Naar de bijbelkring

'Naar de bijbelkring dan maar, om daar te worden gegeseld door Amos en zijn geestverwanten. Er zit niet anders op. Het moet gezegd worden om te voorkomen dat de Hemelrijken van deze wereld het laatste woord hebben. De zwakke moet beschermd worden, de hongerige brood krijgen, de vreemdeling gehuisvest.' Agnes Amelink - schrijfster van het boek 'De Gereformeerden' - reageert op het 'Antisocialistisch Manifest' van vorige week. Hierin deed Pamela Hemelrijk een frontale aanval op de solidariteit: 'Dus om de sterkeren zover te krijgen dat ze levenslang een stuk of drie volwassenen gaan onderhouden die ze niet eens kénnen, zul je ze moeten dwingen.' Als tegengif beveelt Amelink de profeet Amos aan. 'U verdrukt de armen in de stadspoort'.

Het kwam zo uit dat wij op de maandag nadat Pamela Hemelrijks asociale manifest in Letter & Geest stond op bijbelkring de profeet Amos behandelden. Een bijbelkring, even voor niet-ingewijden, is een groepje mensen dat regelmatig bij elkaar komt om gezamenlijk een bijbelgedeelte te lezen en te bespreken. En de Bijbel, zeg maar de Koran van de christenen, is een verzamelbundel van 66 afzonderlijke boeken en boekjes die allemaal gaan over God en zijn weg met de mensheid.

Over de Bijbel bestaan onder christenen twee opvattingen. De ene is dat het een boek is dat in allerlei vormen en stijlen verslag doet van menselijke ervaringen met God. Gekleurde verhalen dus, die niet perse waargebeurd hoeven te zijn. De andere is dat de Bijbel weliswaar door tussenkomst van mensen tot stand gekomen is, maar dat hij de door God zelf geopenbaarde waarheid over God bevat. Aan de letterlijke betekenis kan dus niet getornd worden. Tussen deze twee uitersten ligt een eindeloze schakering aan nuances, maar die doen hier niet terzake. Waar het nu om gaat is dat beide kampen, die in de regel weinig met elkaar op hebben, het helemaal eens zijn over de bedoelingen van de profeet Amos. Amos gaat over sociaal onrecht.

Hel en verdoemenis preekt schapenfokker Amos. Eerst richt hij zich kort tegen de buurlanden van Israël, die hij vooral aanvalt vanwege hun oorlogsmisdaden, maar als hij vervolgens van leer trekt tegen Israël zelf, geselt hij ze vanwege hun asociale levenswijze. Het recht is onrecht geworden en de arme wordt uitgebuit door vadsige rijken die zich volgieten en naar de hoeren gaan.

Daarom: u die de zwakke vertrapt

en van zijn graanoogst schatting heft:

u bouwt wel huizen van steen,

maar erin wonen zult u niet;

u plant wel fraaie wijngaarden,

maar de wijn ervan drinken zult u niet.

Ik weet immers hoe talrijk uw misdaden zijn,

en hoe talrijk uw zonden;

u kwelt de rechtschapenen, neemt steekpenningen aan

en verdrukt de armen in de stadspoort.

In zulke dagen gaat alles zo slecht

dat een verstandig mens

geen woord moet inbrengen.

(Amos 5 vers 11-13)

Het heeft geen zin om hier gedetailleerd in te gaan op de inhoud van het stuk van Pamela Hemelrijk. De paar ingezonden brieven in de krant van afgelopen dinsdag waren eigenlijk afdoende. Al kan ik niet nalaten hier verwonderd in herinnering te roepen hoe de eindredactie van Letter & Geest artikelen ooit gedetailleerd met een auteur doornam om te wijzen op ongelukkige woordkeuze of passages die afbreuk deden aan de geloofwaardigheid. Streng maar rechtvaardig waren ze; ik leerde er veel van. Waar was die kritische geest toen ze Hemelrijks stuk redigeerden? Waarom krijgt iemand die als enige argument de herhaling lijkt te hebben hier zoveel ruimte?

Dat ik toch naar Amos grijp - en naar de rest van de Bijbel waarin bladzij na bladzij te lezen staat dat de hongerigen, de verdrukten, de armen, de vreemdelingen, de wezen en weduwen recht moet worden gedaan - is omdat lezeres Smit-Kerkstra uit Opperdoes (Trouw, 27 januari) natuurlijk helemaal gelijk had toen ze in haar reactie schreef dat in het manifest van Hemelrijk de contouren van de tijdgeest haarscherp zichtbaar worden. De vrucht van jarenlang volgevreten egoïsme. En dat het te vrezen is dat er veel mensen zijn die er net zo over denken als Pamela.

Je kunt je schouders wel ophalen over zoveel dommigheid en doorgaan met feesten, maar zwijgen zou toestemmen betekenen en dat mag niet gebeuren. Het wordt tijd voor een tegengeluid - en niet alleen in een hoekje van de Podiumpagina waar de brave lezers van Trouw, die kerkmensen met hun naastenliefde-excessen, hun gevoeg mogen doen.

We leven in een verwarrende tijd. Als we ons tot Nederland beperken zien we verruwing en normvervaging, groeiende haat tussen bevolkingsgroepen en onvermogen van ouders, schoolmeesters en politici om het tij te keren. Wie verder kijkt wordt het nog veel banger te moede. Eén zich christelijk noemende supermacht die doet wat hem goeddunkt om de wereldorde te handhaven, miljoenen moslims die tot in hun merg getergd zijn en die voor Allah de explosieven ombinden, atoomtechnologie te koop op de zwarte markt en een heel continent dat ligt dood te gaan aan aids. We zien het allemaal voor onze ogen en we vluchten in nog meer vakanties, nog meer spelletjes en nog meer realitysoap. Onmachtig om iets aan de toestand te veranderen, restylen we tot we erbij neervallen. Roeren in de soep zonder de bodem te raken.

Er is niet veel fantasie voor nodig en evenmin veel kennis van de geschiedenis om te weten dat zo'n situatie mensen gemakkelijk in de armen drijft van praatjesmakers met simpele oplossingen. En/of zondebokken zoekt. De Joden, de Turken, de Marokkanen, de christenen, de socialisten.

Simpele oplossingen zijn er niet. Goedbedoelde manifesten - laten we de malicieuze verder maar buiten beschouwing laten - brengen de boefjes niet terug op het rechte pad. Maar wat dan? Niemand wil leven in een samenleving waar slechts het recht van de sterkste geldt - Pamela Hemelrijk mogelijk uitgezonderd. We willen dat er genoeg verplegers en verpleegsters zijn om de ouden van dagen te wassen, we willen een schone stoep. We willen niet van de sokken worden gereden door hufters op scooters. We willen goed onderwijs voor onze kinderen. We willen vrijheid. We willen niet ten onder gaan aan onze eigen tolerantie.

Onze christen-democratische premier en zijn minister van justitie doen manhaftige pogingen om aloude waarden en normen weer onder de aandacht te brengen. Het 'Zo gaan we dus niet met elkaar om' is al een running gag geworden. Het is gemakkelijk om daar - Spruitjeslucht! Jaren vijftig! - de draak mee te steken, maar de vraag dringt zich wel op waarom hun woorden ogenschijnlijk zo weinig weerklank vinden in een samenleving die schreeuwt om vastigheid. Alsof we al te ver zijn weggezakt in de blubber van ons volgevreten egoïsme.

Zou het kunnen zijn omdat de Balkenendes en Donners van dit land hun aloude waarden en normen te veel laten zweven? Je zou van christelijke politici verwachten dat zij zich beroepen op de Bijbel, maar misschien zijn ze bang dat ze dan helemaal in de hoek van de SGP worden weggehoond. Toch is de Bijbel de plek waar het allemaal te vinden is. Bij Amos, bij de andere profeten, in de psalmen en de evangeliën. Heb uw naaste lief als uzelf, voorafgegaan door 'Gij zult de Here uw God liefhebben'. Barmhartigheid, gerechtigheid. En bovendien: als er ergens besef van de aard en de kracht van Het Kwaad is, dan daar. Dat voorkomt een te luchthartige kijk op reële gevaren.

Geloof is tegenwoordig bovenal iets privés, net zoiets als hoerenbezoek. Geloven doe je maar in de kerk. Misschien menen Balkenende en Donner dat dus de kerken die link met de Bijbel maar moeten leggen, maar die lijken onmachtig. Secularisatie en interne verdeeldheid hebben van de kerken voorzichtige clubjes gemaakt, die er vooral op uit zijn niet nog meer mensen kwijt te raken. Dus wordt er alles aan gedaan om de gelovigen een goed gevoel te bezorgen. Daar waar nog wel wordt gedonderd vanaf de kansel gebeurt dat in kerken die met een hoge rug van de samenleving staan afgekeerd. En de linkse kerk, aan de andere kant van het spectrum, die in de jaren zeventig en tachtig nog zo verzot was op Amos, hoorden we voor het laatst bij de begrafenis van prins Claus. Iedereen vindt het mooi en gaat over tot de orde van de dag.

Wie tegenwerpt dat grijpen naar de Bijbel een gemakkelijke oplossing is, heeft het mis. Wie zich spiegelt aan de Bijbel komt in een schril licht te staan. Want de hoge normen die God de mens oplegt vanaf de Tien Geboden tot en met de Bergrede haalt de mens bij lange na niet. Het is één treurige geschiedenis van afdwalen, zonde en tekortkomingen. Dat kan kerken en christenen er ook voor behoeden een hoge borst op te zetten. Bovendien biedt de Bijbel geen kant-en-klare recepten voor een passende inrichting van de samenleving. Of er in Nederland nog 2000 of 200.000 vreemdelingen bij kunnen haal je niet uit de Schrift. En die schone toekomst waarover in vrome liedjes wordt gezongen is vooral een kwestie van geloof. Om het in de woorden van professor Wil van den Bercken te zeggen: ,,Het christendom geeft geen religieuze duidelijkheid, het maakt het goddelijke niet bevattelijk en geeft geen religieuze bevrediging, dat wil zeggen, het leidt niet tot geestelijke good feeling. Het is een oproep aan de mens zijn maatstaven te verruilen voor bovenmenselijke, het is ondermijning van geloof in eigen perfectie en tegelijk roeping tot een veel hogere vorm van perfectie. ('Tegen de religieuze behaaglijkheid', Baarn 2003.)''

Naar de bijbelkring dan maar, om daar te worden gegeseld door Amos en zijn geestverwanten. Er zit niets anders op. Het moet gezegd worden om te voorkomen dat de Hemelrijken van deze wereld het laatste woord hebben. De zwakke moet beschermd worden, de hongerige brood krijgen, de vreemdeling gehuisvest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden