reportage

Naar school over de grens? Laat je hotpants thuis

Nederlandse leerlingen Cato (rechts) en Laura (tweede van rechts) op het Vlaamse Instituut Zusters Maricolen, een katholieke school voor voortgezet onderwijs in Maldegem. Beeld Bart van der Moeren

Middelbare scholen in Zeeuws-Vlaanderen kampen niet alleen met een dalend aantal kinderen in de regio, een deel van de kinderen die er zijn gaat ook nog eens over de grens naar school. Wat betekent dat in de praktijk? En wat vinden Vlaamse leerlingen en scholen ervan?

Teenslippers, hotpants en minirokjes zijn er verboden voor brugklassers. Dat geldt ook voor het dragen van make-up en kleding met legerprint. Leerlingen van het Instituut Zusters Maricolen, een katholieke school voor voortgezet onderwijs in het Vlaamse Maldegem, kunnen ’s ochtends beter voor iets neutralers kiezen als ze voor hun kledingkast staan.

“Een rok tot maximaal tien centimer boven de knie”, wauwelt de Belgische Elena het reglement na. Ze trekt er een vies gezicht bij. Zelf draagt ze een paars glittertruitje en een spijkerbroek met hier en daar scheuren en wat rafels. Officieel ook niet toegestaan. Tenminste, ‘als je de huid erdoorheen kunt zien’, zegt klassenleraar (mentor) en wiskundedocent Jeroen Maebe.

De broek van Elena kan er net mee door. “Als ik hier commentaar op krijg, ga ik boos worden hoor!” Dan gevat: “Ik heb er ook een met gaten op de knieën, maar dan ga ik altijd met gestrekte benen zitten zodat je dat niet ziet.”

Nederlandse scholen zijn veel minder streng, zegt de Belgisch-Nederlandse Laura Dhoore. “Daar mag je veel meer.”Toch steekt ze elke dag vanuit haar woonplaats Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen de grens over naar Maldegem.

Krimp

Ze is één van de ruim zeshonderd Zeeuws-Vlaamse tieners die in België naar het voortgezet onderwijs gaat. Nog eens zeshonderd basisschoolleerlingen maken dezelfde beweging, blijkt uit cijfers van de Taskforce Toekomstig Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen.

Tot verdriet van de scholen aan de Nederlandse kant van de grens. Die kampen met teruglopende leerlingenaantallen. Het is een probleem waar het hele voortgezet onderwijs de komende jaren mee te maken krijgt. Dit jaar zijn er bijna tienduizend leerlingen minder dan vorig jaar, schreef minister Arie Slob (ChristenUnie) in juni aan de Kamer. In 2030 zijn dat er ruim 113.000 minder.

In Zeeuws-Vlaanderen hebben scholen nu al moeite het hoofd boven water te houden. Scholen moeten er gaan samenwerken om te voorkomen dat locaties moeten sluiten. Bevolkingskrimp is de grote boosdoener, maar de leerlingen die in Vlaanderen naar school gaan – zo’n acht procent van de totale leerlingpopulatie – versterken het probleem.

Tekst loopt door onder foto

Op het Instituut Zusters Maricolen in het Vlaamse Maldegem zitten ook leerlingen uit Zeeuws-Vlaanderen. Beeld Bart van der Moeren

Uit een enquête in opdracht van de Taskforce bleek eind vorig jaar bovendien dat 46 procent van de ouders uit Sluis en Hulst overweegt om zijn kinderen naar een Vlaamse school te sturen wanneer er Nederlandse scholen zouden verdwijnen. Vooral afstand en reistijd spelen daarbij een rol.

Op het Maricolen hebben altijd wel Nederlandse leerlingen gezeten, zegt onderbouwdirecteur Mark Arnaut. Maldegem telt ruim 23 duizend inwoners en ligt in het Meetjesland, pakweg drie kilometer van de Nederlandse grens. Voor sommige kinderen is het dichterbij dan het Zeeuwse Oostburg, dat vijftien kilometer noordelijker ligt. Bovendien zijn er ouders die aan de ene kant van de grens wonen en aan de andere kant werken, en op weg naar hun werk hun kinderen op school droppen.

Het zijn er niet veel hoor, zegt Arnaut. Zestien (van de in totaal 684 leerlingen), om precies te zijn. Dat zijn overigens leerlingen met alleen de Nederlandse nationaliteit. Leerlingen als Laura, met een dubbele nationaliteit, worden niet meegeteld. Maar voor zover hij weet neemt het aantal leerlingen uit Nederland niet toe.

Dat geluid klinkt ook op andere Vlaamse scholen in de grensstreek. Van de door het Nederlandse onderwijs gevreesde vlucht naar Vlaanderen merken zij niets. Ze werven ook niet actief over de grens, zeggen ze desgevraagd.

“Maar Nederlandse leerlingen zijn natuurlijk van harte welkom”, zegt onderbouwdirecteur Mark Arnaut in Maldegem. “Al zullen ze wellicht moeten wennen aan de discipline hier.” Hij moet niet lang nadenken over een voorbeeld. “Hoe noemen jullie dat? Tussenuren? Dat bestaat hier niet, tussen half 9 en vijf voor vier gaan de leerlingen van de onderbouw hier niet de deur uit.”

In een rij

Aan die strengere regels moest Saskia Rentmeester, de moeder van Laura, ook wel wennen, zegt ze. “Als ze een kort broekje aanhebben moeten ze hun gymbroek erover aantrekken en ze moeten ’s ochtends in een rij naar binnen lopen en op de docent wachten om te gaan zitten. Eerst dacht ik: wat een onzin. Maar nu denk ik: het is ook wel netjes.”

Het grappige is dat haar dochters niet anders gewend zijn, zegt ze. Die hebben hun hele leven in Vlaanderen op school gezeten, net als haar man die afkomstig is uit Maldegem. “Ik ben de enige in het gezin die soms zegt: gaat dat echt zo?”

Laura en haar zus kwamen min of meer per ongeluk op een Vlaamse school terecht, vertelt Rentmeester die met haar gezin in het Nederlandse Aardenburg woont. “Wij konden in Nederland geen kinderopvang vinden voor de oudste.” Haar man is Belg en werkte over de grens. Via zijn werkgever vonden ze wel een crèche. Kinderopvang is er in België maar voor kinderen tot 2,5 jaar, daarna gaan ze naar de kleuterschool. “In het begin zeiden we: als ze straks vier jaar zijn gaan ze hier in Aardenburg naar de basisschool.”

Tekst loopt door onder foto

Het Vlaamse Instituut Zusters Maricolen in Maldegem Beeld Bart van der Moeren

Maar de meisjes hadden het naar hun zin op school en dus bleven ze in het Vlaamse onderwijs. “Wij hebben er geen spijt van”, zegt Rentmeester. Al zijn er wel degelijk nadelen: een school aan de andere kant van de grens leidt tot minder sociale contacten in Nederland. Wat dat betreft is een Vlaamse school geen slimme en goedkope oplossing voor de krimp in Zeeuws-Vlaanderen, zegt Rentmeester. “De kinderen voelen zich Belg, hun leven is op België gericht. Ons sociale leven is er eigenlijk door naar België verplaatst.” En daar is de mentaliteit toch wel anders. “Juist in de grensstreek merk ik wel iets van rivaliteit. Dat mijn man bijvoorbeeld over de landsgrens verhuisde, was toch wel een ding voor zijn familie.”

Ze zou andere Nederlandse ouders daarom niet aanraden om hun kinderen in Vlaanderen naar school te sturen. Ze is zelf werkzaam op een Nederlandse basisschool en ‘heel tevreden over het Nederlandse onderwijs’. “Ik ben ervan overtuigd dat het Nederlandse basisonderwijs beter aansluit bij het Nederlandse voortgezet onderwijs dan bij het Vlaamse”.

Vakken als aardrijkskunde en geschiedenis zijn natuurlijk op België gericht in plaats van Nederland. Ook het vak Frans is er veel belangrijker. Haar dochters krijgen liefst vijf uur in de week Frans. “Verder zijn er meer toetsen en er wordt meer belang gehecht aan parate kennis.”

Ook de leerlingen in de mentorklas van wiskundeleraar Jeroen Maebe denken dat Nederlandse leerlingen die van overstappen naar een Vlaamse middelbare school veel Frans moeten inhalen.

Verder valt het volgens hen wel mee met de verschillen tussen Vlaamse en Nederlandse leerlingen. “Ik vind hun accent wel grappig”, proest Simon. “Ze gebruiken soms andere woorden”, zegt Lisa. Laura zegt bijvoorbeeld ‘spijkerbroek’ in plaats van ‘jeansbroek’. “Nederlanders zeggen rapper hallo tegen vreemde mensen op straat”, vult Elena aan. “Wij Vlamingen kijken naar de grond en doen of we hen niet zien.”

Nederlandse leerlingen die de oversteek wagen, zijn welkom zegt de klas eensgezind. Zelf grijpen ze het gesprek aan om de eigen schoolregels nog maar eens ter discussie te stellen.

“Zijn wij echt te streng?”, vraagt mentor Jeroen Maebe. “Ja, ja, ja, jaaa”, reageren de leerlingen unaniem. “Vindt u die kledingregels zelf ook niet onnozel?”, vraagt Laura. “Nee”, zegt Maebe, die zelf een donkere jeans en een colbertje draagt. “Wij maken onderscheid tussen schoolkledij en vrijetijdskleding.”

Dat is nou precies het probleem, zucht Ghilaine. “Ik heb altijd discussie met mijn mama als ik een mooi kleedje (jurkje, mdv) zie. Want dat mag ik dan niet hebben ‘want dat kan niet voor school’.”

In Vlaanderen naar school, wie betaalt dat?

Uit cijfers van het Vlaamse ministerie van onderwijs blijkt dat in de hele grensstreek 2033 Nederlandse leerlingen over de grens in België naar de basisschool gaan. Voor het voortgezet onderwijs zijn dat er 3803. De kosten van dat onderwijs worden betaald door de Vlaamse overheid. Nederland betaalt er formeel geen compensatie voor.

Informeel wordt de ‘gelijke toegang’ van de ruim 1400 Vlaamse leerlingen op Nederlandstalige scholen in het buitenland (gefinancierd door de Nederlandse overheid) gezien als tegenprestatie. “Goede ondersteuning van onderwijs in het buitenland is belangrijk voor Vlaamse ouders/expats”, stelt de woordvoerster van minister Hilde Crevits desgevraagd.

Naar de kleuterschool op tweeënhalfjarige leeftijd

In Vlaanderen kunnen kinderen vanaf 2,5 jaar naar de kleuterschool. De meeste crèches bieden opvang tot de leeftijd van maximaal drie jaar. De kosten van de crèche liggen vele malen lager dan in Nederland, het kleuteronderwijs is er gratis. Nederlandse ouders in de grensstreek kunnen dus veel geld besparen door hun kinderen naar Vlaanderen te brengen.

Uit onderzoek onder Zeeuws-Vlaamse ouders blijkt het niet de belangrijkste reden om te kiezen voor Vlaanderen. Onderwijskwaliteit, -klimaat en -aanbod zijn de belangrijkste drijfveren. 40 procent van de ouders geeft aan dat het financiële aspect heeft meegespeeld in hun overwegingen. Die keuze heeft flinke gevolgen voor het voortgezet onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen, stelt de Taskforce. “Indien kinderen eenmaal in Vlaanderen naar de kinderopvang en lagere school gaan, keren zij niet gemakkelijk weer terug naar de Nederlandse basisschool en blijven zij buiten de onderwijskolom in Zeeuws-Vlaanderen.”

Lees ook:

Docent schiet niets op met jeugdhulp

Meer specialisten in jeugdhulp en onderwijs maken het voor kind niet beter, aldus onderwijswetenschapper en psycholoog Bert Wienen en orthopedagoog en publicist Hans Koppies.

Op dit festival praat de hbo-student met de mbo'er, en dat is bijzonder

Het onderwijs is gesegregeerd. Iemand op de universiteit kent bijna geen mbo'ers. Met een festival willen Amsterdamse studenten uit mbo, hbo en wo die kloof overbruggen. 'Op school zit je in je eigen bubbel.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden