Na Utrecht wordt Eindhoven een flop

Nóg een mislukt burgemeestersreferendum zal het einde betekenen van referenda in het algemeen.

We gaan terug in de tijd. Naar 21 maart 1990 om precies te zijn. Bij de raadsverkiezingen van die dag werd de lage opkomst misschien wel als meest opmerkelijke resultaat gezien. Deze opkomstdaling werd als een verontrustend signaal gezien. Er zou iets mis zijn met de relatie tussen burger en bestuur, tussen kiezers en verkozenen. Er zou een kloof tussen hen bestaan.

Centraal in het denken over een remedie stond dat de burger meer bij het bestuur en beleid betrokken moest worden. Die burger zou vaker geraadpleegd moeten worden. Het referendum leek dan ook één van de middelen om de vermeende kloof te dichten.

We zijn ruim vijftien jaar verder. Het golfje lokale referenda blijkt te zijn verdwenen. De zorgen om ’de kloof’ lijken afgenomen. We zien de stabiel hoge opkomst bij de meest recente Kamerverkiezingen, de honderddagen toer van het huidige kabinet dat nadrukkelijk het contact met het volk zei te zoeken, het populistische discours waarin vanzelfsprekend het volkse geluid luid en duidelijk aanwezig is. Wie heeft er met zoveel inspraak en bemoeienis van ’het volk’ met politiek en bestuur nog behoefte aan het referendum?

Het burgemeestersreferendum dat in Eindhoven aanstaande is, klinkt als een moeizaam, vals slotakkoord van het tragische lied dat het referendum in Nederland is. De voortekenen zijn zacht gezegd weinig gunstig. Na het eerste landelijke referendum in eeuwen, dat in termen van beleving en opkomst een succes was, over de Europese Grondwet in 2005, bleek weinig behoefte te bestaan aan een vervolg. Onder aanvoering van premier Balkenende, en met een tekstuitleg van het PvdA-programma waarover taalkundigen nog tijden zullen stoeien, werd een streep door een tweede referendum gezet.

In Leiden vond in maart 2007 een in tal van opzichten geslaagd lokaal referendum plaats, met een hoge opkomst en duidelijke uitslag en over een plan dat van serieuze betekenis was voor de toekomst van de stad. Echter, daar bleek dat de provincie zich niets gelegen liet liggen aan de uitspraak van de Leidse burgers. De duidelijke volksuitspraak werd van tafel geveegd.

Het trieste verhaal van het burgemeestersreferendum in Utrecht is bekend. Die strijd tussen partijgenoten bracht slechts een schamel aantal kiezers in beweging, minder dan 10 procent. Trouwens, de uiteindelijk benoemde Wolfsen vond het referendum niks, zo liet hij later weten. Maar ja, hij wilde graag burgemeester worden. Geef al die thuisblijvende kiesgerechtigden dan nog eens ongelijk.

Nu Eindhoven. Een keuze tussen gegadigden van hetzelfde geslacht en met dezelfde leeftijd, twee leden van de PvdA, twee ’kanjers van burgemeesterskandidaten’, aldus de commissie die de voorselectie deed. En weer is er weinig tot niets te kiezen, al zullen de kandidaten zelf de komende weken zonder een spier te vertrekken het tegendeel beweren. Volgens de website van de gemeente is het belangrijk om te gaan stemmen, omdat men ’op die manier meebeslist wie de nieuwe burgemeester van Eindhoven wordt. Het is tenslotte uw stad, en dus ook úw burgemeester’.

Kiezers laten zich in de regel niet door dergelijke abstracte oproepen verleiden. In de meeste gevallen weten de meeste kiezers donders goed wat hun gevraagd wordt. Als er strijd is, als er echt iets te kiezen valt, en als de uitkomst van die keuze van belang voor de stad of de eigen persoon is, ja, dan melden de kiezers zich vervolgens bij het stembureau.

Als echter aan deze redelijke voorwaarden niet is voldaan, dan zullen velen geen gebruik van hun stemrecht maken. Nogmaals: geef ze eens ongelijk. Een heimelijk in opdracht van het gemeentebestuur gehouden internetpeiling moet de indruk wekken dat het met de opkomst van 33 procent wel goed zit. Hier schiet bijna de term volksverlakkerij door het hoofd. Internetpeilingen leveren niet zelden dubieuze metingen op, en peilingen leveren vaak een zware overschatting van de opkomst op. Zou het kunnen zijn dat het bestuur met de gepresenteerde gegevens wil suggereren dat er heus genoeg Eindhovenaren zijn die het referendum serieus nemen?

Na 1990 bestond bij velen de oprechte zorg dat de relatie tussen burgers en bestuur aan slijtage onderhevig was. Van het referendum werd een positief effect verwacht. Echter, het lokale noch het landelijke referendum heeft zich ooit tot volle wasdom kunnen ontwikkelen. In een land als Nederland, waar het benoemingsprincipe het verkiezingsprincipe overschaduwt, is de voedingsbodem voor het referendum dan ook schraal.

De Eindhovense herhaling van het Utrechtse fiasco brengt het einde van althans het burgemeestersreferendum naderbij. Minister Ter Horst kan de afschaffing ervan gaan voorbereiden. De muzikant en kunstenaar Frank Zappa gaf ooit aan dat in zijn ogen de jazzmuziek misschien niet al dood was, maar ’it just smells funny’. Dat oordeel is, als de voortekenen van Eindhoven niet ernstig bedriegen, eveneens van toepassing op het referendum in Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden