Naar de Overtoom

Wie in Griekenland naar het theater gaat of naar de bioscoop, ziet in het donker een klein verlicht bordje met EXODUS erop. Het Griekse woord voor UITGANG. Dan weet je waar je eruit kan.

In dit gebouw staat het ook op een bord aangegeven: EXODUS, maar hier staat het boven de ingang. Dan weet je waar je erin kan. Maar je komt erin om spoedig de uitgang weer te vinden, de poort naar de vrijheid.

Exodus, het is ook het Griekse woord voor een in het Hebreeuws geschreven verhaal. Het verhaal staat in de Bijbel, het is al eeuwen oud, en ik zal het in het kort vertellen. Als ik het goed vertel begrijpt u meteen waarom dat oude verhaal nog hoogst actueel is en waarom we de naam van dat verhaal hier aan de Overtoom boven de ingang hebben gezet. En boven de uitgang dus.

De Israëlieten worden in Egypte onderdrukt, slaven zijn ze, ze krijgen meer slaag dan eten. De toestand is uitzichtsloos. Weerloos is dat kleine onderdrukte volkje, de koning van Egypte is machtig, zijn soldaten zijn zwaar bewapend, wie zal de tirannie verdrijven? Het is nacht voor Israel, nergens in het donker gloort ook maar één lichtpuntje met EXODUS erop. Ze zijn gevangen, er is geen hoop op een leven in vrijheid.

Dan verschijnt Mozes ten tonele. Als die man spreekt met de mannen en de vrouwen in hun slavenhutten, dan begint het waarachtig een beetje licht te worden. Er gloort hoop. Die man gelooft tegen de klippen op dat zij hun vrijheid zullen hervinden, en zijn geloof werkt aanstekelijk. Geloof is altijd geloof dat het anders kan.

Waar die man dat geloof vandaan haalde? Er zijn er die zeggen: Mozes heeft met God gesproken, bovenop een berg. Hij sprak met hem zoals een vriend spreekt met zijn vriend, dáár heeft hij het vandaan. Als je Mozes ziet heb je een stukje van God gezien, dan ben je warm. Een God van liefde.

TWIJFEL NIET, GOD IS ER staat hier op de Overtoom bij onze buren van het Leger des Heils in lichtende letters op de gevel. Het staat er wat schreeuwerig, maar de bedoeling is goed en de boodschap helder. 'God is er. En jij bent er dus niet zomaar. Jij bent een kostbaar kind van God.' Precies wat Mozes zei toen ze gevangen zaten: 'Jullie zijn veel te mooi gemaakt om naar de knoppen te gaan. Je bent niet geschapen om slaaf te zijn, je bent geschapen om in vrijheid te leven.' Het is dat geloof dat Mozes op het volk wist over te dragen. 'Het kan anders. En het zal ook anders.'

Geloofde Mozes dat echt?

Ja, dat geloofde hij echt. 'Wie niet in wonderen gelooft is geen realist,' zei hij. En hij ging naar het paleis van de koning. 'Laat mijn volk gaan, let my people go!' riep hij.

Daar hebben de negers in Amerika later een lied op gemaakt, zwarte slaven die natuurlijk precies wisten waar dit verhaal over gaat. Ze wisten dat het niet alleen maar een verhaal van vroeger is, want ze speelden ook zelf in dat verhaal. Let my people go! Martin Luther King, ook zo'n Mozesfiguur, zou zeggen: 'I have a dream. Het kan anders. En het zal anders. Free at last, free at last!'

'Laat mijn volk gaan,' riep Mozes. En het wonder geschiedde. Er doen fraaie legenden over de ronde, maar hoe dan ook: ten langen leste liet de koning van Egypte het volk gaan. Middenin een donkere nacht trokken ze uit Egypte op. Exodus. Uittocht. De vrijheid gloort. Mozes gaat hen als een lichtend voorbeeld voor.

Leefden ze toen verder lang en gelukkig? Nee, het is geen sprookje. De koning van Egypte achtervolgt ze, hij heeft er spijt van dat hij ze heeft laten gaan, hij wil ze terug. En de tocht door de woestijn, ach, het woord zegt het al, het is daar een onherbergzaam oord, hitte des daags, koude des nachts, een godverlaten plek, je kunt je er wanhopig eenzaam voelen. Nieuwe gevaren doemen op, wilde dieren sluipen rond, er spookt van alles.

Er zijn er onder het volk die terug willen. Liever leven in slavernij dan in die vreeswekkende vrijheid waar je de weg niet weet. 'Mozes, waarom heb je ons in godsnaam geroepen om te gaan? Soms om hier te sterven? Je bent wreed, Mozes. Je hebt ons van je droom verteld, free at last, free at last, maar je hebt er niet bij gezegd hoe zwaar de weg is en hoe lang. Er moet wel een wonder gebeuren willen wij het land waar jij van droomt ooit halen!'

Op zulke ogenblikken was ook Mozes de wanhoop nabij. Dan klom hij een berg op om er alleen te zijn, alleen met zichzelf en met de Eeuwige. Dan praatte hij met de Eeuwige, zoals een vriend praat met zijn vriend:

'O God, ik weet het niet meer, dat volk van U, ze zijn zo moe en ze zijn zo bang, ik weet waarachtig niet hoe ik ze opnieuw moet bezielen. Ik begrijp hun wanhoop wel, de toekomst is zo ongewis dat ze het liefst naar achteren vluchten. Ze zijn vergeten hoe afschuwelijk het was, de tirannie waarin wij gevangen zaten, en ze willen terug, terug naar de vleespotten van Egypte, zoals ze zeggen, vergetend dat daar helemaal geen vleespotten waren, het was armoe troef. Maar liever dan het ongewisse van nu willen ze terug naar de zekerheid van toen, zelfs als die zekerheid gevangenschap betekent en slavernij. Hoe kan ik ze bewegen om het vol te houden, hoe help ik ze in 's hemelsnaam weer in de droom?'

Zo trok het volk Israël door de woestijn, veertig jaar lang. De verteller bedoelt: heel lang. Want die uittocht, die Exodus, het is een heel gevecht. Maar het verhaal gaat dat ze het uiteindelijk gehaald hebben, het beloofde land, overvloeiende van melk en honing. Free at last. Dankzij Mozes.

Dankzij Mozes? Mozes wist wel beter, hij had die droom ook maar gekregen. Zijn geloof en zijn hoop en zijn liefde, het was hem ook maar geschonken, op die berg, dichtbij God. Hij had alleen maar geprobeerd om dat geloof en die liefde en die hoop zo goed en zo kwaad als het ging beneden aan zijn benarde volk door te geven.

Ik denk dat ik niet meer hoef uit te leggen waarom er hier Exodus boven de ingang en de uitgang staat. Het is een huis met een droom: er ligt een beloofd land in het verschiet, een land om in vrijheid te wonen. De weg erheen is zwaar, de tocht duurt lang, je moet veel verdragen, er is de hitte des daags, de koude des nachts, er zijn wilde dieren, het spookt in die woestijn, het is een land waar je de weg niet kent. En er zijn krachten die je met alle geweld terug willen hebben, terug in je oude leven. En, bizar genoeg, het kan zelfs zijn dat je daarnaar gaat verlangen. Als je angst voor de toekomst groter wordt dan je verlangen ernaar, dan ga je verlangen naar vroeger. Dan wil je terug. Voor je het weet ben je dan weer gevangen.

Dus heb je een Mozes nodig. Iemand met een droom, iemand die in dat verre land gelooft. En die in jou gelooft. 'Twijfel niet, jij bent een kostbaar kind van God.' En die demonstreert dat hij die woorden nog meent ook. Die je oproept om daarom zorgvuldig met je kostbare lijf om te gaan en met kostbaar werk en met kostbaar geld en met andere kostbare kinderen van God.

Geen mens kan de reis van zijn leven in zijn eentje tot een goed einde brengen. Je moet iemand in de buurt hebben die in jou gelooft en die zelfs als het moet een tijd lang voor jou gelooft als je het zelf niet meer ziet zitten. Iemand die van je houdt, en die van je blijft houden, en die geleerd heeft liever naar je nood en je gemis te kijken dan naar de manier waarop je die uit. Een Mozesachtig iemand met een verheven droom, 'I've been on the mountaintop', die tegelijk stug volhardt om je te helpen bij de verwerkelijking van die droom met kleine stappen op de begane grond. Iemand die ook zelf meeloopt in de Exodus, in die lange stoet van mensen van alle tijden en van alle plaatsen, op weg naar het land van melk en honing. Drinken we zoete melk met room. Denken we terug aan de Overtoom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden