Na termieten en rovers dreigen nu de rebellen

Eeuwenoude manuscripten in Timboektoe overleefden zandstormen en ongedierte maar lopen nu gevaar. 'Ze kunnen overal opduiken in veilinghuizen.'

Een Afrikaanse geschiedenis bestaat niet, stelde de vooraanstaande Britse historicus Hugh Trevor-Roper in 1963. "Zo'n geschiedenis zal in de toekomst misschien worden geschreven, maar tot op heden is er slechts de geschiedenis van Europeanen in Afrika. De rest is duisternis."

De Engelsman haastte zich te onderstrepen dat er in het verleden natuurlijk wel van alles gebeurde. Er waren veldslagen en veroveringen. Rijken kwamen en gingen, dynastieën bloeiden op en verdwenen weer. Maar volgens Trevor-Roper betrof het hier "het weinig verheffende rondtollen van barbaarse stammen in schilderachtige, maar niet ter zake doende uithoeken van de wereld." Geschiedenis? Dat was de onvermijdelijke gang naar de Vooruitgang zoals die in West-Europa viel waar te nemen. Afrika kende die vooruitgang niet. In die lijn had eerder ook de Duitse filosoof Friedrich Hegel vastgesteld dat Afrika geen 'historisch continent' was.

Afrikanisten en andere intellectuelen hebben afgelopen decennia proberen af te rekenen met dezek culturele arrogantie, maar ze blijft desondanks hardnekkig. Zo bleek in 2007 toen Nicolas Sarkozy in de Senegalese hoofdstad Dakar stelde dat 'de Afrikaan de Geschiedenis onvoldoende is binnengetreden'. Volgens de toenmalig Franse president tolde Afrika eeuwenlang in dezelfde cirkels rond en was er plaats voor het Vooruitgangsidee noch voor l'aventure humaine. Zelfs geschiedenis met een kleine 'g' werd het continent ontzegd. Jaren achtereen werd de grote orale traditie gereduceerd tot zang en dans. En het veronderstelde gebrek aan een literaire erfenis werd gezien als bewijs dat Afrika geen intellectuele tradities kent.

Het 'veronderstelde' gebrek, want in de Malinese stad Timboektoe tekent zich een heel andere werkelijkheid af. In kelders en koffers doken talrijke eeuwenoude teksten op. Ze bleken opgesteld in het Arabisch of in lokale talen als het Foela of het Wolof, en getuigen van het islamitische kenniscentrum dat Timboektoe tussen de 14de en 16de eeuw was. Niet alleen tref je er inventarissen, handelsregisters en juridische akten aan, ook zijn er teksten over geneeskunde, bestuurskunde, astronomie, wiskunde, en geschiedenis - om enkele disciplines te noemen. Tienduizenden, zo niet honderdduizenden manuscripten, tonen dat de stad in geen enkel opzicht onderdeed voor wat er rond die tijd in Europa aan kennis werd geproduceerd. Ze overleefden zandstormen, plotseling opkomende vloeden, termieten en rovers. Maar door een bizarre wending van het lot loopt de intellectuele erfenis van Afrika nu alsnog gevaar.

Dit voorjaar viel het noorden van Mali in handen van rebellerende Toeareg van het Bevrijdingsfront voor Azawad (MNLA). Ze riepen er de onafhankelijkheid uit maar werden vervolgens weer grotendeels uit het gebied verdreven door strijders van Ansar Dine, een salafistische groepering die van Noord-Mali een islamitische staat beoogt te maken. Niet alleen is de sharia op dit moment in Timboektoe van kracht en werden de eerste zweepslagen reeds uitgedeeld. Ook maakte Ansar Dine een begin met de vernietiging van eeuwenoude heiligengraven die zich in de stad bevinden. Daarbij gaat het om soefi-heiligen, behorend tot de mystieke variant van de islam. Orthodoxe soenni-moslims beschouwen heiligenverering als ketterij aangezien niets God-de-Enige vervangen kan.

De manuscripten, voor het merendeel geconserveerd in privébibliotheken verspreid door de stad, bleven tot dusver ongedeerd. Of dat zo blijft is niet gezegd. Veel teksten gaan over de islam, maar evenzoveel teksten hebben muziek, astronomie en magie tot onderwerp - eveneens 'ketterse' zaken, die door Ansar Dine evenmin op prijs gesteld zal worden. En zelfs als de strijders ze intact laten, dan nog bestaat het gevaar dat ze zullen bezwijken voor de verleiding ze te verkopen. De marktwaarde van de manuscripten wordt geschat op tientallen miljoenen euro's. "Het is niet uitgesloten dat we de manuscripten uit Timboektoe op korte termijn aantreffen in veilinghuizen waar ook ter wereld", stelde Marc Geoffroy, onderzoeker bij het Institut de recherche et d'histoire des textes, tegen het Franse weekblad La Vie.

Timboektoe werd in de 11de eeuw gesticht door Toeareg en groeide al snel uit tot een bruisend handelscentrum. Zout uit Taoedenni, goud uit de mijnen van Buré en slaven uit Ghana wisselden er van eigenaar. Een intellectuele en culturele impuls kreeg de stad, toen Kankoe Moessa, de leider van het Malinese Rijk waar Timboektoe op dat moment deel van uit maakte, in 1324 een tweejarige pelgrimstocht naar Mekka ondernam. De legende wil dat hij daar zoveel goud spendeerde dat de koers van het edelmetaal ter plaatse instortte en pas jaren later zou herstellen. Zoals dat vaker voorkwam bij vorsten in die tijd, keerde Moessa terug met in zijn gevolg tal van architecten, dichters en geleerden, gespecialiseerd in islamitische theologie, filosofie en wetenschap.

Dertig jaar later deed Ibn Battoeta Timboektoe aan. De beroemde 14de-eeuwse reiziger uit Marokko toonde zich verontwaardigd over de liberale omgang tussen mannen en vrouwen in de stad, terwijl zij toch moslim waren. Waarom stond een echtgenoot het toe dat zijn vrouw een bevriende man op bezoek ontving zonder dat hij daarbij was? Toen Ibn Battoeta daar iets van zei, kreeg hij van de echtgenoot de wind van voren: anders dan in Marokko vond men in Mali dat mannen en vrouwen ook met elkaar als vrienden konden omgaan zonder dat daarbij direct aan seks werd gedacht.

In de vijftiende eeuw werd Timboektoe de hoofdstad van het Keizerrijk van Songhai, een islamitisch rijk dat het Malinese Rijk opslokte en een aanzienlijk deel van West-Afrika besloeg. In navolging van Moessa, ging ook Askia de Grote, de vorst van de Songhai, op bedevaart naar Mekka en ook hij keerde terug in gezelschap van allerlei geleerden en kunstenaars. Rond de Sankoré-moskee in Timboektoe verrees een universiteit en meer dan 180 koranscholen die op hun hoogtepunt meer dan 25.000 studenten opleidden - een kwart van de bevolking in die dagen (ter vergelijking: Londen telde op dat moment ook 100.000 inwoners). Men kwam vanuit Egypte, Andalusië, Marokko of Ghana om colleges in de grammatica, wiskunde of poëzie te volgen.

In het verlengde daarvan ontstond een ware kenniseconomie, waarvan alle ambachten profiteerden: boekhandelaren, boekbinders, vertalers, en illustratoren. Handel en kennis beïnvloedden elkaar wederzijds. Karavanen in de richting van Agadez (Niger), Tichit (Mauretanië) of Sokoto (Nigeria) vervoerden niet alleen zout, zijde en tabak, maar ook een veelheid aan praktische informatie - over de banen van de planeten, de snaren van een muziekinstrument of het verbouwen van kolanoten.

Eind 17de eeuw werd het Songhai-rijk verslagen door de sultan van Marokko en zette het verval van Timboektoe geleidelijk in. Avonturiers uit West-Europa waren altijd gefascineerd geweest door verhalen over de afgelegen en geheimzinnige stad. In de eerste helft van de negentiende eeuw rivaliseerden Britse en Franse ontdekkingsreizigers om haar als eerste te bereiken. Tijdens een zeven maanden verblijf in 1853 ontdekte de Duitse antropoloog Heinrich Barth wat Timboektoe's werkelijke schatten waren. Niet de vermeende goudvoorraden, maar tienduizenden half vergane documenten en manuscripten. Hij stuitte op de 'Tarikh al-Soedan', een kroniek van het Songhai-rijk, in 1655 geschreven door Abdoelrahman Saadi, waarin gedetailleerd de gewoonten en gebruiken worden geschetst van de bevolking van de tegenwoordige Sahel. Saadi schreef ook de 'Tarikh al-Fattash', waarin ook de geschiedenis van het Malinese Rijk aan de orde komt.

Sinds 1973 ijvert het Centre de Documentation et de Recherches Ahmed Baba (CEDRAB), opgezet op initiatief van Unesco en de Malinese regering, voor het behoud van de intellectuele erfenis van Timboektoe. Baba (1556-1627) was auteur van meer dan veertig boeken en geldt als een van de grootste geleerden uit Timboektoe's Gouden Eeuw. Tot de inname van de stad telde het CEDRAB zo'n 20.000 manuscripten. Volgens de spaarzame berichtgeving zou het centrum inmiddels zijn beroofd van zijn computers en huisraad, maar bleven zijn ware schatten onaangeroerd. Ze zouden inmiddels naar veiliger oorden zijn overgebracht.

Het overgrote deel van de manuscripten is in handen van privépersonen en wordt niet zelden onder erbarmelijke omstandigheden bewaard. Pogingen om ze onder hoede van het CEDRAB te krijgen, bleven de afgelopen jaren vaak vruchteloos. Al was het maar omdat het verhaal gaat dat de half vergane boekenkisten baraka (zegenrijke kracht) bevatten en het openmaken ervan het ongeluk over de bezitters zal afroepen.

Ook de vrees dat de familiegeheimen op straat komen te liggen, zou volgens sommige onderzoekers een factor zijn. Want de collecties bevatten lang niet alleen werken van wetenschappelijke aard. Er zitten ook correspondenties en dagboeken tussen. Daaruit zou in een aantal gevallen blijken dat notabele families uit de stad van Joodse afkomst zijn - een feit dat ze liever verhullen. Of neem het dagboek van een vrouw die in de 18de eeuw leefde en op haar 15de getrouwd was met een impotente 75-jarige grijsaard. Desondanks had zij kinderen, die dus wel buitenechtelijk moesten zijn. In een traditionele samenleving als die van Mali niet iets waar je je op laat voorstaan.

In een aantal gevallen zetten families eigen bibliotheken op. Momenteel bevinden zich daar zo'n 25 van in Timboektoe. Dat gegeven zou wel eens de redding van de manuscripten kunnen betekenen, aangezien salafisten de intimiteit van een huis doorgaans respecteren.

Een aanzienlijk deel van de manuscripten en documenten is nog nooit serieus door moderne wetenschappers bestudeerd. Zeker is wel dat werken als de Tarikh al-Soedan of de Tarikh al-Fattash van eminente betekenis zijn voor de bestudering van de geschiedenis van de regio. Ook verlenen de manuscripten sub-Saharaans Afrika de historische dimensie die haar door eurocentristische historici als Trevor-Roper werd onthouden, juist omdat zij de spiritualiteit en het intellectuele raffinement van pre-koloniaal Afrika laten zien. Daarbij tonen ze dat de regio tot bloei kwam dankzij de dynamiek tussen de transtribale handel en het 'massa-onderwijs' van de koranscholen.

Het werk van een Afrikaanse soefi-sjeik als Oesmane Dan Fodio (1754-1817) bewijst volgens sommigen dat prekoloniaal Afrika een gematigde islam cultiveerde die oog had voor de wereld. Heel anders dan de islam zoals die in de Arabische wereld werd beleden. In de periode van Dan Fodio ontwikkelde Mohammed Abdoel Wahhab op het Arabisch schiereiland zijn ultra-orthodoxe variant van de islam, het wahabisme en is de belangrijkste inspirator van het salafisme. Het is ironisch dat uitgerekend deze variant van de islam zich nu meldt bij de poort van Timboektoe.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden