel opkomende dichte mist uit zee. Die mist was er nog om half tien, toen vogelwachter Alison mij wekte met een summier ontbijt, waarvan sterke koffie het voornaamste deel uitmaakte.

Vogelreservaat

Het eiland Fetlar is een en al vogelreservaat. Er wonen maar honderd mensen, de meesten in kleine nederzettingen langs de ongeveer zeven kilometer lange kust. De meeste grond is veeweide, voornamelijk voor schapen. Alleen het schiereiland Lambhoga in het zuidwesten is over een flinke uitgestrektheid bedekt met hoogveen.

Papil Water bij Tresta is het grootste meer op het eiland. Het grenst aan het mooiste zandstrand van heel Shetland, de plek waar we ons kampvuur hadden. Bij het vallen van de avond vlogen clubjes grote jagers naar een ondiepe plek in Papil Water, waar tenslotte een vijftig vogels overnachtten. Tegen het glinsterende water waren hun donkere lijven goed te onderscheiden.

Fetlar werd in de ornithologische wereld beroemd toen er in 1967 een paartje sneeuwuilen kwam broeden in het natuurreservaat van de Royal Society for the Protection of Birds, de Britse Vogelbescherming, in het noorden bij North Dale. Na 1975 bleven alleen een of twee vrouwtjes over, die juist nu ergens op Unst of Noord-Mainland zitten. Ik ben niet voor dwaalgasten of sneeuwuilen naar Fetlar gekomen, maar voor de grauwe franjepoten. Nergens in Groot-Brittannie broeden meer grauwe franjepoten dan hier. Deze vogels behoren tot de strandlopers en snippen, maar zij wijken nogal af door hun betrekkelijk korte poten met gelobde zwemvoeten, een aanpassing aan een zwemmend in plaats van een wadend bestaan. Overwinteren doen ze zwemmend op zee, meestal mijlen uit de kust. Ze broeden binnen of dichtbij de poolcirkel, aan de oevers van zoetwaterplassen zoals het Loch of Funzie (dat je uitspreekt als Finnie), een ondiep meer op Fetlar.

Rolwisseling

Het meest bijzondere aan franjepoten is dat zij het bekende rollenpatroon bij vogels - broedverzorging door het vrouwtje of hoogstens door beide ouders - hebben doorbroken. Het vrouwtje beperkt haar zorg voor het nageslacht tot het leggen van de eieren en laat de hele broedverzorging aan het mannetje over. Die rolwisseling vindt zelfs uitdrukking in het verenkleed: het vrouwtje is uitbundig gekleurd, met goudgele strepen op de leigrijze rug en sterk tegen het wit van de keel afstekende oranjerode hals, het mannetje meer gedekt, in doffere tinten, waardoor hij zittend op het nest minder opvalt.

Lambhoga, waar stormvogeltjes en noordse pijlstormvogels broeden, is tegen elf uur nog in mist gehuld, als ik op weg ga naar Funzie. De observatiepost van de RSPB ligt net voorbij de Loch of Funzie. Vanuit die hut kun je franjepoten en andere vogelsoorten bekijken, heeft Alison gezegd. Ik maak er geen gebruik van om de eenvoudige reden dat ik de plek niet kan vinden door de dichte mist.

In plaats daarvan lig ik tussen bloeiende tormentil, rolklaver en minuscule sterhyacintjes achter een grote zwerfkei op de lage en wel erg vochtige oever van het Loch of Funzie. Hoe groot het meer is, valt niet te zeggen, want de oevers verliezen zich in de mist. Ik heb het uitzicht op een stuk ondiep water, waar keien boven uit steken. Twee franjepoten zwemmen met rukkende bewegingen en plotselinge wendingen, in kleine cirkels, rond. Soms lopen ze een stukje over de stenen. Ze pikken haften en muggen van de stenen en van de waterspiegel en kleine diertjes, die ze met hun poten van de bodem opwervelen. Helaas verhult de mist veel van hun levendige kleuren.

Af en toe vliegen ze weg en ze verdwijnen dan in de mist, maar na vijf tot tien minuten keren ze terug. Bij zo'n gelegenheid duiken drie bonte strandlopers tegelijk met een franjepoot op uit de mist. Ze strijken vlak voor me neer op de keien. Bonte strandlopers zijn in het winterhalfjaar heel algemeen op onze wadden en stranden, waar ze overwinteren. Hier in Shetland broeden ze tussen struik- en kraaiheide op de heuvels. Twee strandlopers beginnen een schermutseling met de franjepoot, die haar belagers ontwijkt, waarop de strandlopers het snel opgeven.

Meeuwen en jager

Een eindje verder baden vijftien stormmeeuwen in het ondiepe oeverwater van het meer. Hun witte verenkleed steekt bijna niet af tegen de witte mist. Ze krijgen even later gezelschap van een kleine jager, die eveneens zijn veren begint te poetsen. Een vredig tafereel, want de donkere roofmeeuw zie je gewoonlijk in wilde achtervolging van andere meeuwen en sterns om hen te dwingen hun buit te laten vallen.

Uit de nabije glooiende graslanden klinkt af en toe een koor van roepende goudplevieren, een wat droefgeestig, maar heel sfeervol geluid. Ook regenwulpen laten zich af en toe horen en ik besef plotseling dat op het eiland het hoogste aantal regenwulpen van heel Groot-Brittannie broedt. Het tikken van watersnippen, het lawaaierige tepieten van scholeksters, het rauwe krijsen van kokmeeuwen, het jodelen van gewone wulpen, al die vogelgeluiden vormen een voortdurende achtergrondmuziek. Sereen daar bovenuit zingt een veldleeuwerik een waterval van kwinkelerende toontjes.

Vanaf de Loch of Funzie kun je wandelen naar de verlaten uitkijkhut van de kustwacht op de Crooans. Vandaar naar het zuiden passeer je verschillende grafheuvels voordat je aankomt bij het fraai gelegen Croo Water, dichtbij de Snap. Deze wandeling wordt een van de mooiste van Fetlar genoemd. Ik heb er helaas geen tijd meer voor. Voor de avond moet ik terug naar Orkney.

NATUUR DEZE WEEK

De Gelderse roos is geen roos, maar een inheems lid van de kamperfoeliefamilie. Gekweekte vormen zijn bekend als sneeuwbal vanwege de hortensia-achtige ronde witte bloeiwijzen, maar de wilde vorm heeft platte schermen, waarin de buitenste bloempjes extra groot en wit zijn. De Gelderse roos komt in het wild voor in bossen en op legakkers in het veenplassengebied. In voedselarme veenweiden, met name in plassengebieden en natuurreservaten, bloeien nu de echte valeriaan, de poelruit en de kale jonker. De laatste is een hoge distel, met helemaal boven in de lange bloeistengel een paar donkerpaarse bloemhoofdjes. In zulke veenweiden en in schrale rietlanden komt de gevlekte rietorchis soms in grote aantallen voor, en dan vaak in gezelschap van de grote ratelaar. Beide beginnen nu net te bloeien. - Vleeskleurige orchis en gevlekte orchis zijn te vinden in vochtige duinvalleien, vooral op de Waddeneilanden. In hun gezelschap bloeien nu de egelboterbloem en het zeldzame heidekartelblad. - Dopheide groeit op vochtige heidevelden in het binnenland en in de kalkarme duinen. Het opent nu zijn eerste roze tonnetjes. In zandige bermen bloeit het blauwe grasklokje van nu af de hele zomer door. In voedselrijker wegkanten staan nu allerlei grassen in volle bloei, wat vooral opvalt bij de grote soorten zoals kropaar, glanshaver, fioringras, beemdlangbloem en ijle dravik. - Rupsen van de spinselmot hebben op veel plaatsen de wilde vogelkersen volkomen kaal gevreten. - In de eiken vreten soms zoveel rupsen van de eikebladroller, dat hun vallende uitwerpselen het geluid van een neerruisende regen maken. De pas uitgevlogen jonge spreeuwen vallen in troepen op de rupsen aan.

EN VERDER

Publiekswandelingen van het IVN: vandaag Eiland van Brienenoord, 10 uur Carpetland Stadionweg hoek Hoendiep, Rotterdam; morgen wildeplantentuin in Charlois, 10 uur naast de sporthal aan de Brammertstraat, Rotterdam; Sterrebos in Schiedam, 14 uur Stadhouderslaan 100; Eschpolder in Rotterdam, 14 uur eindpunt tramlijn 3; dinsdag Parkje van Bolnes in Ridderkerk, 19 uur ingang aan de Benedenrijweg naast Peters' Tuincentrum in Bolnes; anderhalf uur moerasflora bekijken in de Blauwe Hel in Veenendaal, met maximaal 16 personen (daarom opgeven bij Ejo Smit, 08385-15757), 19 uur Wageningselaan hoek Generatorstraat Veenendaal, laarzen meenemen; woensdag avondwandeling bij Maassluis-West, 19.05 uur bij het NS-station, vertrek Rotterdam CS 18.40 uur. Morgen kan men van 7 tot 11 uur vogels kijken op Klarenbeek en De Hoge Dijk aan de Abcouderstraatweg in de Amsterdamse Bijlmer. Eerst even bellen met Tjerk Hoek, 02946-5021. - Tot en met 15 augustus staat in het Zeeuws Biologisch Museum, Duinvliedtweg 6 in Oostkapelle, de fototentoonstelling 'Nat Nederland' van natuurfotograaf Flip de Nooyer, over de waterrijke gebieden van Nederland en planten, vogels en insekten die er voorkomen. - Tot en met 30 juni is de tentoonstelling 'Kijk duinkruiskruid' te zien in het Staatsbosbeheer-bezoekerscentrum Het Zandspoor in de Schoorlse Duinen. Het duinkruiskruid gezien door de bril van de tekenaar, de bioloog, de recreant, het kind, de milieubeschermer, de plantkundige, de schilderes, de zebrarups en het konijn. Het centrum is open op dinsdag, woensdag en donderdag van 9 tot 12 en 13 tot 17 uur, op zaterdag en zondag van 10 tot 17 uur (toegang gratis).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden