Na schooltijd nog even buiten spelen? Ondenkbaar in China

Beeld Sjoerd van Leeuwen

De achtjarige dochter van China-correspondent Eefje Rammeloo gaat naar een Chinese school in Shanghai waar de druk steeds verder wordt opgevoerd. Daarom hopen de ouders op een nieuwe school: internationaal, veel duurder, maar met minder prestatiedwang.

Met open mond wandelen we door de gangen van het Wellington College. We zagen al eerder internationale scholen, maar deze luxe slaat alles: twee zwembaden, ateliers, een muziekstudio, een theaterzaal met rode pluche stoelen, een orkestbak en een regieruimte. De vijfhonderd stoelen zijn niet genoeg voor alle leerlingen, dus zijn er meestal meerdere voorstellingen na elkaar, vertelt de vrouw die gaat bepalen of mijn achtjarige dochter – laten we haar Lisa noemen – naar deze basisschool (maatje megastad) mag. Aan de muur hangen foto’s van opvoeringen in decors die in ‘echte’ toneelvoorstellingen niet zouden misstaan.

Sinds vijfenhalf jaar wonen mijn man, twee kinderen en ik in een bescheiden flatgebouw van dertig verdiepingen in Shanghai, een van de grootste steden ter wereld. We wonen als expats in een volkswijk, tussen de Chinezen. We zijn allebei zelfstandig ondernemer, en er is dus geen werkgever die de duurdere dingen van het Chinese leven betaalt. Onderwijs is zo’n ding.

We geven de mevrouw die ons rondleidt onze liefste glimlach – want zonder de beurs die de school aanbiedt, lukt het sowieso niet. Een jaartje basisschool aan deze Shanghai-vestiging van de Britse privéschool kost namelijk zo’n 40.000 euro. Wat zouden we Lisa graag naar dit Wellington College sturen: hoog niveau, maar met minder prestatiedruk dan de Chinese privéschool waar ze nu op zit.

Twee blonde kinderen

Het curriculum van alle Chinese scholen, zowel openbaar als privé, is voor de gemiddelde Nederlandse ouder afschrikwekkend. Presteren is waar het om draait. In haar klas op de Chinese privéschool Jincai – met internationale afdeling – is Lisa een van de twee blonde kinderen. Een klein deel van de leerlingen komt uit Zuid-Korea, India en Japan. Het merendeel is Chinees, met een paspoort uit Hongkong, Nieuw-Zeeland, Australië of Canada.

Steeds vaker mijden ook Chinese ouders het openbare schoolsysteem in hun eigen land. “De druk!” roepen de ouders uit Lisa’s klas eensgezind als ik ze vraag naar de reden om voor Jincai te kiezen. Terwijl wij op Jincai de druk voor Lisa al veel te hoog vinden. “Ik heb zo veel verhalen gehoord over al het huiswerk en de verschrikkelijke competitie op openbare scholen. Ik wil niet dat mijn kind die stress doormaakt en dan teleurgesteld raakt”, zegt James’ Chinese moeder Jing. “Happy learning is belangrijk.” Iris, de moeder van klasgenootje Han, zegt: “Mijn man en ik willen dat Han problemen leert op te lossen, leert met mensen om te gaan. Het gaat niet alleen om de academische ontwikkeling.”

Het heeft iets tragisch, al die ouders die hun kinderen plezier en ontspanning gunnen, maar zelf de lat hoog blijven leggen – ook op privéscholen. Neem het vak Chinees: zonder dat wij het wisten, werd onze dochter ingedeeld in de groep met het hoogste niveau. Na een paar maanden bleek het niet goed te gaan met Lisa. Ze sprak wel goed Chinees, maar van karakters had ze geen kaas gegeten. Dan gingen we toch gewoon een tandje harder lopen, stelde haar docente voor. De meeste ouders halen immers elke middag na school een bijlesleraar in huis om het niveau hoog te houden. Met veel gesoebat lukte het ons om Lisa in de klas met het laagste niveau te krijgen.

Leren zullen ze

Dit voorval tekent het verschil tussen ons als Nederlanders en de Chinese ouders. Die vragen juist om meer huiswerk. Ook als hun kind moe is, moet het thuis nog eindeloos opdrachten maken. Bij ons thuis ligt de lat lager. Lisa blijkt als enige in haar klas om acht uur in bed te liggen. Tien, elf uur is de gangbare bedtijd. Want wanneer moet je anders wiskunde, Engels en Chinees huiswerk maken, een 3D-model van een oor knutselen én een boek lezen? Oh ja, misschien ook nog even eten en tv kijken? Het Chinese schoolsysteem heeft geen tijd voor kinderen die ‘er nog niet aan toe zijn’. Leren zullen ze.

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Buitenspelen of een beetje aanklooien is er niet bij. Op de kleuterschool beginnen de kinderen met pianoles, een sport als jiujitsu of kung fu, en natuurlijk Engelse les. Toen we verhuisden naar een nieuw appartement, maakte Lisa kennis met een Chinees buurmeisje. Ze hadden een paar dagen veel lol, speelden met poppen en knutselden. Het was de week na Chinees Nieuwjaar, het was nog vakantie. Maar toen het dagelijks leven weer begon, klopte Lisa na school tevergeefs op de deur van de buren. Het vriendinnetje zagen we niet meer – ze moest huiswerk maken. En repeteren. We hoorden haar eindeloos toonladders oefenen op haar viool.

De resultaten van alle prestatiedrang zijn ernaar. In 2012 bleek dat 15-jarigen uit Shanghai in het onderzoek van Pisa (het onderwijsbureau van de internationale organisatie Oeso) het hoogst scoorden in de belangrijkste categorieën: wiskunde, lezen en de exacte vakken.  Hoewel de uitslagen niet representatief zijn voor alle scholieren in China – de kloof tussen stad en platteland is onpeilbaar diep – waren onderwijscritici het er wereldwijd over eens dat de openbare scholen in Shanghai topprestaties leveren.

Onlangs heeft Peking bepaald dat het land in 2025 een innovatieve grootmacht moet zijn. Er zijn mijlpalen nodig, uitvindingen, ontdekkingen. Chinese ouders voelen dit ideaalbeeld van de Communistische Partij op hun schouders drukken. Tel dat nog eens op bij de moordende concurrentie bij het ‘gaokao’, het nationaal eindexamen waar alleen voor de meest uitmuntende leerlingen een plek op een topuniversiteit is weggelegd.

Ik verbaas me dan ook over klachten van Nederlandse ouders over hun kinderen die zo hard zouden werken op school. Als ik de activistische Nederlandse podcastmaker Jennifer Pettersson mag geloven, die zelf in Zweden opgroeide, is het met het onderwijs in Nederland slecht gesteld wat betreft de druk en het gebrek aan creatieve vakken. Zij meent dat Nederlandse kinderen al moeten leren lezen als ze daar nog helemaal niet aan toe zijn. Haar dochter doet ‘maar een keer in de vijf weken iets beeldends’. Als ik mijn Nederlandse vrienden vraag hoeveel huiswerk hun kinderen hebben, blijkt dat hooguit één velletje sommen per week te zijn. Een vriendin die ook docent is, zegt resoluut: school is school en thuis is thuis. Tijdens reisjes naar Nederland zie ik kinderen na school buitenspelen – ondenkbaar in Shanghai.

Onze dochter krijgt dan weer wel drama, muziekles, kunst en gym van vakdocenten. Hartstikke gaaf. En in de thema’s die telkens een week of vier duren, wordt veel geknutseld. Maar lang niet altijd op school: het meeste ‘beeldende werk’ doen we thuis. Naast al het andere huiswerk.

Discriminatie

De meeste buitenlandse ouders verlaten China voordat hun kinderen de basisschoolleeftijd bereiken. Een buitenlands kind heeft namelijk niet hetzelfde recht op gratis onderwijs als een Chinees kind. Die discriminatie is uit nood geboren, want de openbare scholen in Shanghai zijn goed, maar ook bomvol; na lokale kinderen komen kinderen uit de rest van China, Hongkong en Taiwan aan de beurt. Mocht er daarna nog een stoel over zijn, dan moet de school maar net zin hebben in zo’n excentriek buitenlands gezin, dat de sociale en emotionele ontwikkeling van hun kind net zo belangrijk vindt als hoe je 7524 met 4636 vermenigvuldigt of hoe fotosynthese werkt.

Het standaard rode sjaaltje om de nek (een symbool voor de ‘martelaren van de Communistische Volksrepubliek’) van leerlingen in deze leerfabrieken en de loodzware boekentassen op wieltjes zijn voor steeds meer Chinezen uit de middenklasse een schrikbeeld. Als ze het vele schoolgeld kunnen betalen, kiezen zij net als wij liever voor een internationale school waar de druk wat lager ligt.

Veel basisscholen hier zien het gat in de markt en bieden nu, net als Jincai, een buitenlands curriculum aan. Ze richten een hoekje van de school in als international department. Ouders betalen er meer (ongeveer 10.000 euro per jaar) dan voor een gewone Chinese school, maar nog niet zulke exorbitante bedragen als op de luxe internationale scholen: tussen de 30.000 en de 40.000 euro per jaar. Dit zijn vaak vestigingen van gerenommeerde Amerikaanse, Britse of Singaporese scholen met klinkende namen als Eton, Dulwich, YK Pao of ‘ons’ Wellington – goed voor duizenden aanmeldingen per jaar. Die scholen staan volledig los van het Chinese systeem; leerlingen mogen bijvoorbeeld niet eens een Chinees paspoort hebben.

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Het aantal leerlingen aan internationale scholen in China steeg de laatste vijf jaar met 63,6 procent – ook vanwege de toestroom van kinderen van Chinezen. Het aantal internationale scholen nam er ook toe – van een handjevol twintig jaar geleden tot 857 dit jaar, meldt onderzoeksbureau ISC Research.

Gek genoeg zijn het dus de Chinese ouders die de zo gehate druk zelf weer opvoeren. Ze kunnen het niet helpen. Niet alleen kruipt het bloed waar het niet gaan kan, met de keuze voor een internationale school verspelen ze ook het recht om mee te doen aan het nationaal eindexamen. Er zijn topresultaten nodig voor toelating tot een buitenlandse universiteit – toch de ultieme droom van menig Chinese ouder. Het is hún kind of het kind van de buurman.

Inmiddels komt onze Lisa goed mee in de wiskundeles. Ze maakt staartdelingen en vermenigvuldigt duizendtallen alsof het niets is. Nog even voor de duidelijkheid: ze is net acht. Ook lezen en schrijven in Engels en Chinees lukt steeds beter. Natuurlijk ben ik daar trots op. Ik voel hier goed hoe moordend de concurrentie op de arbeidsmarkt is als Lisa straks groot is – dan heeft ze maar mooi het beste uit beide werelden in haar zak.

Om de druk wat van de ketel te halen, gaat ze in het weekend lekker op in haar fantasiewereld. Ze bouwt hele steden van Lego. Terwijl haar klasgenootjes op zaterdagmiddag viool-, skate- en schaakles aaneenrijgen, maakt Lisa vol overgave tekeningen en nutteloze, vormeloze kunstwerken. Ik laat haar, want ik ben Nederlands genoeg om het fenomeen aanklooien op waarde te schatten.

O, en ze werd niet toegelaten tot Wellington, dus op zondagavond oefenen we even extra hard op haar Chinese karakters. 

Lees ook:  

Xiao Yong (14) werkt hard aan zijn cv

Chinese leerlingen moesten altijd al presteren. Maar juist nu de overheid probeert de druk wat te verlichten, nemen de ouders het over.

Waarom is thuisonderwijs nog verboden?

Het woord ‘thuisonderwijs’ bezorgt veel mensen een lichte huiver. Maar is het eigenlijk geen prima oplossing voor het nijpende lerarentekort?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden