Na tien eeuwen: 'Een onafhankelijk Macedonie willen we allemaal'

Vandaag spreekt de EG in Portugal over de erkenning van Macedonie. De Grieken staan niet te juichen over de komst van een nieuwe buur. Maar in de Macedoonse hoofdstad Skopje wordt een onafhankelijk Macedonie een garantie voor stabiliteit op de Balkan genoemd. En mocht die staat er niet komen, dan komt er een nieuwe oorlog in de Balkan, wordt er dreigend aan toegevoegd. Een reportage uit een verrijzend historisch land.

Of hij een plattegrond van Skopje heeft? Zonder succes probeert de gezette man zijn blik op een punt achter ons te fixeren. Nee, hij weet zelfs niet eens of die eigenlijk wel bestaat. En of de musea te bezichtigen zijn? Het zou hem verbazen, maar we moeten het maar proberen.

Open blijkt er inderdaad bijzonder weinig. Toeristen worden geacht uitsluitend op een doordeweekse dag hun opwachting te maken in de Macedoonse hoofdstad. Maar kaarten verkopen doen ze wel. Een kioskhouder moet er diep voor graven, maar dan komt van achter stapels Albanese, Servische en Macedoonse kranten en een enkel seksblaadje, een verbazingwekkend nieuwe en gedetailleerde plattegrond te voorschijn. Kosten 10 dinar, volgens de zwarte marktkoers het equivalent van een dubbeltje.

We schaffen maar meteen de nieuwe grondwet van Macedonie aan. Die is wat duurder, 1,50 gulden, maar je krijgt er dan ook een hele serie posters bij cadeau. Acht wel te verstaan, van de helden die begin deze eeuw van Macedonie heel kortstondig een zelfstandige staat maakten. Dertien dagen duurde deze Krushevo Republiek om precies te zijn, en de leider, Gotse Delchev, een schoolmeester uit Thessaloniki, was voor het goed en wel begon al dood. De rest kwam er niet veel beter van af; de opstand werd in bloed gesmoord.

Skopje op een zondag in februari. De temperatuur schommelt rond het vriespunt. Hier en daar ligt nog wat sneeuw, maar die is smerig geworden en verijst. In de Carsaja, de oude bazaar, zo ongeveer het enige deel van de stad dat de aardbeving van 1963 vrijwel onbeschadigd doorstond, hangt de lucht van geroosterd vlees. Michael Jackson vermengt zich met Turkse muziek, terwijl vanaf de vele minaretten die de lucht inpriemen de tijd voor gebed wordt aangekondigd.

In de smalle straatjes met kleine, armzalige winkeltjes die dicht tegen elkaar staan, hangen voornamelijk mannen rond. Ze verkopen geld en veters, poetsen schoenen en doen verder niets. Bij tijd en wijle begeven ze zich naar een van de vele koffiehuizen, waar ze worden bediend door kleine jongetjes die het gezicht in een geconcentreerde frons - uiterst voorzichtig de tot aan de rand gevulde smalle kopjes voor hen op tafel zetten.

Versufte kippen

Op de markt zijn de vrouwen in de meerderheid. Ze kopen wat er is - appels, uien en knoflook - en doen zich tegoed aan halva, mierzoete taart van meel, honing, melk, eieren en amandelen. Een man verkoopt vanuit de achterbak van een rode Zastava kippen. Versuft blikken de beesten om zich heen als ze aan hun poten worden opgetild. Een zigeuner probeert zelf opgenomen cassettebandjes te slijten. De talloze kinderen die zich om hem hebben verzameld zijn echter vooral geinteresseerd in zijn enorme getto-blaster die half-orientaalse klanken de wereld in stuurt.

Een doorsnee-zondag? Nee, toch niet. Op het Maarschalk Tito-plein, worden de voorbereidingen getroffen voor een manifestatie. Er verschijnen spandoeken met opschriften als 'Macedonie republiek' en 'We love Macedonia'.

Het plein, omgeven door socialistische hoogbouw die ooit wit van kleur moet zijn geweest, stroomt langzaam maar zeker vol. Veel oude mannen met grote grijze snorren, al dan niet geflankeerd door in bontjassen geklede vrouwen. Maar ook: mooie jonge jongens gehuld in spijkerbroek en zwart leren jack, het haar in een staart strak achterover gekamd.

Een onafhankelijk Macedonie willen we allemaal, zegt de leider van de studentenorganisatie die de bijeenkomst organiseert. Hij houdt een gloedvol betoog over de democratie die in deze regio immers haar bakermat heeft en over het paradijs dat dit land voor haar inwoners en voor iedereen die haar welgezind is ooit zal worden.

Macedonie. Bijna twee miljoen mensen in een gebied dat iets kleiner is dan Nederland. Er wonen Macedoniers, Albanezen, zigeuners, Turken, Serviers, Vlahs, ja zelfs 1 700 Egyptenaren. De etnische mengelmoes weerspiegelt de roerige geschiedenis van het gebied. Van alle kanten trokken er volkeren door: Bulgaren, Turken, Serviers en Grieken. Zelf voor het zeggen hadden de Macedoniers het zelden.

Aan het eind van de tiende eeuw riep Koning Samuil de eerste onafhankelijke Macedoonse staat uit. Lang bestond die niet. Keizer Basilius II van Byzantium hakte in 1014 bij Strumica de troepen van Samuil in de pan. Het verhaal gaat dat hij 14 000 krijgsgevangenen maakte die hij de ogen liet uitsteken. Een procent mocht zijn ogen behouden teneinde de rest terug naar huis te kunnen leiden. Volgens de overlevering stierf Samuil bij de aanblik van zijn gemolesteerde troepen.

Daarna hoorde de wereld pas weer van Macedonie in 1876, toen de Turken tienduizenden christelijke Bulgaren en Macedoniers afslachtten. De Russen kwamen te hulp, versloegen de Turken en gaven Macedonie aan het kleine Bulgarije cadeau. Frankrijk en Engeland, beducht voor teveel Russische invloed op de Balkan, namen Bulgarije dat geschenk op het Congres van Berlijn in 1878 weer af.

De toenmalige Britse premier Gladstone schijnt daar berouw over te hebben gekregen en moet op zijn sterfbed hebben uitgeroepen 'Macedonie voor de Macedoniers'. Dat vonden de Macedoniers zelf ook, en in 1893 richten twee linksgezinde schoolmeesters, Delchev en Damian Grouev, een geheim genootschap op onder de naam Intern Macedonische Revolutionaire Organisatie (IMRO). De leden zwoeren elkaar trouw op een bijbel waarop kruislings een dolk en een revolver lagen. De opstand die zij op 2 augustus 1903 ontketenden had echter maar kort succes. Binnen een maand hadden de Turken de Macedoonse dorpen platgebrand en in alle wegbermen stonden gepunte palen met opgespietste komitadji's, leden van revolutionaire comite's.

De Turken verdwenen kort daarop, maar dat bood Macedonie weinig soelaas. Na 1918 werd het opgesplitst tussen Bulgarije, Griekenland en Servie, die alle drie aanspraak maakten op het gebied en alle drie ontkenden dat er zoiets als Macedonie of een Macedoonse nationaliteit bestond. Pas na de tweede wereldoorlog kregen de Macedoniers een beetje hun zin. Tito gaf hen binnen Joegoslavie een eigen taal, een eigen republiek en eigen media.

Anderhalf jaar geleden bleek ook dat niet meer genoeg. Meegesleurd door de golf van nationalisme die Joegoslavie overspoelde, werd in Macedonie de roep om een eigen staat steeds luider en werden zelfs aanspraken op Bulgarije en Griekenland uit de kast gehaald. Hoofd van de nieuwe vrijheidsstrijders is Lupco Gorgiewski, ex-student letteren en schrijver van gedichten die - de meningen over zijn literaire kwaliteiten verschillen - afwisselend morbide, erotisch, pornografisch en avantgardistisch worden genoemd. Gesteund door vooral jongeren, die weinig vertrouwen hadden in de oude garde van communistische politici die gewoon van jas veranderden, wist hij met zijn partij, de nieuwe IMRO, eind 1990 de verkiezingen te winnen.

Ruim een jaar nadien weet de 27jarige partijleider, die met enige trots meldt "misschien wel een van de jongste politici in Europa" te zijn, nog steeds met verve te vertellen waarom Macedonie onafhankelijk moet zijn en waarom het een schande is dat de EG dat nog altijd niet heeft erkend. Hij verhaalt van de democratische traditie van het gebied - van de Bogomielen, die in de negende eeuw in opstand kwamen tegen de macht van de kerk en de feodale heersers. Het waren monniken, die zich tegen rijkdom verzetten en daar ook consequenties aan verbonden door sober te leven en zich een met het onderdrukte volk te verklaren. En dat gold ook voor de haiduks, jonge strijders die onder het Turkse juk hun leven waagden voor een onafhankelijk en democratisch Macedonie.

Maar de bleke, met zwarte baard en snor getooide erfgenaam van die opstandige traditie, verliest aan overtuigingskracht naarmate hij dichter bij het heden komt en jongste geschiedenis voor het gemak wat bijkleurt. "Wij wilden in eerste instantie een confederatie" , zegt hij, "en helemaal geen onafhankelijkheid. Maar toen Sloveniie en Kroatie vertrokken, bleef ons geen andere keus. Want het alternatief is leven in Servoslavie en we hebben voor de oorlog gemerkt wat dat betekent."

Maar het pad naar onafhankelijkheid, moet hij toegeven, is bepaald niet bezaaid met rozen. Want Macedonie, wat is dat nu eigenlijk? Een arm land vooral. Genvesteerd is er nooit erg veel, omdat de federale regering in Belgrado lang rekening bleef houden met een Griekse of Bulgaarse inval. En toen dat gevaar geweken was, was er gewoon geen geld. Bij gebrek aan werk trokken in de jaren zestig duizenden Macedoniers naar West-Europa. Wie is gebleven moet het doen met een gemiddeld inkomen van 120 gulden per maand. En dan heb je geluk, want wie geen baan heeft (ruim een kwart van de beroepsbevolking) krijgt nog niet de helft.

En bovendien, wie wil er eigenlijk een onafhankelijk Macedonie? Ruim 95 procent van de mensen die in september 1991 naar de stembus gingen, zegt men bij het ministerie van informatie. Maar lang niet iedereen nam die moeite. De Albanezen bijvoorbeeld, die het referendum massaal boycotten. Volgens de officiele statistieken maken zij met zo'n 400 000 mensen ruim 20 procent van de bevolking uit. Zelf ontkennen ze dat ten stelligste. Wij vormen bijna de helft in een land waar de Macedoniers in de minderheid zijn, zeggen zij. De relaties tussen de twee volken zijn op zijn zachtst gezegd niet best.

En de buurlanden Griekenland, Bulgarije en Servie staan ook al niet te trappelen om een onafhankelijk Macedonie.

Gorgievski, wiens eerste dichtbundel Apocalypse heette, kent de weerzin van zijn buren tegen een nieuwe staat. Hij haalt zijn schouders op en fluistert bijna onhoorbaar: "Er is geen weg meer terug" .

Onzichtbare vijand

Skopje op zondag. Bij de kiosk waar je de grondwet kunt aanschaffen wordt ook geld verkocht. De munt van de nieuwe staat, de makedonska, voorzien van helden uit lang vervlogen tijden, bestaat alleen nog symbolisch. Vooralsnog rouleert de dinar en die wordt in Belgrado gedrukt.

Maar het Joegoslavische leger is bezig Macedonie te verlaten en neemt haar hele hebben en houden mee. De magere protesten, dat Macedonie toch op zijn minst recht heeft op een deel daarvan (het heeft er eens ook aan meebetaald), hebben tot nu toe weinig gebaat.

Buiten Skopje verrijzen in de verte hoge, kale bergen. Een enkele droge, dorre rivier doorsnijdt het landschap. Een landschap, om maar zo snel mogelijk doorheen te reizen, een doorgangsgebied.

"Macedonie onafhankelijk" , zo verkondigt de ene na de andere spreker op het Maarschalk Titoplein in de Macedoonse hoofdstad. "Er ontstonden twee oorlogen om ons, en er komt een derde als de wereld ons niet erkent. Een onafhankelijk Macedonie is de beste garantie voor stabiliteit op de Balkan" , zegt de studentenleider.

Het publiek knikt en wiegt mee op de maat van de popgroep die een aantal keer 'Makedonija' rapt. Een twaalftal in witte hemden getooide volksdansers met patronengordels kruislings op de borst, beelden een herosche strijd tegen een onzichtbare vijand uit. Woest draaien ze in het rond en springen, een been vooruit, gestrekt omhoog. Baten doet het niet: een voor een storten ze, naar adem happend en naar hun hart grijpend, tenslotte allemaal machteloos ter aarde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden