Column

Naar de kiezer om patstelling te doorbreken

Beeld ANP

In zijn eerste reactie op het vertrek van het Kamerlid Brinkman uit de PVV-fractie zei premier Rutte 'dat we ons in de huidige economische crisis niet de luxe van nieuwe verkiezingen kunnen veroorloven'. Niet alleen de coalitiepartijen zeiden hem dat in de Kamer na, ook Van der Staaij (SGP) en Slob (ChristenUnie) keerden zich tegen de roep van de oppositiepartijen PvdA, SP en GroenLinks de kiezers op te zoeken, nu het draagvlak onder het kabinet is teruggebracht tot 75 zetels. De vraag is of dat argument, dat vanwege het appèl op de nood der tijden zo sterk lijkt, ook zo sterk is.

Een argument voor raadpleging van de kiezers zou kunnen zijn dat er tussen de coalitie en de oppositie, althans de niet-regeringspartijen, een zuivere patstelling is ontstaan. Als de stemmen telkens staken, kan het kabinet niks meer voor elkaar krijgen; maar op haar beurt is de oppositie niet in staat het kabinet via een motie van wantrouwen weg te sturen. Zo statisch is de politieke werkelijkheid natuurlijk niet, al drukt de patstelling wel perfect de toestand van verlamming uit waarin de Nederlandse politiek door het wegvallen van een krachtig midden terecht is gekomen.

De centrifugale krachten hebben de twee grote middenpartijen CDA en PvdA leeggezogen en een typische politicus van het midden, Job Cohen, vermalen. De VVD is bij de laatste verkiezingen weliswaar de grootste partij geworden, maar niet zo groot dat zij een stempel op de gang der dingen kan zetten. De ruimte voor Rutte was door de middelpuntvliedende bewegingen in het krachtenveld al uiterst beperkt. Door de afbrokkeling van het draagvlak worden de marges nog smaller. Zo smal dat de vraag is of hij nog voldoende bestuurlijke slagkracht kan ontwikkelen om de diepste crisis sinds de jaren dertig aan te pakken.

Als die vraag met 'nee' wordt beantwoord, kan het beter zijn vervroegde verkiezingen uit te schrijven dan voort te modderen, zoals de geschiedenis van het kabinet-Van Agt/Wiegel (1977-1981) heeft geleerd. Dat kabinet is goed met het huidige vergelijkbaar. Het beschikte ook over een smal draagvlak in de Kamer (77 zetels), had te maken met interne oppositie van tien dissidenten in de CDA-fractie en kon stilzwijgend rekenen op gedoogsteun van de kleine christelijke partijen. Van Agt en Wiegel verrichtten een politieke prestatie door de rit volledig uit te zitten, maar de prijs was een hoge. Door zijn inherente zwakte was het kabinet niet in staat antwoord te geven op de Tweede Oliecrisis die het land trof.

Het financieringstekort liep in die jaren zo hoog op (van krap vier tot meer dan tien procent) dat het ruim tien jaar straf bezuinigen vergde voordat de schatkist weer enigszins op orde was. De toenmalige minister van financiën, de christen-democraat Andriessen, zag dat in 1980 aankomen, maar vond bij Van Agt en Wiegel geen gehoor, waarna hij vol bitterheid opstapte. Pas in 1982 kon een nieuw kabinet onder aanvoering van Lubbers met het hoognodige herstelbeleid een begin maken.

In de vier jaar terug verschenen biografie over Dries van Agt ('Tour de Force') is overtuigend aangetoond dat de hoofdrolspelers meer werden gedreven door overlevingsdrift en beduchtheid voor een tweede kabinet-Den Uyl dan door het landsbelang. Van Agt heeft naderhand gezegd dat het laten gaan van Andriessen zijn grootste politieke fout is geweest.

De geschiedenis leert dus dat het voortijdig gooien van de handdoek niet per se in strijd hoeft te zijn met het landsbelang, zelfs niet in tijden van crisis. Nu zijn draagvlak zozeer is gekrompen, zou Rutte kunnen overwegen dat het beter is de kiezer om een sterker mandaat te vragen. Niet alleen het draagvlak voor de bijzondere politieke samenwerking is verkleind, hierdoor zijn ook de gewichten die deze samenwerking in een precaire balans hielden verschoven.

Zo is de positie van Wilders aanmerkelijk verzwakt doordat hij de 76ste zetel niet meer kan leveren. CDA en VVD zijn daardoor in staat zich enigszins uit de (zelf gekozen) gijzeling van de PVV los te maken. CDA-fractieleider Van Haersma Buma liet hier al iets van blijken in het Kamerdebat. Hij wil straks over het pakket crisismaatregelen dat in het Catshuis wordt samengesteld met de gehele Kamer het debat aan. Hij noemde dat essentieel en riep de Kamer op tot een open houding. Dat kan worden begrepen als het anticiperen op een nieuwe politieke situatie, waarbij het kabinet Rutte/Verhagen als zuiver minderheidskabinet doorgaat, voor zolang als het duurt.

Dat scenario opent voorzichtig nieuwe perspectieven en is aantrekkelijker dan de schulp van een coalitie die steeds krakkemikkiger wordt en het nu zelfs nodig maakt iedere keer met de pet in de hand langs de opportunist Brinkman en de mannenbroeders van de SGP te gaan. Het voordeel van dit scenario is bovendien dat het de patstelling in de Nederlandse politiek kan doorbreken. Die situatie is ontstaan doordat het de grote middenpartijen ontbreekt aan moed de fricties in de sociale en economisch ordening der dingen (vooral op de arbeidsmarkt en de woningmarkt) aan te pakken. Balkenende en Bos hielden elkaar in de vorige periode in de klem, Rutte kan in dit kabinet ook geen kant op met de zelfopgelegde taboes op veranderingen in de WW en de hypotheekrenteaftrek.

Zoveel is zeker dat doorbraken in die kwesties de weg naar het midden weer openleggen. Het is onwaarschijnlijk dat CDA en VVD daarmee een begin kunnen maken in het benauwde keurslijf van de politieke samenwerking met Wilders. In dat perspectief zijn nieuwe verkiezingen geen luxe, maar een noodzaak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden