Na schaakvakantie ligt Loek van Wely eindelijk weer op schema

TILBURG, WIJK AAN ZEE - “Schakers hebben één principe, het principe van het geld.” Toen Loek van Wely na zijn imponerende optreden in Groningen - hij sneuvelde bij het WK-toernooi pas in de vijfde ronde tegen Michael Adams - een cheque van 96 000 dollar in de handen kreeg gestoken, waren er onmiddellijk journalisten die meer te weten probeerden te komen over de besteding van dat kapitaal. Van Wely wilde geen kinderachtig antwoord geven en noemde prompt een BMW met imponerend typenummer.

“Tja”, grinnikt Van Wely twee weken later in een Tilburgs café, “met dat antwoord heb ik nogal wat uitgelokt. De buitenwereld moet wel een slecht beeld van ons hebben. Iljoemsjinov (Fide-voorzitter) speelde voor Sinterklaas en wij zijn met zijn allen om de boom (? - red.) gaan zitten voor de cadeautjes. Schakers worden op deze manier natuurlijk als geldwolven afgeschilderd.”

'Het principe van het geld' - Loek van Wely beroert een thema dat na de absurd hoge geldbedragen die in Groningen en Lausanne omgingen, de hele schaakgemeenschap in zijn greep heeft. Met het WK-nieuwe stijl hadden de Fide-bobo's een dubbel doel voor ogen: er was het beoogde warme contact met Samaranch om de sport een olympische status te geven (de standplaats Lausanne - thuisbasis van het Internationaal Olympisch Comité - was niet toevallig). Daarnaast werd het wenselijk geacht, dat alle schakers zich weer onder één paraplu zouden scharen.

Met de olympische godfather Samaranch zal het best goed komen, maar dat de eenheid in eigen kring een utopie is, bleek al toen Gary Kasparov en Vladimir Kramnik om verschillende redenen de invitatie van Fide-chef Kirsan Iljoemsjinov negeerden.

In de mondiale schaakfamilie heerst - of liever heerst nog steeds - een volstrekte chaos. Wie mocht denken dat het prestigieuze dubbelevenement in Groningen en Lausanne duidelijkheid heeft verschaft over het bezit van de wereldtitel, komt bedrogen uit. Loek van Wely spreekt namens een meerderheid van de schakers als hij de kersverse titel van Anatoli Karpov een farce noemt. “Karpov?. . die noemde zich vooraf al wereldkampioen en dat doet hij nog steeds. Pff. . het zou wat. Men accepteert in het algemeen dat Kasparov wereldkampioen is en Karpov niet. Het enige verschil dat dit toernooi heeft bewerkstelligd, is dat iedereen rijker is geworden. Geloof me, iedereen is blij met zijn cheque, dat is echt alles.”

Stammenstrijd

Zijn er dan geen scrupules? Gelden er geen morele wetten in het schaken? Zelfs PCA-voorvechter Nigel Short liet zich zonder gêne zien bij de wereldtitelstrijd van het vijandelijke kamp. Van Wely kan niet anders dan zijn eerdere stelling herhalen. “Het geld, ja. Schakers zijn nu eenmaal opportunistisch. Het is moeilijk iedereen op één lijn te krijgen.”

De stammenstrijd blijft. De oude standpunten zijn bij de opening van het Hoogovensschaak-toernooi weer te horen. Luister bijvoorbeeld naar de (ongetwijfeld gespeelde) verzuchting van Anatoli Karpov bij een korte, ingelaste persconferentie in Wijk aan Zee: “Als Kasparov zich consequent niet bereid toont te spelen om de wereldtitel, wat moet je dan?” En Jan Timman verkondigt voor de zoveelste keer dat een forum van grootmeesters zich zou moeten buigen over de zich voortslepende problematiek.

“Kasparov moet wel weer een keer zijn titel gaan verdedigen”, beaamt Loek van Wely. “Daarom is het jammer dat Anand de finale niet won. Hij had door de lange reeks wedstrijden beslist op meer acceptatie kunnen rekenen. De prestaties die hij heeft geleverd, waren wel een match om de titel waard. Inderdaad, dat impliceert dat ik Kasparov als de echte titelhouder beschouw. Onder welke vlag hij zijn tweekamp gespeeld heeft, doet er niet toe. Hij heeft gewoon die match tegen Short gespeeld en gewonnen. Mijn sympathie gaat wat dat betreft uit naar Kasparov: ik weet zelf ook wat het is problemen met de bond te hebben, alhoewel ik mezelf niet uitroep tot Nederlands kampioen.”

Het hoge woord is eruit. Loek van Wely weet wat het is om met bobo's rollend over de grond te gaan. De nationale topschaker heeft al bij twee NK's verstek laten gaan, de laatste keer omdat hij zich, naar eigen zeggen “genaaid voelt door de bond”. In 1996 kreeg de Tilburger een zware boete (4500 gulden) opgelegd, toen hij het nationale onderonsje oversloeg en naar Elista vertrok om Gata Kamski te assisteren bij zijn WK-finale tegen Karpov. Van Wely: “Daarom laat het NK me totaal onverschillig. Ik voel me gepiepeld. En wat me evenmin aanstaat: als ik aan dat toernooi meedoe, wil ik ook dat het ergens om gaat. Met Ivan Sokolov en Predrag Nikolic als deelnemers heb ik dat gevoel niet.”

Loek van Wely heeft zich voorgenomen geen water bij de wijn te doen. “Er zijn momenten in het leven dat je op je strepen moet staan. Die boete wil ik terug en de aanwezigheid van de Bosniërs aanvaard ik alleen, als zij ook bereid zijn voor de nationale equipe uit te komen.”

De ergernis zit diep bij de 25-jarige schaker. Van Wely bezweert daarom dat de hele affaire op veel meer dan flauwe koppigheid is gebaseerd. “Om mijn onbehagen te begrijpen, moet je mijn hele carrière onder de loep nemen. Het zat in de kleine dingen. Met startgelden werd ik - als jongste speler - regelmatig beetgenomen. Deed Jan Timman mee aan een toernooi, dan kreeg hij een suite en ik bij wijze van spreken een bovenkamertje. Ik maakte daar wel eens opmerkingen over, maar werd nooit serieus genomen.”

“Ik voel me nu in geen enkel opzicht iets verschuldigd aan de bond, omdat de vroegere begeleiding van de KNSB nul komma nul voorstelde. Ik kreeg tot mijn zestiende training van Cor van Wijgerden en dat was het dan. De laatste negen jaar heb ik op eigen benen gestaan. Als je dat vergelijkt met de de faciliteiten die anderen kregen, is het beeld schrijnend. Kijk naar Piket, die ging op stage naar Moskou, op stage naar Montpellier. Hij kreeg support voor het bijwonen van de jeugd-WK's, terwijl ik te horen kreeg 'betaal het zelf maar'. Pas toen ik 19 was en dus volgens de reglementen nog één keer mee mocht doen, hadden ze in de smiezen dat ik misschien wel jeugdwereldkampioen kon worden. Toen was er opeens wel zevenduizend gulden om mij uit te zenden. Ik reageerde destijds net zo rechtlijnig. 'De groeten', heb ik bij die gelegenheid gezegd.”

Terug naar de actualiteit: na een periode van relatieve anonimiteit valt de naam van de Brabander de laatste maanden weer regelmatig in de krantenkoppen te turven. 'Loekie' wijst een vakantieperiode op Cuba aan als het omslagpunt. “Na het glastoernooi in Hoogeveen heb ik die rustperiode ingelast. Over mijn spelniveau in heel 1997 was ik eigenlijk wel tevreden, maar op de een of andere manier maakte ik geen punten meer. Maar bij het Frigemtoernooi was er al herstel en daarna ging het hard: een zege bij het snelschaken in Gouda en het Hoogovenstoernooi in Amerika (Merrillville) en tenslotte Groningen. Daarom heb ik hoge verwachtingen voor Wijk aan Zee.”

Dat het publiek op grond van de recente resultaten meer van hem verwacht, benauwt de 'Barney van Groningen' niet. “Ik denk daar niet zo over na. Mijn rating is vrij laag. Timman staat in elo-punten boven mij, dat zal sommigen verbazen. Geen probleem: ik denk dat ik enorm veel punten kan winnen in Wijk aan Zee.”

Maar gaat het dan niet om andere dingen? Toernooien winnen? Eerste plaatsen en hoofdprijzen?

“Klopt. Maar dat is natuurlijk niet eenvoudig. Wijk aan Zee is toch sterk bezet dit jaar, met Karpov, Anand, Kramnik, Topalov, Sjirov, Gelfand, Salov en Polgar.”

Jomanda

Van het ene op het andere moment tovert Van Wely een schaterlach te voorschijn. De reden wordt snel duidelijk. De grootmeester begint, als was hij een mannelijke tegenhanger van Jomanda (“Ik krijg voor u het getal vier door”), met een cijfermatig spelletje. Zonder hulp van hogerhand vertelt hij: “Ik zat laatst een keer te tellen hoeveel punten ik in Wijk aan Zee kon halen. Toen kwam ik uit op tien en een half. Dat beschouw ik dan als een optimale score. Ik geef Karpov, Anand, Kramnik, Gelfand en Salov namelijk remise. Van de Nederlanders moet ik kunnen winnen, datzelfde geldt voor Adams, Sjirov, Polgar en Topalov, want die liggen me wel. De gedachte erachter is dat ik het - normaal gesproken - lastig heb tegen de eerste vijf. De eerste drie zijn erg goed, Gelfand en Salov zijn stugge jongens die me zouden kunnen flessen in een duw- en trekstelling. Voor de rest ben ik niet benauwd. Ik kan ook laat in de partijen toeslaan. Het eindspel is een van mijn betere kanten, al willen anderen wel eens het tegendeel beweren. Sinds ik een keer een remiseachtig toreneindspel vergooide tegen Timman is dat verkeerde beeld een eigen leven gaan leiden.”

Van Wely heeft de naam graag te bluffen. Daarom wordt hij bij de opening van het toernooi in Wijk aan Zee nog eens geconfronteerd met zijn twee dagen eerder gedane uitspraak. “Die 10 1/2 Loek, staat die nog steeds?” “Ja hoor, noteer die maar”, is het antwoord. Gisteren speelde Van Wely zijn eerste partij. Met wit, tegen de winnaar van vorig jaar, Valeri Salov. Met de remise ligt Van Wely op schema.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden