Na Rintje kwam de vos

Kinderboekenillustrator Sieb Posthuma in zijn atelier. (FOTO WERRY CRONE, TROUW) Beeld
Kinderboekenillustrator Sieb Posthuma in zijn atelier. (FOTO WERRY CRONE, TROUW)

Kinderboekenillustrator Sieb Posthuma krijgt vandaag in het Rijksmuseum in Amsterdam het Gouden Penseel voor zijn tekeningen in de bundel dierenfabels ’Boven in een groene linde zat een moddervette haan’. Het boek bevat zijn beste werk tot nu toe, vindt ook Posthuma zelf.

Juist de vos, het fabeldier bij uitstek, liet zich niet makkelijk op papier vangen. Dagenlang maakte Sieb Posthuma (49) schetsen, maar de vossen die uit zijn potlood kwamen, leken op beren of ratten. Vroeger had hij daarmee misschien genoegen genomen, maar de fabelbundel moest zijn mooiste boek tot nu toe worden, deze vos zijn beste vos. En dus werkte hij net zo lang door tot hij ’de essentie’ van een vos ontdekte: „Het spitse van een rattensnuit, het pluizige volume van een beer en vooral de archetypische sluwheid in de oogopslag”.

De azuurblauw geschilderde plankenvloer in Posthuma’s atelier aan een Amsterdamse gracht, ligt nu leeg te glanzen. De vos staat ingelijst tegen een muur te wachten tot hij in het Rijksmuseum tentoongesteld wordt, dikke kunstboeken met werk van David Hockney, Henri Matisse en Maurice Sendak liggen op een keurige stapel. Dat was wel anders in het jaar dat Posthuma werkte aan de 75 illustraties bij de bewerkte dierenfabels van Aesopus en La Fontaine. De vloer was bezaaid met een dik pak knipsels, voorbeeldfoto’s en papieren vol probeersels, soms wel dertig voor één tekening.

„Er staat een dalmatiër in het boek, waarvoor ik eindeloos veel witte vellen heb bedruppeld met zwarte verf. Het was ongelofelijk moeilijk om een patroon te maken dat echt op een gevlekte dalmatiërvacht leek. Maar ik geniet daar enorm van. Als kind kon ik al eindeloos blijven proberen tot ik een kleur op papier had waar ik gelukkig van werd. Toen mijn vader was overleden, vond ik in zijn huis stapels kindertekeningen van mij. Geen gewone krabbels, maar bijvoorbeeld veertig studies naar Sneeuwwitje.”

Het fabelboek illustreren was monnikenwerk, waar Posthuma volledig in opging. Dat was prettig, want vlak voor hij eraan begon, stierf zijn dertienjarige foxterriër Rintje, over wie hij een populaire boekenreeks en krantenserie maakte. „Ik kon verdwijnen in de fabels en dat bood troost.”

Het afscheid van de hond markeerde op een wonderlijke manier een stap in Posthuma’s ontwikkeling als illustrator, vertelt hij. Rintje stond toch een beetje symbool voor alles wat hij tot dan had gedaan, voor zijn succes als kinderboekenillustrator. En al dat werk kwam hem plots voor als een opmaat naar het fabelboek.

„De wereld van Rintje was een gesloten universum”, legt Posthuma uit. „Dat was fijn en overzichtelijk, maar remde mijn ontwikkeling ook af. In andere prentenboeken zocht ik naar mogelijkheden om mijn repertoire uit te breiden. Ik experimenteerde met een klare lijnvoering, met waterige aquarel, met collagetechniek, maar ik kon in geen enkel boek alles geven. Prentenboekverhalen zijn zo kort dat ze één beeldtaal vereisen en daarin ben ik altijd heel consequent.”

Die strengheid kon hij bij de fabelbundel eindelijk laten varen, want de omvang ervan vroeg juist om variatie. Er moest een afwisselend ritme in de illustraties komen, om het boek 150 bladzijden lang spannend te houden. „Dat voelde als een bevrijding. Alle geslaagde experimenten van twintig jaar konden in dit boek samenkomen.”

Alles stond Posthuma zichzelf toe: knippen, plakken, scheuren, aquarel zonder en met belijning, bijna Paul Klee-achtige kleurvlakjes, gestileerde en gedetailleerde dieren, stripachtig komisch, landschappelijk, ingezoomd, dieren met en zonder kleren. „Ik heb de contrasten opgezocht, bracht iets grappigs in een tekening bij een droevig verhaal. Of ik tekende de hoofdpersonages uit de fabel heel klein en vergrootte een detail of iets onbelangrijks uit de omgeving. Zo’n onverwachte compositie prikkelt. Dat lijkt heel bedacht, maar het is voor een groot deel een intuïtief proces, het meeste ontstaat bij mij al doende. Ik werk zo geconcentreerd dat ik in een soort trance kom en er dingen gebeuren die ik niet van tevoren had verzonnen.”

Een opvallende overeenkomst tussen de meeste tekeningen in het boek, is de manier waarop Posthuma grafische, abstracte elementen – vaak uitgeknipt op opgeplakt – combineert met getekende figuren. Bijna alsof hij een toneeldecor ontwerpt en de personages daarin laat optreden. Zelfs hun kleding, steevast een soort mix van stijlen uit de jaren twintig en vijftig, ziet eruit als theatrale kostuums.

Geen gekke gedachte, vindt Posthuma, want hij heeft al zijn hele leven een grote liefde voor het theater en vooral ballet. Van zijn vijfde tot zijn tiende mocht hij naar balletles, al hadden zijn ouders hem liever op judo. „Ze probeerden mijn hang naar het theatrale de kop in te drukken, maar dat is nooit gelukt. Mijn oma nam me mee naar de schouwburg en dat vond ik geweldig. Ik raakte tijdens zo’n voorstelling betoverd door het verhaal, stelde me voor dat de wereld die ik op het podium zag verder ging achter de coulissen. Diezelfde suggestie probeer ik in mijn illustraties te brengen: het zijn uitsneden uit een grotere wereld. Ik hoop dat kinderen ook iets van die betovering ervaren als ze mijn werk zien.”

Posthuma zoekt naar een ongedwongen manier om humor in zijn werk te brengen. „Je moet niet grappig willen zijn, dan gaat het mis. In mijn illustraties schuilt de humor vaak in de blikken. Op veel tekeningen in het fabelboek zie je steeds één personage dat met zijn blik de situatie of de andere figuren becommentarieert. Kinderen zien dat en moeten daar vaak om lachen. Het is alsof zo’n personage zich voor een onderonsje naar de lezer keert, als een commentator in een toneelstuk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden