NAAR DE KERK

Middelburg, Gereformeerde kerk vrijgemaakt, zondag 24 april, 9.30 uur. Voorganger: ds. A. Souman. Gezongen uit Gereformeerd Kerkboek (Haarlem 1986): ps. 100:1, 2, gez. 25, ps. 2, gez. 20:3, 4, 6, gez. 21:1. Lezing: Mattheus 28 (tekst vs. 11-15).

JAN DIRK SNEL

Tussen tekst en preek heeft de predikant even gewacht. Er wordt pepermunt doorgegeven. Alle ruim 450 stoelen in het moderne kerkgebouw zijn bezet. Een mevrouw in Zeeuwse klederdracht is de enige met een hoofdbedekking. Er is een vrolijk punkmeisje: het hoofd van achteren hoog opgeschoren, heel veel ringetjes in het oor, een zwart hemdje onder een zeer open gehaakt vestje. Sommige kerkgangers dragen vrijetijdskleding, anderen zijn meer formeel gekleed. De collectanten dragen rode jasjes. Naar achteren toe neemt het percentage jongeren toe. Veel kleine kinderen, die tegen het eind van de preek bij hun ouders op schoot kruipen. Werkelijk alle kerkgangers, ook de kinderen, hebben een bijbel bij zich en lezen mee, iets dat in kerken waar het Liedboek wordt gebruikt, in onbruik lijkt te zijn geraakt.

Ds. A. Souman, een jongeman in donker pak, wit overhemd, roodgetinte stropdas, komt van de overzijde van de Westerschelde, uit het Zeeuwsvlaamse Hoek. Na afloop staat hij broederlijk te praten met de predikant van de gemeente, A. de Snoo, die vrij heeft. Ds. Souman volgt bij elk punt hetzelfde patroon. Hij begint uitgebreid bij de tekst en gaat aan het einde over tot een soort toepassing op het heden. Hij hanteert een objectiverende manier van preken. De hoorder wordt niet rechtstreeks aangesproken, behalve dan een enkele keer in de wij-vorm.

De predikant wijst erop, dat de overpriesters de eersten zijn die van de opstanding horen. De wachters komen het hun vertellen, terwijl de vrouwen nog op weg zijn. Op Goede Vrijdag konden ze geen getuigen vinden om Jezus te veroordelen. Nu zijn er voldoende getuigen, maar nu weigeren ze in de opstanding te geloven. Daarom laten ze tegen betaling de wachters het belachelijke en ongeloofwaardige verhaal vertellen, dat ze in slaap zijn gevallen. Op Goede Vrijdag bespotten zij Jezus, maar Die in de hemel is gezeten, lacht nu om hen. In geen geval willen ze toegeven, dat ze van genade moeten leven. “Als Jezus Christus is, dan vallen ze van hun voetstuk en dan valt heel hun systeem van regels en wetten in duigen.” Hun ongeloof negeert de feiten; het is onwil. Bij alle drie punten komt de predikant erover te spreken, dat er tegenwoordig zelfs predikanten zijn die de opstanding voor een verhaal van de discipelen houden, waarmee ze de nagedachtenis van Jezus wilden bewaren. “Gemeente, moet de kerk zich aan de wereld aanpassen? Waarom? De Here is toch waarlijk opgestaan! En dat evangelie moet in de wereld verkondigd worden. En daar mag dan ook niets vanaf gedaan worden. Want wij kunnen de wereld al haar argumenten ontnemen, dan nog zal het evangelie van Christus, dan nog zal het paasevangelie ontkend worden, omdat men het niet wil geloven. En wie dat evangelie wel wil geloven, die zal het ook ten volle moeten aanvaarden, volledig zoals het tot ons komt. Zoals God het ons bekend gemaakt heeft, zonder er iets aan toe te voegen of er aan af te doen. God vraagt van ons, dat wij het evangelie geloven, niet dat wij het gaan aanpassen, vertalen naar deze tijd toe.”

Om half vijf is er weer een dienst.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden