Na dertig jaar alsnog naar Nieuw-Guinea om levenswerk af te maken

In augustus 1962, net voor de soevereiniteitsoverdracht, verliet hij Nieuw-Guinea met een katterig gevoel. “Het levenswerk dat ik niet af had kunnen maken, moest ik achterlaten”, zegt Casper J. Bakker uit het Gelderse Eefde.

Met het levenswerk doelt Bakker, 73 jaar oud inmiddels, op de technische school, die hij in opdracht van de hervormde zending had helpen opbouwen op het eiland Biak.

Vorig jaar keerde hij na 32 lange jaren voor de eerste keer terug in de voormalige Nederlandse kolonie. De school in Biak stond er nog. Daarmee was dan ook alles gezegd. Bij de aanblik van het in een deplorabele toestand verkerende, half leeggeroofde gebouw, sprongen Bakker de tranen in de ogen. “Ik ga onmiddellijk terug naar huis, was mijn eerste gedachte.”

Toen de emoties waren bedaard, besloot hij toch te blijven. Ruim drie maanden stak de gepensioneerde leraar al zijn energie in de wederopbouw van de christelijke lagere en middelbare technische school op Biak. Komend jaar vertrekt hij opnieuw naar Irian Jaya om met financiële steun van de hervormde zending definitief het werk te voltooien dat hij in 1962 niet mocht afmaken.

Het was de hervormde predikant in Eefde, die Casper Bakker begin jaren vijftig benaderde met de vraag op hij voor de hervormde zending een opdracht wilde vervullen in Nieuw-Guinea. “Voor de zending werken, dat was een jeugdwens van me”, zegt Bakker. Hij nam ontslag bij het tehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen waar hij destijds werkte en reisde af naar Hollandia, zoals de hoofdstad van de Nederlandse kolonie toen nog heette.

In het huidige Jayapura hielp Bakker vanaf begin 1954 mee aan de opbouw van een technische school voor 120 papoea-leerlingen. Het Nederlandse gouvernement had toestemming gegeven een broodbakkerij, van waaruit de Amerikaanse troepen tijdens de oorlog van brood werden voorzien, te gebruiken voor de opleiding van papoea-technici. “Het was vrij primitief allemaal. De school was ondergebracht in metalen nissenhutten, maar we tilden er een school met een metaal- en een houtafdeling van de grond.”

Eén van Bakkers leerlingen was het twaalf jaar oude papoea-jongetje Jozef Aibekob. Drie decennia later zouden hun paden elkaar opnieuw kruisen, maar daartussen is veel gebeurd. Met verlof terug in Nederland, kreeg Bakker in 1957 het verzoek van de hervormde zending of hij ook een technische school op Biak wilde helpen opzetten. Hij zei wederom 'ja' en reisde af naar het eiland, dat een dikke 500 km van het toenmalige Hollandia ligt. De school, gebouwd van baksteen en daken van rood asbestbeton, verrees midden in de hoofdstad Biak. De draaibanken, boormachines, gereedschappen en lesmaterialen werden per schip uit Nederland aangevoerd.

Na het vertrek van de Nederlanders uit Nieuw-Guinea nam Indonesië de macht over het Nederlandse deel van het eiland over. Bakker vindt nog steeds dat Nederland Nieuw-Guinea makkelijk heeft laten vallen. “De roep van de papoea-bevolking om zelfstandigheid vond ik gerechtvaardigd. Maar dat Nederland Nieuw-Guinea aan Indonesië liet, was wel erg gemakkelijk. Maar dat is nu een gepasseerd station, Irian Jaya moet verder.”

Casper Bakker keerde terug naar Nederland en werd leraar metaal- en autotechniek aan de LTS en later consulent bij het leerlingwezen, in welke functie hij jonge automonteurs begeleidde.

De enige tastbare herinneringen die er nog restten aan Nieuw-Guinea waren de fotoboeken, de speren en de pijlen en boog, die hij als souvenirs had meegenomen. Twaalf jaar geleden plofte er bij hem in Eefde een brief op de deurmat. Bakkers oud-leerling uit Hollandia, Jozef Aibekob, liet weten dat hij in het huis in Biak woonde, dat de familie Bakker ooit had toebehoord en dat hij leraar was aan 'Bakkers' technische school. Lang bleef het daarna stil. Tot Bakkers dochter Dieuwke, stewardess bij de KLM, vier jaar geleden haar geboortegrond bezocht en daarbij ook een bezoek bracht aan Jozef Aibekob en de technische school die haar vader in Biak had gesticht.

“Ze kwam thuis met deprimerende verhalen. Van de school was volgens haar weinig meer over. Dat ging toen toch wel aan me knagen.” Casper Bakker zou in die periode naar Roemenië worden uitgezonden door het Project Uitzending Managers, dat bedrijven en instellingen in ontwikkelingslanden in de gelegenheid stelt gebruik te maken van de kennis van gepensioneerde leidinggevenden uit Nederland. “Bij PUM ging men er mee akkoord dat ik op Irian Jaya aan de slag zou gaan in plaats van in Roemenië.” Het weerzien met 'zijn' school in Biak werd een desillusie. “Het was allemaal nog erger dan mijn dochter had verteld. De school was half gesloopt en de meeste gereedschappen waren gestolen. De zes draaibanken die we destijds hadden, deden het niet meer en de werkbanken van de houtafdeling waren bijkans opgevreten door witte mieren.”

De deplorabele staat waarin hij zijn levenswerk aantrof, moet volgens Bakker worden gezien tegen de achtergrond van het huidige financieringssysteem van scholen in Irian Jaya. “De staatsscholen worden voor 100 procent gefinancierd door de overheid en de christelijke scholen maar voor 50 procent. Er zijn al heel wat christelijke scholen gesloten - waaronder de technische school in Hollandia - en de christelijke scholen die er nog zijn, hebben het heel moeilijk.”

Daar komt bij dat Irian Jaya sinds de soevereiniteitsoverdracht min of meer is overspoeld door transmigranten uit voornamelijk de dichtbevolkte gebieden op Java. “De Indonesiërs zijn voor 90 procent islamitisch, terwijl de papoea's overwegend christelijk zijn. De tegenstelling tussen deze bevolkingsgroepen is hierdoor, buiten de etnische verschillen, enorm. Veel papoea's voelen zich tweederangs burgers in eigen land.”

Door drie draaibanken volledig te slopen en de onderdelen te hergebruiken, kreeg Bakker er drie weer aan de praat. Bovendien zette hij een nieuwe organisatiestructuur op voor de school en hielp hij mee aan de verbetering van het lesmateriaal. “De leerlingen kregen nog steeds les uit de boekjes die wij in de jaren vijftig uit Nederland hadden meegenomen. Ze leerden alles over stoommachines, maar in heel Irian Jaya is geen stoommachine te vinden. . .” Afgelopen zomer haalde Bakker drie leerkrachten - onder wie zijn oud-leerling Jozef Aibekob - naar Nederland. Aan het Overgelder College in Deventer werd het trio drie maanden lang bijgeschoold.

Bakker: “Dominee Jasper Slop, secretaris Oost-Azië bij de hervormde zending, is momenteel in Irian Jaya om te onderzoeken in hoeverre mijn plannen voor de oprichting van een technisch instituut op Biak, waar de technische school een onderdeel van moet worden, te realiseren zijn. De hervormde zending wil dat project samen met de Baseler mission uit Zwitserland tien jaar financieren.”

Ondertussen is Casper Bakker zelf al weer van half april tot half juni terug geweest naar de Baliem-vallei in Irian Jaya om daar te helpen bij het opzetten van een technische school. “Ze kunnen daar nu alleen nog maar theorieles geven, maar straks komen er ook materialen voor praktijklessen. Het is de bedoeling dat ik over een half jaar weer terug ga.” Op de vraag of het niet allemaal wat veel van het goede is voor een 73-jarige, klinkt het opgewekt: “Nee hoor. Ik zit liever midden in de vallei der Galliciërs dan achter de geraniums.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden