Na een lauw applaus blijft een toegift achterwege

Klassiek

Jean-Efflam Bavouzet ***

Alle ingrediënten voor een muzikale top-avond leken aanwezig toen de Franse pianist Jean-Efflam Bavouzet woensdag optrad in het Muziekgebouw aan 't IJ: een internationaal gelauwerde pianist, een interessant recitalprogramma en een fraai klinkende concertzaal. Een concert om nooit te vergeten werd het echter niet, ondanks de artistieke pieken die er waren, zoals Bavouzets bruisende vertolking van Bartóks Sonate. Dit krachtige werk vol stampende oermotieven en Hongaarse ritmes sloot aan bij zijn felle, gespierde en energieke spel.

Ook in het openingsstuk, de Sonate nr. 20 in c van Joseph Haydn, presteerde Bavouzet naar verwachting. Deze Sonate uit 1770 is een vroeg werk, geschreven voor een kleiner instrument dan de Steinway D-vleugel die Bavouzet bespeelde. Het is desalniettemin grootse, visionaire muziek die zich goed leent om uitvergroot op een modern instrument te worden uitgevoerd. Tekenend voor Bavouzets kunstenaarschap was dat hij Haydn niet gebruikte om zijn vingers warm te spelen, zoals veel pianisten doen: hij gaf deze Sonate letterlijk en figuurlijk het volle pond qua dramatiek. Hij speelde bovendien alle herhalingen, dus ook die van de tweede 'helft' van ieder deel, en dat is uitzonderlijk. In die herhalingen liet hij inventieve en stilistisch verantwoorde versieringen horen en zelfs een fraaie cadens. Toch was hoorbaar dat Bavouzet zijn avond niet had: in het middendeel deed zich een, overigens goed opgevangen, geheugenfout voor.

Een misslag in het beginthema van de finale van Beethovens Waldstein-Sonate duidde opnieuw op concentratiestoornissen. In dit werk bracht Bavouzet grote contrasten aan, door heel licht te beginnen en toe te werken naar grote climaxen. Jammer was dat de opbouw niet altijd logisch klonk en dat Bavouzets verticale, gespierde aanslag in de sterke passages tot een gespannen en onaangenaam scherpe toonkwaliteit leidde.

Bavouzet staat bekend vanwege zijn vertolkingen van Franse muziek. De verwachtingen waren hooggespannen naar zijn uitvoering van zes Études van Claude Debussy. Daarvan slaagden sommige heel goed: vooral nr. 6 ('Pour les huit doits') was subliem. Maar in andere etudes openbaarde zich hetzelfde euvel als in Beethovens Waldstein-Soante: dat in fortissimi Bavouzets klank te luid en ongedifferentieerd werd. Juist in deze geraffineerde stukken is dat fataal. Door het tekort aan nuance in Debussy was het contrast met het fantastische gespeelde slotstuk, Bartók Sonate, wat minder. De pianist kreeg daarop een tamelijk lauw applaus en kwam ook niet meer terug voor een toegift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden