Naar Dordt, net als het koningspaar

Willem-Alexander en Máxima brengen op Koningsdag een bliksembezoek aan Dordrecht. Maar voor ons gewone stervelingen loont het ook zeer de moeite deze historierijke, bijzonder gelegen stad een dag aan te doen.

Een beetje hypocriet is het wel. Dordrecht mocht zich nimmer verheugen in onze warme belangstelling. Maar toen bekend werd dat Willem-Alexander de Zuid-Hollandse stad had uitverkoren voor Koningsdag-nieuwe-stijl was de nieuwsgierigheid plotsklaps wel gewekt. Zodoende zetten we een paar weken vóór het feest van de monarchie koers naar Dordt, dat een stevige stempel heeft gedrukt op de geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. En een bijzondere locatie heeft, want omgeven wordt door zoveel water dat de stad op een eiland ligt.

Om daar een goed beeld van te krijgen, trappen we af met een vaartochtje, is het voorstel van mijn leidsman Jaap Bouman: een sympathieke zestiger wiens Dordtse familiegeschiedenis (van beide kanten!) elf generaties teruggaat. Bouman blijkt een Dordt-adept bij uitstek: hij publiceert over zijn stad, verzamelt Dordrechtse parafernalia en fungeert als gids op de twee klassieke, houten speedboten van het bedrijfje Imbarcazione Barone, die aangemeerd liggen in de Wijnhaven.

Op weg daarnaartoe wandelen we langs fraaie oude panden die naar meer smaken. Volgens de VVV telt het centrum liefst 1600 gemeentelijke en rijksmonumenten. Dat we positief gestemd zijn, doet Jaap Bouman zichtbaar goed. Dordrecht verdient wat hem betreft meer credits. In de veertiende en vijftiende eeuw was het de grootste en belangrijkste stad van Holland, die zich kon meten met Antwerpen. Daar is te weinig aandacht voor, vindt hij. "Mogelijk ook omdat de Dordtenaren zich doorgaans stilhouden. Ze zijn in feite eilandbewoners; er wordt wel gezegd dat ze een tikje in zichzelf zijn gekeerd."

Eenmaal aan boord spurten we naar het drierivierenpunt, waar de Oude Maas, Noord- en Beneden-Merwede samenkomen. Een ferme plas met aan de overzijde Zwijndrecht en Papendrecht strekt zich voor ons uit. Er dobberen wat futen rond; waterbussen en vrachtschepen passeren. In Dordrechts gouden tijden deden die wél de stad aan. Bij het Groothoofd met zijn gelijknamige stadspoort - waar op 27 april het koningspaar arriveert - werd massaal aangemeerd. Geheel vrijwillig was dat niet. Door het zogeheten stapelrecht waren schepen verplicht hun goederen in Dordrecht op te slaan en te verhandelen.

Populair maakte de stad zich er niet mee. De uitdrukking 'Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt' wordt er wel mee in verband gebracht. Een meer aannemelijke verklaring luidt dat schepen er vaak vastliepen op de zandbanken.

Behoorlijk rijk werd Dordt uiteraard wél van het privilege, waarvan ze weliswaar maar kort de vruchten plukte. Onder meer door de opkomende concurrentie van Amsterdam en Rotterdam.

Varend over de Oude Maas - langs de westkant van de stad - zien we de erfenis van de Hollandse handelsgeest. Puike pakhuizen en koopmanswoningen direct aan het water. De panden werden buitendijks op de zandbanken gebouwd, omdat Dordrecht uit zijn voegen barstte, zegt Jaap Bouman. Uitbreiden ging niet, aangezien het achterland bezit was van de graaf van Holland en het dorp Dubbeldam. Daarom moest elke vierkante meter optimaal worden benut. Inbreiden heet dat tegenwoordig.

Bouman wijst erop dat verschillende patriciërswoningen houten uitbouwtjes met flinke raampartijen hebben: de zogenoemde maaskamers met maximaal uitzicht op het water. Dat baadt op deze wat mistige dag helaas niet in het speciale Dordtse licht dat legio schilders inspireerde het drierivierenpunt met zicht op de stad te vereeuwigen. Wie daar wat van wil meepikken, moet naar het Dordrechts Museum voor 'Zicht op Dordrecht' (1651) van Leidenaar Jan van Goyen. Ook hangen daar doeken van zijn tijdgenoot Aelbert Cuyp, Dordtenaar in hart en nieren.

Hoewel we niet à la het koningskoppel aan een bliksembezoek van twee uur doen, ontbreekt de tijd om naar binnen te gaan. Ook de 275 treden van de Grotekerktoren laten we voor wat ze zijn.

Vlakbij de kathedrale kerk staat op de Leuvebrug het brugwachterhuisje waar deDordtse schrijver Cees Buddingh' werkte aan zijn omvangrijke oeuvre met onder meer het gelauwerde onzingedicht 'De blauwbilgorgel' (1943). Ook blijkt Dordrecht een beroemde vrouwelijke auteur te hebben

voortgebracht: Top Naeff van de ultieme bakvissenroman 'Schoolidyllen' (1900), waarvan de sterfscène van Jet van Marle in ons geheugen staat gegrift. Tranen met tuiten om gehuild.

Weer aan wal kuieren we langs Dordts verschillende fraaie haventjes met sierlijke gietijzeren bruggen. De Voorstraathaven is de oudste; daar stroomde veenriviertje de Thuredrith waar Dordrecht, dat in 1220 stadsrechten kreeg, ontstond. De centrale Voorstraat die er parallel aan loopt, is met zijn 1,1 kilometer Nederlands langste winkelallee, pocht de gemeente. Interessanter is het feit dat de straat een dijk blijkt, die vanwege zijn geringe hoogte het wassende water niet altijd buiten de deur houdt. Daarom hebben de winkelpanden aan de buitendijkse kant van onderen haken, waarin bij hoogtij stalen vloedschotten worden geschoven. Op modernere methoden wordt nog altijd gebroed.

Wandelen door Dordt blijkt behalve aangenaam ook een opfrisbeurt van onze bedroevend diep weggezakte kennis van de vaderlandse geschiedenis. Op de Visbrug prijkt een groot standbeeld van de beroemdste zonen van de stad: Johan en Cornelis de Witt. Raadspensionaris Johan die geflankeerd door zijn broer in een zetel zat, was in de zeventiende eeuw 'de machtigste man ter wereld', jubelt mijn gids. Waarom bronzen Johan mismoedig uit zijn ogen kijkt, begrijpen we wel zo'n beetje. De van hoogverraad beschuldigde broers werden in rampjaar 1672 door een hysterische, Oranjegezinde meute uit elkaar gescheurd. Hoe het ook weer precies zat, googelen we na thuiskomst alsnog bij elkaar.

Dat doen we ook voor het Hof van Nederland, waarmee het einde van onze wandeltocht door het compacte centrum nadert. In het voormalige Augustijnenklooster huist binnenkort een interactief museum over de geschiedenis van de stad, dat op Koningsdag door Willem-Alexander wordt geopend. Toepasselijk, want zijn verre voorvader - stadhouder Willem van Oranje - kreeg in 1572 in de Statenzaal van het voormalige klooster de onvoorwaardelijke steun van de twaalf Hollandse steden om het verzet tegen de Spaanse overheerser Filip II te leiden. Waarmee de basis werd gelegd van het huidige Nederland.

Slotakkoord van een dagje Dordt is het Statenplein. Jaap Bouman maakt er liever geen woorden aan vuil. Op deze centrale plek stonden tachtig rijksmonumenten die in de jaren zestig zijn weggebulldozerd voor een parkeerterrein en een busstation, die er nooit kwamen. Nu is het een nogal sfeerloze shopping-spot met misschien wel de lelijkste lantarenpalen van Nederland.

'Dordrecht is geen openluchtmuseum maar een levende stad', besluit Bouman terwijl er een voorzichtig lentezonnetje doorbreekt. Helaas zijn we te ver van het water verwijderd om alsnog het Dordtse licht te aanschouwen.

Dwalen door Dordt

Omdat het oude centrum klein en compact is, kun je op de bonnefooi op pad gaan. Verdwalen is onmogelijk, en veel gebouwen en plekken van betekenis zijn voorzien van informatieborden. Wie er zeker van wil zijn niks te missen, kan kiezen voor het bewegwijzerde Rondje Dordt van 3 kilometer. Bij de VVV aan de Spuiboulevard 99, waar de route begint, is een begeleidend boekje met info en anekdotes te koop. Jaap Bouman heeft op zijn site www.jaapbouman.nl drie gratis te downloaden routes staan die hij zelf heeft samengesteld.

Bootje varen

Een boottrip maken is een aanrader. Historisch Dordrecht is zo dicht gemetseld dat je alleen vanaf het Groothoofd uitzicht hebt op het water. De houten speedboten van het bedrijfje IB liggen zaterdag en zondag aan de Pottenkade bij de Grote Kerk op klandizie te wachten. Via de website van de VVV zijn tochten met fluisterboot Dordtevaar te boeken.

Wie er een heel weekend van wil maken, kan met de waterbus naar het nabijgelegen molencomplex Kinderdijk. Of nationaal park de Biesbosch met zijn wetlands. Deze 'achtertuin' van Dordrecht ontstond in 1421 door de rampzalige Sint-Elisabethsvloed, waardoor de stad enorm geïsoleerd raakte.

Horeca

Tip van 'local' Jaap Bouman: Visser's poffertjessalon aan de Groenmarkt 9. In dit donkerbruine café - populair onder de echte Dordtenaren - worden tot 17.00 op een grote plaat poffertjes gebakken. Een unieke combinatie.

Horecapaleisje Villa Augustus - gevestigd in een watertoren - is tamelijk bekend, maar zo leuk dat we het niet onvermeld willen laten. Met hotel en prachtige tuin. Weliswaar niet in het stadshart, maar goed te belopen.

Het Energiehuis ligt vlakbij Villa Augustus. Deze cultuurlocatie zit in de voormalige elektriciteitscentrale en heeft een grand café (Khotinsky) met eigentijds rauw interieur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden