Na tien kilometer ging het al mis

Drie vrouwen fietsten in 35 dagen van Canterbury naar Rome. In deze krant deden ze al verslag, maar hun boek, dat vandaag verschijnt, brengt ook de onderlinge confrontatie in beeld. „Protestanten kunnen niet zo makkelijk begrijpen dat katholieken van alles kunnen begrijpen, maar daar geen conclusies uit trekken.”

Agnes: [Als we in Canterbury de Cathedral Close uitfietsen, onder de poort door, weg van de mannen met hun betraande ogen, linksaf Burgate in, komt er een overweldigend gevoel van triomf los. We gaan het doen! Op 27 augustus 2006 even na enen gaat mijn droom in vervulling. Fietsen naar Rome in het jaar dat ik vijftig ben geworden.

Het begin vanmorgen in de kathedraal had niet mooier kunnen zijn. Een stevige preek, samenzang op z’n Engels en op mijn plaatsje in de kerk weet ik mij geflankeerd door de twee vrouwen – en onze mannen – met wie ik dit avontuur ga ondernemen.

De preek begon verrassend bij het hart van het christelijk geloof, de oproep van Jezus om zijn lichaam en zijn bloed tot ons te nemen – en het feit dat hierover verschillend wordt gedacht. Maar het ging ook over de noodzaak je eigen afweersysteem uit te schakelen, over de neiging altijd eerder naar de ander te wijzen dan naar jezelf.

Alle drie zijn we getroffen door de toepasselijkheid van de preek. (-) Het lijkt wel of de vrouwelijke voorganger van vanmorgen, vicedean Clare Edwards, haar preek speciaal voor ons heeft geschreven.

We hebben Canterbury als vertrekpunt gekozen, omdat het de hoofdzetel is van de anglicaanse kerk. (-) De drie steden – Canterbury , Genève halverwege en Rome als eindpunt – symboliseren onze verschillende kerkelijke afkomst.

Na de viering gaan we naar Clare Edwards toe en vragen we of ze ons wil zegenen. Ze spreekt een eenvoudig gebed uit. ’Heer, wees met hen en met hun geliefden die achterblijven. Laat hen goed voor elkaar zorgen.’ Nog een foto, nog wat kussen en daar gaan we.

We moeten omzien naar elkaar. Over Monic maak ik me niet zoveel zorgen, over Alja des te meer. Via de msn hebben we zeer intensief contact en ik heb redenen om aan te nemen dat ze, alle goede bedoelingen ten spijt, niet zo veel getraind heeft. Heeft ze eigenlijk wel eens met bepakking gefietst?

(-) Bij een heuvelachtig stukje in het parcours raakt Alja achterop. Monic en ik wachten een eindje verder. Het duurt onheilspellend lang, maar daar komt ze: knieën en armen geschaafd en onder de modder. Bij het nemen van een steile helling is ze gevallen en over de kop geslagen. Ze moet ervan huilen.

Hoofdpijn heeft toegeslagen. O help, kan ik alleen maar denken, hoe moet dit aflopen? We zijn nog geen tien kilometer onderweg. ]

In menig opzicht zijn we eensgezind. Ieder van ons drieën houdt haar mond, als we denken hoe hopeloos deze onderneming is. Ieder houdt de twijfel voor zich. Ieder denkt, stilletjes, dat we al heel, heel blij mogen zijn als we Parijs halen. We zijn ook eensgezind in onze terugblik

op het vertrek uit Canterbury. Geweldig was het, de preek van Clare Edwards, zo op ons toegesneden. Hartverwarmend, zoals ze met ons gebeden heeft, terwijl we onze fietsen al in de hand hadden. Alle drie voelen we haar zegen op ons rusten.

Maar onze wegen gaan uiteen als het gaat over het zegenen van de fietsen. Het was een droge zegen, die Clare ons in Canterbury gaf. Zonder wijwater. En het was een zegen die alleen ons drieën betrof, niet ons materiaal: de stalen rossen.

Het gezelschap splitst zich onmiddellijk in een katholiek en een protestants deel, als het zegenen van de fietsen ter sprake komt.

Ironie, stekeligheden door eeuwen gevoed, steken de kop op.

Bijgeloof, schimpt Agnes. Zijn Luther en Calvijn nu voor niets de barricaden op gegaan? Een fiets is een ding, een fiets is niet gedoopt. Mensen die gedoopt zijn kunnen gezegend worden, maar ongedoopte dingen niet. Dat verstandige vrouwen daar anders over denken, dat weldenkende dames hechten aan zoiets als het sprenkelen van druppels water over een frame met twee wielen, daar kan ze niet bij. Iedereen weet toch dat wijwater ook maar gewoon water uit de kraan is? En een zegen is toch niets anders dan gewoon het uitspreken van een gebed? Dat magische geloof is iets van de Middeleeuwen, of van de heidenen, maar toch niet iets wat in West-Europa in de eenentwintigste eeuw nog voorkomt?

Alja en Monic, beiden even katholiek in deze kwestie, schrikken van deze felle toon. Wat is dat nu, moeten we ons verantwoorden? Dit lijkt wel een protestantse Inquisitie.

Het verlangen naar een zegen over de fietsen houdt dapper stand, tegen de reformatorische beschimpingen. Ja, het maakt wel uit dat onze fietsen gezegend zijn. Het zijn onze werktuigen, we hebben ze nodig, moeten er op kunnen vertrouwen dat ze het doen, dat de kettingen het houden, de remblokjes, de remkabels. Het heeft met vertrouwen te maken. Met vertrouwen in de bescherming van hogerhand.

(-) We komen terug op een discussie die we voor ons vertrek hadden. Het ging toen over bidden. Alle drie hebben we in de kring om ons heen mensen die voor ons bidden. Sommigen voor de techniek, dat de computer het blijft doen. Anderen voor het verkeer, dat we niet door vrachtauto’s overreden worden. Het weer kwam ter sprake. Regen is buitengewoon vervelend op zo’n tocht. Van Agnes mag je best bidden voor droog weer. Dat konden de andere twee weer niet begrijpen. Het is niet belangrijk genoeg om er God mee lastig te vallen, vindt Alja. Monic en zij zouden dat nooit doen, bidden voor droog weer. Wel voor een goed humeur, mocht het toevallig zo uitpakken dat het wekenlang plenst. Maar het laten zegenen van het regenpak, dat gaat dan weer te ver.

Is dit een verschil tussen protestants en katholiek, of heeft het met onze karakters te maken, of met onze opvoeding, vragen we ons af.

De ogen zijn nu gericht op Monic. Die heeft de overstap gemaakt van de traditie van Agnes naar de traditie van Alja. Dat er zoiets bestond als het zegenen van fietsen, dat was iets waar ze in haar jeugd nog nooit van gehoord had, iets waar ze pas veel later van hoorde. Hoopvol vraagt Agnes: Begrijp je wel wat ik bedoel? Ja, met de gereformeerde opvoeding van veertig jaar geleden in gedachten, is het begrijpelijk het zegenen van fietsen tot bijgeloof te verklaren.

Maar vanuit de katholieke overtuiging van nu is het ook begrijpelijk te hechten aan die zegen en te begrijpen dat het woord bijgeloof voor een katholiek van huis uit als Alja als pijnlijk wordt ervaren.

(-) Agnes voelt zich alleen staan, met twee tegenover zich voor wie het zegenen van de fietsen echt belangrijk is, maar die daar geen harde argumenten voor hebben. Zo is het lastig discussiëren, zonder echte argumenten. Het helpt misschien als er enig begrip is voor haar standpunt.

Begrijpen jullie mij? vraagt ze weer, nu dringend. En als we haar begrijpen, waarom houden we dan vast aan dat bijgeloof? Wie begrijpt dat zij het bijgeloof vindt, stapt toch meteen af van dat onzinnige verlangen? Zo blijkt het niet te werken. Begrijpen betekent nog niet dat je je aan de kant schaart van degene die je begrijpt.

Misschien is dat ook wel een verschil tussen katholieken en protestanten. Katholieken kunnen van alles begrijpen, tot de meest vreemde dingen toe, maar blijven daar onberoerd onder. Protestanten kunnen niet zo makkelijk begrijpen dat katholieken van alles kunnen begrijpen, maar daar geen conclusies uit trekken.

Af en toe werpen we een blik naar boven. Daar ligt-ie. De weg die naar de Simplonpas voert. Hij is hoog, hij is steil, over twintig kilometer gaat het 1315 meter omhoog. Bedenk dat je op anderhalve kilometer van de voet van de Utrechtse Domtoren staat en dat je daarvandaan naar de top fietst. En dat dertien keer achter elkaar.

(-) Agnes: [Na de brug gaat het opnieuw steil omhoog. Dit is niet normaal meer. Waarom doe ik dit? Huilend sta ik over mijn stuur gebogen op adem te komen. Waarom wil ik dit? Er komen gedachten aan vroeger boven. Als ik als kind bij de tandarts in de stoel lag, bibberend voor de boor, dacht ik altijd aan de Here Jezus aan het kruis. Die gedachte hielp, maar nu waag ik me er niet aan. Als volwassene kan ik hier niet mee aankomen, dat voel ik wel. Waarom niet net als Alja de trein genomen, in minder dan een uur aan de andere kant van de berg?

Het is gewoon allemaal ijdelheid. Kijk mij eens, op m’n vijftigste. Er komt steeds een zinnetje boven uit het Magnificat zoals het gezongen wordt bij de zusters clarissen in Megen: ’De zelfverheffing slaat hij met paniek.’ Zelfverheffing, paniek.]

We beginnen de dag met een eucharistieviering. Agnes kiest psalm 133, een pelgrimslied van David: ’Hoe goed is het, hoe heerlijk als zusters bijeen te wonen.’ Als het gaat over de baard van Aüron moeten we lachen. We zien er misschien niet meer zo geciviliseerd uit, baarden hebben we nog niet.

Aan de rand van een verkeersweg met minstens zes rijstroken lopen we vast. We klampen wat mensen aan: ’Hoe komen we bij het fietspad langs de Tiber?’ Maar er is niemand die het weet. Dan is daar een fietser tussen alle auto’s, een blonde man, in een zwart hemd. ’Rijd maar achter me aan’, gebaart hij. In een straf tempo gaat hij voorop, opritten op en afritten af. Het is te gevaarlijk naar elkaar om te kijken of ieder nog kan volgen. De blonde engel stopt met een handgebaar het verkeer. Rechts, rechts en weer links: het is allang niet meer bij te houden, maar opeens staan we bij het begin van een fietspad. ’Dit almaar volgen en dan kom je vanzelf op het Sint-Pietersplein.’ En verdwenen is hij, nog voor we goed en wel handen hebben kunnen schudden.

Langs de Tiber gaat het nu langzaam maar zeker de stad in. De telefoontjes gaan onverminderd door; de geliefden beginnen zich in de richting van het plein te begeven. Wij drinken nog een koffie, buiten bij een bar. Ze bellen op, ongeduldig: Waar blijven jullie? Daar zijn de zuilen van het plein.

En daar staan ze.

’Fietsen met God’. Uitgeverij Balans, Amsterdam, 278 pag., 16,50 euro, ISBN 9789050187930.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden