Na een tweede lus stort de PH-TBW neer

Het nieuws van de crash van woensdag heeft voorgangers in de geschiedenis. Net als deze week ging het op 14 november 1946 mis bij een landing op Schiphol. Voor de hulpdiensten was er geen redden meer aan.

Paul van der Steen

Alleen een deel van het staartstuk en van de vleugel waren heel gebleven. Verder was weinig van het op het weiland uitgestrooide schroot herkenbaar als restant van een vliegtuig. „Dit zijn de wrakstukken van de Dakota van de KLM die komende uit Londen in het zicht van de thuishaven, aan de uiterste rand van Schiphol namelijk, verongelukte”, sprak Philip Bloemendal bij het filmmateriaal dat het Polygoon-journaal na de crash liet schieten en een week na de ramp in november 1946 in de bioscopen te zien was. Na de openingsshots volgden treurmuziek en beelden die lieten zien dat de slachtoffers „in hun woonplaats aan de schoot der aarde werden toevertrouwd”. Niemand van de 26 inzittenden had de crash overleefd.

Schiphol had het zwaar te verduren gehad tijdens de oorlog. Direct al op 10 mei 1940 werd het vliegveld zwaar gebombardeerd door de Duitsers. Dezelfde Luftwaffe gebruikte de luchthaven na de Nederlandse capitulatie als uitvalsbasis voor de ’Battle of Britain’. Later werd Schiphol doelwit van Amerikaanse en Engelse bommenwerpers. Een aanval in november 1943 maakte alle verdere vluchten onmogelijk. En na Dolle Dinsdag in september 1944 bliezen de Duitsers zo’n beetje alles wat nog over was van het vliegveld op.

Na de bevrijding werd direct serieus werk gemaakt van het herstel. Al op 20 mei 1945 kon er een klein militair vliegtuig landen. Op 8 juli landde er voor het eerst weer een burgervliegtuig, een DC-3 van een Zweedse luchtvaartmaatschappij. Op 8 oktober besloot de ministerraad, dat Schiphol hét centrale vliegveld van het naoorlogse Nederland moest worden. Zo beleefde het vliegveld aan het begin van de wederopbouw mijlpaal na mijlpaal. In februari 1946 werd een lijnverbinding met New York geopend.

De eerste domper na zoveel hervonden levenskracht volgde op 14 november 1946. ’s Middags om kwart over vier steeg de KLM-Dakota PH-TBW op van het vliegveld Croydon in het zuiden van Londen. Aan boord waren vijf bemanningsleden en 21 passagiers. Onder hen bevond zich de 48-jarige Herman de Man, schrijver van een groot aantal streekromans waarvan ’Het wassende water’ de bekendste was.

De landing van de uit Engeland komende Dakota op Schiphol stond gepland om tien voor zeven ’s avonds. Bij de nadering van het vliegveld ontving de Britse piloot Moreton het bericht dat hij moest wachten; een ander toestel mocht eerst landen. De bewolking hing laag, op zo’n honderd meter hoogte. Het regende. Het vliegtuig maakte een extra ronde. Rond vijf voor half acht liet Schiphol weten dat ook Moreton zijn kist aan de grond kon zetten, maar zijn landingspoging mislukte en de Dakota vloog een tweede lus boven Amsterdam.

De piloot koerste daarna af op de landingsbaan, maar het ging nog meer mis dan bij zijn eerste poging. De snelheid was te laag en bij het maken van een scherpe bocht raakte een van de vleugels de grond. Het toestel stortte neer op een terrein waar hard gewerkt werd aan de uitbreiding van Schiphol. Het is speculeren hoe het met een vliegtuig uit het begin van de 21ste eeuw zou zijn afgelopen. Nu klapte het tegen een met aarde opgeworpen wal, brak in tweeën en explodeerde. Na de knal volgde een steekvlam.

Voor de hulpdiensten was er geen redden meer aan. Een aantal inzittenden werd bij de crash uit het toestel geslingerd en op behoorlijke afstand van de wrakstukken gevonden. Anderen werden geheel verkoold aangetroffen toen de vlammen gedoofd waren.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden