Na succes van Sotsji is bobslee terug bij af

interview | Esmé Kamphuis kiest voor een carrière als gynaecoloog. 'Vierde plaats is mooie erfenis die de sport niets heeft opgeleverd.'

Esmé Kamphuis moest voor bobsleeën vliegangst overwinnen, nog altijd durft ze niet in een achtbaan. Haar eerste afdaling maakte de toenmalige meerkampster in de veronderstelling dat het een eenmalig avontuur zou zijn waarin ze doodsangsten zou uitstaan.

Toch werd bobsleeën haar passie. Tien maanden na haar afscheid wellen de tranen nog in haar ogen op bij het idee dat het is afgelopen. Pas recent vond een reusachtige foto van een van haar olympische afdalingen een prominente plaats in haar flat in Amsterdam.

"Het is lang te pijnlijk geweest om aan bobsleeën te worden herinnerd", is haar verklaring. "Pas sinds kort kan ik met een glimlach naar die foto kijken. Ik heb na Sotsji tegen iedereen geroepen: tot volgend jaar. Na mijn vierde plaats voelde stoppen onaf. Als het dan buiten koud en donker wordt, spookt dat door je hoofd."

Kamphuis wil een wedstrijd bezoeken om afscheid te nemen van de bobsleewereld. "Ik bekijk tegen die tijd of het emotioneel niet te veel losmaakt, of ik niet meer wonden openmaak dan dat ik hecht. Ja, zo erg is het geweest. Heel veel huilen. Het was mijn leven, het is raar om dat los te laten."

Afgelopen zomer luidde het bericht: Esmé Kamphuis stopt met bobsleeën omdat NOC-NSF de ondersteuning stopt. Dat ligt genuanceerder. Kamphuis heeft er zelfs begrip voor dat de sportkoepel de handen van de structuurloze bond heeft afgetrokken. De beperktere steun die ze zelf op projectbasis kon krijgen, sloeg het financiële fundament weg onder haar ambities. Bovendien was remster Judith Vis gestopt en de coach weg. Maar het zwaarst wegend op de balans: Kamphuis stond voor een te belangrijke maatschappelijke keuze.

"Na Sotsji smaakte de vierde plaats naar meer. Afgelopen zomer stopten tien van de twintig toppiloten, het niveau is omlaag gegaan, ik had met twee vingers in de neus medailles kunnen winnen. De intentie was doorgegaan, maar onverwacht kreeg ik een gouden medaille op maatschappelijk gebied voorgehangen. Er kwam vroegtijdig een plaats vrij in de opleiding gynaecologie."

"Zoals veel mensen naar Olympische Spelen willen, zo willen veel mensen gynaecoloog worden. Die kans is niet iedereen gegund. Ik had nog sportieve ambities, maar ik kon het mezelf als 31-jarige in die situatie niet verantwoorden om daarvoor te kiezen."

"Ik ben in 2009 afgestudeerd in medicijnen. Het idee was erna werkervaring opdoen en daarna sportarts worden. Maar ik werd tijdens mijn co-schappen volledig gegrepen door gynaecologie. Ik heb uitdaging nodig, ik moet geprikkeld worden, hard werken, presteren onder druk. De elementen die mij aantrekken in de topsport zie ik terug in dit vak."

Is deze studie een adequate vervanger voor bobsleeën?

"Geen vervanging, maar het is zeker mijn andere passie. Ik mis het vooral geen atleet meer te zijn. Dat was vroeger al zo toen ik continu geblesseerd raakte maar de meerkamp niet kon loslaten. Iets meer dan een week na de Spelen stond ik op het rugbyveld. Dat is een sport waarin ik mijn energie kwijt kan. Ik heb de bondscoach van Sevens al aan de lijn gehad, maar een opleiding en weer topsport gaan niet samen. Ik kan en wil die opleiding niet half doen. In een ziekenhuis gaat het om levens, dat kan ik niet verantwoorden."

Ondanks de belabberde situatie in het bobsleeën had Kamphuis onder andere omstandigheden zo kunnen doorgaan. "Als ik echt iets wil, laat ik niet los, zal niemand mij tegenhouden."

"Ik heb veel geleerd, daar heb ik de rest van mijn leven iets aan. Doorzetten, hard werken in teamverband, in jezelf geloven en nooit opgeven. Hoe hard iedereen ook roept dat het niet kan: je hebt geen bobbaan in Nederland, je bent vrouw, je durft niet in achtbanen. Toch doorzetten en vierde op de Spelen worden. Dat werd door de andere internationale teams in Sotsji gevierd als medaille voor een klein land."

Vier jaar lang kreeg Kamphuis het azijn van bondscoach Tom de la Hunty ingewreven: 'Women are there to be seen, not to be heard'. "Die man vond echt dat vrouwen niet in de bobsport thuishoorden, vrijwel dagelijks hoorde ik: 'Jij zal nooit een medaille winnen'."

"Toch heb ik hem daar later voor bedankt. Doordat hij het mij zo moeilijk heeft gemaakt, ben ik mentaal zo sterk geworden dat ik er sta op de momenten dat het moet. Het heeft me in mijn ontwikkeling als piloot gestagneerd, maar mentaal sterk gemaakt. En toen ik eenmaal geloofde dat ik voor niemand hoefde onder te doen, kwamen de prestaties vanzelf."

Het Nederlandse bobsleeën is terug bij af. "Je laat voor je gevoel een mooie erfenis na die eigenlijk niets oplevert. Er is een aantal dingen niet goed gegaan. De bondscoaches kregen volledig mandaat, ze waren verantwoordelijk voor het hele programma en de structuur. Uiteindelijk worden ze afgerekend op wat er gebeurt op de Olympische Spelen. Als het erop aankomt is het fundament van de sport voor hen dus helemaal niet zo interessant."

"Bobsleeën mist een doorlopend programma. Elke keer na de Spelen valt alles als een kaartenhuis in elkaar. Na Vancouver, waar wij achtste werden, moesten we draaien op een budget van 50 procent van wat nodig is voor een seizoen op topniveau. Bobsleeën is een ontzettend dure sport, onder de ton per jaar kom je er niet. Vorig jaar werden we door de Duitsers als grote concurrent gezien, al onze geplande trainingsruns op hun banen werden geschrapt. We hadden ineens 20.000 euro extra nodig om onze bob naar Amerika te vliegen voor de noodzakelijke trainingsruns."

Het pad van obstakels is volgens Kamphuis de charme van het avontuur. In de pioniersjaren van afzien liggen de mooiste herinneringen. Samen met remster Tamara Aipassa reisde ze Europa door. Ze hadden geen idee van wat er kon gebeuren en wonnen ineens een medaille in de Europa Cup.

"We huurden voor een paar euro een kamertje bij bejaarde Duitsers. We hadden geen coach, alleen een oud busje en een aan elkaar geducttapete bobslee die we amper met zijn tweeën konden tillen. We moesten al onze charmes in de strijd gooien om het ding überhaupt in en uit de bus te krijgen."

Een vierde plaats, ook al viel het team vlak voor de Spelen uit elkaar

Het is een wonder dat Esmé Kamphuis en Judith Vis in Sotsji de beste Nederlandse bobsleeërs ooit werden. Na een dramatische seizoenstart was de situatie binnen het team tijdens de Winterspelen te explosief om optimaal te kunnen presteren. Problemen met bondscoach Nicola Minichiello, die haar vertrouwen in het team had opgezegd, zijn binnenskamers gebleven. "Olympische druk doet rare dingen met mensen", aldus Kamphuis. "Het doet de een boven zichzelf uitstijgen, de ander bezwijkt eronder."

Waar Kamphuis geloofde in een medaille, daar stelde oud-wereldkampioen Minichiello de doelen bij. "Ze geloofde er niet meer in, dat merkte je aan alles. Na de Kerst heeft ze dat uitgesproken: 'We moeten realistisch zijn, een medaille gaat het niet worden'. Van samenwerking was in Sotsji nauwelijks sprake meer. Er was onrust in het kamp, ook bij de mannen. Ik was eigenlijk het hele seizoen druk met managen dat er rust kwam, dat de remmers tevreden waren en we de coach onder controle hadden. Uiteindelijk besefte ik dat Judith en ik het moesten doen, op één lijn moesten zitten. Ik zette de knop in mijn hoofd om, ik voelde me niet schuldig meer om dingen op mijn eigen manier te doen. Wat ik mezelf verwijt is dat ik niet eerder heb ingegrepen."

"Na de vierde plaats is er niets samen met de staf gevierd. Het was tot een clash gekomen. Iedereen, ook de coach, had alles voor de Winterspelen opzijgezet. Jammer dat we die vierde plaats niet met zijn allen hebben kunnen vieren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden