Naar Normandië

Op 6 juni dit jaar is 'D-Day' zeventig jaar geleden, met meteen ook de laatste grote herdenking op Sword Beach. Voor wat er ná die dag gebeurde groeit de interesse.

De toerist die op zoek is naar iconen van D-Day hoeft in Normandië niet lang te zoeken. Neem de kerktoren van Sainte-Mère-Église. Die werd door de film 'The Longest Day' (1962) met zijn eindeloze sterrencast wereldberoemd - wie heeft er als kind niet ademloos naar gekeken? Toch is het een sensatie om aan die toren een als parachutist verklede pop te zien hangen.

De pop herinnert aan paratrooper John Steele, die hier nogal ongelukkig landde en doof werd van het urenlange klokgelui op die vroege ochtend van 6 juni 1944.

In de bakkerij annex chocolaterie van het dorp zijn koekjes en bonbons te koop met op de verpakking een parachute. Op het strand van Sword Beach staat een standbeeld voor doedelzakspeler Bill Millin, die op bevel van lord Lovat al spelend voor de troepen uitging. In museumshops is onder veel meer de 'cricket' te koop, een klik-klak speeltje waaraan militairen van de Amerikaanse 101e Airborne-divisie elkaar konden herkennen. Aprocrief, maar door 'The Longest Day' wel in het geheugen gegrift: het doorladen van een Duits machinegeweer maakte hetzelfde geluid als de cricket. En sinds het uitkomen van de film 'Saving Private Ryan' is de Amerikaanse begraafplaats in Colleville-sur-mer (met uitzicht op het zwaarbevochten Omaha Beach) helemaal een 'must see' geworden.

De iconen zijn in de loop der jaren inderdaad bijna clichés geworden - zorgvuldig in stand gehouden door de toeristenindustrie. Maar er is een kentering gaande. Met D-Day als ouverture besteden oorlogsmusea in Normandië steeds meer aandacht aan de Slag om Normandië. De bezoeker van het indrukwekkende Mémorial de Caen komt - na een lange aanloop die begint in 1913 - in de drie zalen die aan 'De slag om Normandië' zijn gewijd. Vanzelfsprekend vormt de invasie op D-Day, 6 juni 1944, het begin, maar de verwoede gevechten in de honderd daarop volgende dagen krijgen ook veel aandacht. Op foto's van verwoeste huizen in Caen, Sainte-Mère-Église, Saint-L¿ en Falaise is te zien hoe zwaar de bevolking van Normandië heeft geleden. Twintigduizend burgers kwamen om het leven.

Ook in Bayeux, in het museum over de Slag om Normandië, is D-Day (of Jour-J, zoals de Fransen zeggen) niet meer dan de ouverture van de bevrijding. "Het accent begint te verschuiven van D-Day naar de Slag om Normandië", zegt directeur Philippe Chapron. "Het gaat niet alleen meer om die ene dag, maar om de honderd dagen daarna. Er komt steeds meer aandacht voor de geschiedenis ná D-Day en voor wat er met de burgerbevolking is gebeurd."

Op 6 juni is het zeventig jaar geleden dat een nog steeds ongekend grote troepenmacht van Britse, Amerikaanse en Canadese militairen landde op de stranden van Normandië (zie kader). Het zal de laatste grote herdenking zijn waar nog veteranen aan deelnemen. Mede door het wegvallen van de mensen die het nog hebben meegemaakt, zal de nadruk steeds meer verschuiven naar de gebeurtenissen ná 6 juni 1944. Voorlopig is de invasie nog wel de blikvanger voor de honderdduizenden toeristen die Normandië elk jaar bezoeken.

Een derde van de bezoekers komt speciaal voor het gebied waar de Slag om Normandië zich heeft afgespeeld, met de Amerikaanse militaire begraafplaats in Colleville-sur-Mer (anderhalf miljoen bezoekers per jaar) aan kop.

Goede tweede is Pointe du Hoc (rond een miljoen bezoekers) gevolgd door de Duitse militaire begraafplaats in La Cambe (180.000 bezoekers). Veel mensen bezoeken de musea, historische locaties en herdenkingsplaatsen omdat ze geboeid zijn geraakt door de epische films over D-Day die een duidelijke rolverdeling tussen de 'good guys' (geallieerden) en de 'bad guys' (Duitsers) kennen. De aparte begraafplaatsen passen naadloos in het overzichtelijke goed/fout-schema , maar ook dat is aan verandering onderhevig. Volgens bijzonder hoogleraar 'populaire historische cultuur en oorlog' Kees Ribbens is "ontzag voor heldendom in veel gevallen ingeruild voor compassie met slachtoffers. Zwart-wit demonisering van onderdrukkers, van daders is opgeschoven naar een meer inlevende vertolking van menselijke karaktertrekken."

In Normandië wordt met een zeker respect gesproken over Duitse militairen, die zich naar omstandigheden meestal correct gedroegen. Over Amerikaanse militairen, enthousiast binnengehaald als bevrijders, is het oordeel soms minder gunstig. Honderden vrouwen zijn in juli en augustus 1944 door Amerikanen verkracht. In Cherbourg schamperde een inwoner dat "voor de Duitsers de mannen zich moesten verstoppen, maar voor de Amerikanen moesten we de vrouwen verbergen". In Le Havre sprak een restauranteigenaar destijds over "onbegrip, arrogantie, ongelooflijk slechte manieren en brallerig overwinnaarsgedrag" van Amerikanen.

De nuances die ontstaan met het verstrijken van de jaren, zijn ook zichtbaar in een groeiend aantal bezoekers van de Duitse militaire begraafplaats in La Cambe, waar ruim 21.000 Duitsers begraven liggen. Niet op zo'n mooie locatie als de Amerikanen: langs een drukke provinciale weg, met pas sinds een paar jaar een behoorlijke parkeerplaats. Maar steeds meer mensen zoeken de begraafplaats op. De grafheuvel in het midden bevat de resten van onbekende militairen. Groepjes van vijf kruizen markeren de gravenrijen. "We hebben geen goede of slechte doden. Voor de dood zijn ze allemaal gelijk", prevelt de beheerder.

Zo'n tien kilometer verderop is in de batterij van Azeville te zien onder welke omstandigheden Duitse militairen leefden. De vrolijke camouflageschildering, die de batterij het aanzien van een landhuis moest geven, is misleidend: de zestig militairen hadden een spartaanse behuizing. Het kostte de geallieerden in juni 1944 vier dagen om de batterij te veroveren. In een van de bunkers is een groot gat achtergebleven van de inslag van een scheepsgranaat die niet ontplofte.

Zwaar gevochten is er ook om de Pointe du Hoc, waar Amerikaanse Rangers een Duitse batterij moesten veroveren. De Rangers wisten de gladde en steile rotswanden met behulp van ladders te beklimmen, maar eenmaal boven stuitten ze op hevige weerstand. Van de 225 Rangers kwamen er 135 om het leven. De bomkraters, ontstaan door beschietingen vanaf schepen, zijn na de oorlog zo gelaten. Dat maakt Pointe du Hoc tot een van de weinige plaatsen waar de sporen van het oorlogsgeweld nog echt te zien zijn.

In Arromanches kan de bezoeker zich nog een voorstelling maken van de enorme kunstmatige haven die daar na D-Day werd aangelegd om materieel en voorraden aan te voeren. Voor de kust steken afgezonken schepen boven het water uit. Maar Omaha Beach, waar de meeste doden zijn gevallen, wordt ontsierd door foeilelijke monumenten.

De officiële herdenking op 6 juni vindt plaats op Sword Beach, bij Ouistreham. Dat landingsstrand is de afgelopen zeventig jaar minder geschonden dan Omaha Beach.

Meer informatie is op te vragen via info.nl@atout-france.fr of via de website www.rendezvousenfrance.com.

Grootste amfibische en luchtlandingsoperatie ooit
De geallieerde landing op 6 juni 1944 op de stranden van Normandië is de grootste amfibische en luchtlandingsoperatie uit de krijgsgeschiedenis. Aan de operatie namen 156.000 militairen uit de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, het bevrijde Frankrijk en Noorwegen deel en werden vijfduizend schepen en landingsvaartuigen, 50.000 voertuigen en 11.000 vliegtuigen ingezet. Na het door schepen beschieten en vanuit de lucht bombarderen van Duitse stellingen begonnen de landingen op de stranden die als codenamen Omaha en Utah (VS) Gold en Sword (VK) en Juno (Brits/Canadees) kregen. De troepenmacht werd na D-Day uitgebreid tot in totaal 325.000 militairen. Duitse eenheden wisten zich opnieuw te groeperen en boden verder landinwaarts soms felle tegenstand. Op 25 augustus 1944 werd Parijs bevrijd.

Schattingen over het aantal geallieerde militairen dat tijdens D-Day is gesneuveld, lopen uiteen van 2.500 tot 4.500. Aan Duitse zijde worden de verliezen op tussen de vier- en negenduizend militairen geschat. Tijdens de Slag om Normandië zijn zo'n 54.000 geallieerde militairen gesneuveld en ongeveer 150.000 gewond geraakt, vermist of gevangen. Het aantal dode en gewonde Duitse militairen bedraagt rond de 200.000.

Naar Normandië
Normandië is populair bij Nederlandse toeristen. Alleen uit België en het Verenigd Koninkrijk komen meer toeristen naar deze streek. Musea zijn dan ook goed toegerust voor Nederlandse bezoekers, met Nederlandstalige rondleidingen, boeken, brochures en audiotours. Met de zeventigste herdenking in aantocht is het aanbod van activiteiten ongekend groot (www.normandy-dday.com). Musea zijn gerenoveerd en uitgebreid, vaak met audiovisuele presentaties. Zo heeft het Musée du Débarquement Utah Beach in Arromanches een 360 graden-filmdoek waar de bezoeker middenin staat. Het Mémorial de Caen vertoont een bijzondere film met links het Duitse gezichtspunt en rechts het geallieerde. Er zijn ook nieuwe musea geopend, zoals het Musée Overlord in Colleville-sur-Mer (voertuigen en uniformen).

Rond 6 juni zal het moeilijk zijn om in Normandië nog onderdak te vinden. De lokale en regionale VVV's (www.normandie-tourisme.fr) hebben de bevolking al opgeroepen om kamers beschikbaar te stellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden