Naar Parijs om een schandaal te zien (2)

Het voelt een beetje als een afdaling in de onderwereld, daar in die kelder van het Louvre, waar ze in betrekkelijke nauwe, donker geschilderde ruimten zo'n tweehonderd werken uit de Duitse kunstgeschiedenis bijeen gehangen hadden.

De l'Allemagne, van Friedrich tot Beckmann, 1800-1939. Die geschiedenis wilde men, bevrijd van clichés, overspannen. Een overzicht geven voor een Frans publiek, van hoe de Duitse kunst zich ontwikkelde in een land dat naar politieke eenheid en culturele identiteit zocht. Echter.

Alleen al dat jaar 1939 lijkt uit te drukken waar dat onafwendbaar toe leidde.

Een schandaal, schreef Die Zeit.

Goh, de Duitse oorlogsnatie heeft cultuur, sneerde de Süddeutsche.

Vanuit het diepe dal naar Riefens-thal, kopte de Frankfurter Allgemeine. Want met Riefensthal eindigt de tentoonstelling.

Oude gevoeligheden, lange tenen?

Of een Franse rotstreek?

Bij het Louvre waren ze boos op die 'extreem polemische reacties'.

De tentoonstelling was in oorsprong een gemeenschappelijk project van het Louvre en het Duitse Forum voor Kunstgeschiedenis in Parijs, een instelling gesubsidieerd door de Duitse regering.

Men leverde werken van Böcklin, Friedrich, Dix en Beckmann, maar toen het inrichten begon, nam het Louvre, ouderwets hooghartig misschien, de regie over; de Duitsers konden pas bij de opening kennis nemen van het resultaat.

En dat viel ze niet mee.

Eigenlijk begint het al bij de ingang, een rotonde, waar grote houtsnedes van Anselm Kiefer hangen. Zwarte boomstammen zijn er op te zien, en als met kinderhand geschreven woorden ¿ Atlantikwall. Maginot, een gedicht van Paul Celan, Fadensonnen, dat eindigt met de regel Es sind noch Lieder zu singen jenseits der Menschen.

Meteen de volle zwaarte.

Dat zet de toon.

Kiefers opdrachtswerk, het enige hedendaagse, deelt een klap uit, waarvan je je als bezoeker niet meer herstelt.

Het begint nog hoog cultureel en esthetisch-beschouwelijk, met een portret van Goethe in Italië, maar al ras moet je die diepte in, al was het maar via lange zaalteksten, die van de bezoeker een en ander aan kennis vragen, maar dat schijnt in Frankrijk heel gewoon.

Er is een complexe driedeling in thema's gemaakt, die eenvoudige vreugde over het werk niet laat opkomen, want alles gaat zwanger van toenemend duistere betekenis.

Zo sta ik voor een kale eik (1822) van Caspar David Friedrich en hoor via de audio zeggen dat het landschap al in de vroege negentiende eeuw een patriottische lading en een ideologische dimensie kreeg. De eik wortelt in een heidens graf, er vliegen zwarte vogels rond. De dood werpt zijn schaduw vooruit.

Een Duitse toergids legt een groepje bezoekers uit dat bevrijdende stromingen als die van het Bauhaus en Die Brücke ontbreken.

Hij kijkt niet blij.

Geen wonder. De gids blijkt de directeur van dat Duitse Forum.

Van een gepasseerd station.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden