Na Toontje Lager liet Leon Giesen bokser Mohammed Ali dansen op zijn bas. Nu is Jimi Hendrix aan de beurt.

Als iemand hem drie jaar geleden had verteld dat hij nog eens live voor de radio zou zingen, zoals gisteravond voor NCRV-radio, of dat hij met zijn eigen theatrale voorstelling nog eens op het Noorderslag-festival in Groningen zou staan, zoals morgenavond, dan had Leon Giesen (Venlo, 1963) die persoon vriendelijk uitgelachen.

Hij kent namelijk de beperkingen van zijn stem: ,,Een klein bereik en een specifiek geluid, dat geen feitelijk gezag uitstraalt.'' Als documentairefilmer, basgitarist en liedjesmaker ging hij zijn gang. Zingen deed hij alleen om muziekschetsen uit te werken.

,,Maar de laatste jaren schreef ik teksten die zó over mezelf gaan, dat het nergens op zou slaan als iemand anders die zou zingen.'' Zoals 'Seks zit in de weg', van zijn debuutalbum, waarin hij uitlegt hoe moeilijk het is om gewoon bevriend te zijn met een vrouw. Of 'Naakt en kaal', een zelfportret, op muziek die aan Manu Chao doet denken. In het lied onderzoekt hij het verschil tussen zijn binnen- en buitenkant. Eén couplet gaat over de vreemdheid van je eigen stem bij een opname. ,,Toen ik dat geschreven had, bedacht ik dat ik het ook wel zélf kon zingen. Ik deed het zachtjes, en het ging. Zolang ik maar de beste persoon ben voor zo'n tekst.'' Giesen zingt vrijuit en klinkt als verre familie van Spinvis. Zodra zijn kinderen naar school zijn gaat Giesen aan de slag in de werkruimte in Utrecht die hij met filmer Marcel Prins heeft gekocht. De achterkamer is een echte studio: het meeste van de cd 'Holland America Lijn' (2004) is er opgenomen, samen met zanger-vriend Jack Poels (van Rowwen Hèze). En ook zijn debuutalbum 'Mondo Leone', dat met een dvd verscheen. Aan de muur hangt een poster met een groot ei, dat verwijst naar het nummer 'Het Ei van Leon', over creativiteit en oorspronkelijkheid. ,,Over verbanden die in je hoofd ontstaan tussen dingen die je ergens zag of hoorde en verwerkt. Creatief leentjebuur spelen, wat niet erg is omdat niemand je zou begrijpen als je volkomen origineel zou zijn. Het liedje is een pleidooi voor fouten en misverstanden, want in je kronkels ontstaan vaak mooie dingen.'' Dat alles in bijna vier minuten.

'Hield mijn hoofd nou maar eens zijn kop, zat er maar een stopknop op. Ik denk en ik denk en ik denk en ik denk en ik denk en ik denk'. Giesen zong deze regels in het nummer 'Dat Hoofd', en als hij praat geloof je meteen dat het autobiografisch was. Vol energie en van de hak op de tak.

Begin jaren tachtig was hij de bassist van Toontje Lager, de populaire Nederpopgroep die hits scoorde als 'Stiekem gedanst' en 'Zoveel te doen'. ,,Ik ben er op het hoogtepunt bij gekomen en heb de teloorgang volgebast. Het was een mooie tijd, en ik ben blij dat die voorbij is.''

De band viel in 1985 uit elkaar, acht jaar later was de eerste reunie. ,,Alsof de tijd had stilgestaan. We speelden de oude arrangementen en iedereen viel terug in zijn rol, waardoor ik weer jongste bediende was.''

In 2001 volgde een optreden in Ahoy' Rotterdam voor Vrienden van de Amstel. Sommige bandleden wilden daarna verder gaan, maar voor Giesen hoefde dat niet. ,,Het is wat treurig dat er voor enkelen na Toontje Lager niks meer is gebeurd.''

Hij speelde in de band Captain Gumbo, volgde de kunstacademie en maakte documentaires, de laatste twaalf jaar veel in samenwerking met Prins. Voor 'Van America naar America' volgde hij Rowwen Hèze naar Amerika. 'Een kus voor de eeuwigheid' ging over het ruimteschip Voyager dat sinds 1977 de ruimte insuist met aan boord een gouden plaat met muziek en beelden van de mensheid. En voor 'Alles doet het nog' filmde hij Doe Maar rond hun concerten in Ahoy'.

Toen Giesen er in 2001 zelf op het podium stond, merkte hij hoe hij het spelen had gemist. ,,Korte tijd erna zat ik met Poels in Ierland, en kakelde ik weer dat ik wat met muziek en filmpjes wilde doen. Toen hij vroeg waarom ik dat niet gewoon deed wist ik dat eigenlijk niet.''

Hij ging drie maanden aan de slag met beelden uit de film 'When We Were Kings' over het gevecht tussen Mohammed Ali en George Foreman in Congo. ,,Ik wilde filmpjes maken met een liedjesstructuur, alsof de regisseur de muziek maakt en de muzikant de montage doet.'' De dansende Ali kreeg een drumritme en een baspartij. Giesen plakte er een uitspraak van Ali overheen, een traag gesproken 'Rumble in the jungle'. ,,En het stemde, hij sprak in exact de juiste toonsoort.'' Als je erop let ontdek je dat iedereen zijn eigen toonsoort heeft. ,,Zo is Sacha de Boer van Het Journaal een rotsvaste A-mineur. Ze praat met een hoekige swing strak in de maat. Ik speel er heerlijk gitaar bij.''

Na de geslaagde ode aan Mohammed Ali maakte Giesen samen met Prins een soortgelijk filmpje, 'Ravioli in Gis Mineur', waarin een Italiaanse kok zijn familierecept onthult. Vanuit de muzikale mini-documentaires ontstond zijn theaterprogramma Mondo Leone. Muziek, verhaaltjes, filmpjes en een duet met Mathilde Santing, die net als een droomorkestje meedoet vanaf een beeldscherm.

Momenteel is Giesen bezig met de herkomst van een Jimi Hendrix-afbeelding op een schuurtje vlakbij Zaltbommel. Ook dat moet een filmpje worden. ,,Ik zag het steeds vanuit de trein en stelde me voor dat wietrokende plattelanders het in de jaren zestig geschilderd hebben. Maar de boer, die niet precies wist wie die Hendrix was, vertelde dat het er vijftien jaar geleden opeens was. Voor mij is dat een mooi beeld van Rock in Nederland, dat iemand dat zo in het achterland, op een schuurtje bij een tuinder achterlaat.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden