Naar Palestina om de piemel te vergeten

Sabri Saad el Hamus (links) en Gerardjan Rijnders raakten gefascineerd door Jacob Israël de Haan.Beeld Maartje Geels

Een heteroseksuele moslim die een homoseksuele orthodoxe jood speelt? Acteur Sabri Saad el Hamus doet het in de voorstelling ‘Salaam Jeruzalem’, geïnspireerd door het leven van dichter en schrijver Jacob Israël de Haan.

Jacob Israël de Haan, die leefde van 1881 tot 1924, was een controversiële figuur. Hij was orthodox-joods, getrouwd met een niet-joodse arts, openlijk homoseksueel en activistisch zionist, wat hij met zijn dood moest bekopen. Schrijver en regisseur Gerardjan Rijnders en acteur Sabri Saad el Hamus raakten in de ban van deze ‘Theo van Gogh van zijn tijd’.

Ze zitten nog midden in de try-outperiode met theatergroep De Nieuw Amsterdam als ze in een klassiek Amsterdams restaurant, waar de sfeer van vorige eeuwen nog hangt, vertellen over hun fascinatie voor De Haan. Om te beginnen draagt de flamboyante El Hamus, bontmuts op en imposante wintermantel aan, met een snik in zijn stem zijn lievelingsgedicht voor. “Die te Amsterdam vaak zei: Jeruzalem / En naar Jeruzalem gedreven kwam, / Hij zegt met een mijmerende stem: Amsterdam. Amsterdam.”

Dertig jaar geleden, net in Nederland, stervend van verlangen naar zijn thuisland Egypte, las El Hamus het kwatrijn voor het eerst. “Het gedicht trof me diep in mijn hart. Zo voelt heimwee”, aldus El Hamus. Inmiddels is het onderdeel geworden van de stad: de tekst staat op een monument op de Sint Antoniesluis.

De acteur verdiepte zich in de schrijver en sindsdien voelt hij een band met Jacob Israël de Haan: weliswaar een oude dichter, maar eentje die ertoe doet. “Voor mijn gevoel heeft hij een eeuw te vroeg geleefd.” Tijdens de oprichting van Israël kwam De Haan direct al met de oplossing voor het conflict met de Palestijnen: twee aparte staten in een gebied. Hij was ervan overtuigd dat Joden daar nooit veilig konden leven zonder overeenstemming te bereiken met de Arabieren. Een standpunt dat hem niet in dank werd afgenomen: De Haan werd in 1924 vermoord door de Joodse geheime dienst. Dat het onderwerp een kleine eeuw later nog altijd actueel is, blijkt alleen al uit een recente uitspraak van president Trump, waarin hij openlijk afstand nam van een tweestatenoplossing.

Altijd even vurig

Nadat hij De Haans biografie had gelezen, groeide bij Gerardjan Rijnders het plan om een voorstelling over hem te maken. Rijnders, jarenlang artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, spreekt bedachtzaam en kiest zijn woorden zorgvuldig. “De Haan was in zijn tijd een soort Theo van Gogh. Hij bemoeide zich met alles en maakte zich overal druk om.”

De Haan switchte vaak van standpunt. Het ene moment was hij overtuigd communist, dan weer rabiaat zionist en later intens orthodox joods. Hij verdedigde zijn standpunten echter altijd weer even vurig. Rijnders noemt hem een typische Tachtiger. “Hij gebruikte veel neologismen en ingewikkelde constructies. Maar hij heeft wel de eerste openlijk homoseksuele romans van Nederland geschreven.” Daar moest hij zwaar voor boeten, hij raakte vrienden kwijt en ook zijn baan als journalist. De Haans (autobiografische) romans ‘Pijpelijntjes’ en ‘Pathologieën’ schetsen homoseksuele liefde als onontkoombaar sadomasochistisch. “Vreemd”, vindt Rijnders dat. “Maar zo heeft hij het kennelijk ervaren.”

Ze maken een voorstelling over een tegenstrijdig man, beaamt El Hamus. “Hij werd orthodox uit een soort hang naar zelfkastijding, dat kan ik me althans voorstellen. Het is bekend dat bij orthodoxe joden - bij strenge moslims overigens ook - homoseksualiteit als een ziekte wordt beschouwd. Je wordt apart gehouden, naar een psychiater gestuurd, er wordt geprobeerd je weer ‘op het rechte pad’ te krijgen. De Haan zal gedacht hebben: mag ik geen homo zijn? Dan maar orthodox, dan maar zionist, dan maar naar Palestina om de piemel te vergeten! Niet wetend dat hij daar de mooiste jongens van de wereld zou ontmoeten, ha ha!”

‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen.’ Ook deze spreuk van De Haan is in de openbare ruimte van Amsterdam vereeuwigd: op het homo- monument. Rijnders noemt verlangen naar homoseksuele liefde het belangrijkste motief in De Haans leven. Al zijn uitbarstingen kwamen voort uit zijn worsteling met zijn geaardheid en zijn behoefte aan liefde. “Die liefde heeft hij in Nederland waarschijnlijk niet gevonden, als je afgaat op de liefdeloze relaties die in zijn boeken overheersen. Maar in Palestina misschien wel. Ik hoop dat voor hem. Het is mijn fantasie dat hij daar tussen de mannen gelukkig en ontspannen was.”

Nieuwe ervaring

El Hamus valt hem bij met een kwatrijn van De Haan: “‘Waarom ga ik op ’t avonduur / Het teder avonduur, naar de Heilige Muur? / Omdat mijn hart tot God zijn smarten klaagt? / Of omdat Hassan daar mij vleit en vraagt?’ Dat zegt toch genoeg?”, glundert hij.

Rijnders wil echter geen eenduidige biografische voorstelling maken, maar iets vertellen over hoe hij en zijn spelers tegen de wereld aankijken. Het wordt een gelaagde voorstelling, waarin drie acteurs en twee muzikanten enerzijds het leven van De Haan reconstrueren, en anderzijds reflecteren op hun eigen standpunt in de netelige onderwerpen die hij aan de kaak stelde.

Voor El Hamus is dat niet meer dan vanzelfsprekend. De voorstellingen die hij maakt met zijn gezelschap De Nieuw Amsterdam gaan altijd over religie, politiek, erotiek. “Ik leg graag grote thema’s langs de islamitische meetlat. Deze voorstelling past perfect in die lijn. Het is mijn tweede joodse rol en mijn eerste homoseksuele.” Hoe hij dit ervaart? El Hamus lacht, toch een tikje ongemakkelijk. “Het valt mee. Ik hou mijn tegenspeler vast en zeg iets wat ik normaal tegen vrouwen zeg. Maar ik merk geen verschil. Liefde is liefde. Ik wist dat natuurlijk wel, maar het ook echt zelf spelen is een nieuwe ervaring.”

De wens

Homoseksualiteit en radicale religie, het is nog altijd een van de grootste taboes. El Hamus haalt het boek ‘Djinn’ van Tofik Dibi aan, “dat is echt taboedoorbrekend. En het taboe leeft ook bij mezelf, merk ik. Ik deel het affiche, met daarop blote mannenbillen en de tekst ‘Salaam Jeruzalem’ in Arabische letters, niet met iedereen. Ik laat het niet achter in het Egyptische theehuis.” Niet uit schaamte, zegt hij, maar het is ook geen vanzelfsprekendheid. Want ja, hij verwacht zeker wel reacties van de moslims in de zaal, dat is bijna onvermijdelijk. “Maar ik speel ook een man die het opnam voor de Arabieren. ‘Salaam Jeruzalem.’ Ik hoop dat die twee woorden ooit achter elkaar gebruikt gaan worden en dat Jeruzalem in vrede zal leven. Zoals dat ooit de wens was van Jacob Israël de Haan, is het ook onze wens.”

www.denieuwamsterdam.nl
Salaam Jeruzalem ging op 17 maart in première en is nog in het hele land te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden