Na de verkiezingen dreigt weer de oorlog

Van onze buitenlandredactie

Na zestien jaar burgeroorlog en 350 000 doden hadden de verkiezingen Angola een nieuw begin moeten geven. Niemand durfde te beweren dat het eenvoudig was om na zo'n lange en bloedige periode eenvoudigweg de wapens neer te leggen, ter stembus te gaan en, afhankelijk van de uitslag, plaats te nemen achter de regeringstafel danwel in de oppositiebanken. Maar de Verenigde Naties en in het bijzonder Rusland, Portugal en de Verenigde Staten hadden kosten noch moeite gespaard om dit waagstuk tot een goed einde te brengen.

Achthonderd buitenlandse waarnemers bekommerden zich om de registratie van zo'n 4,5 miljoen Angolese kiezers in alle uithoeken van het land (dat dertig keer Nederland meet). Zij zagen vorige week dinsdag en woensdag toe op een ordentelijk verloop van de verkiezingen zelf en hielden nadien de tellingen in de gaten. De VN wil pas zeggen of alles naar behoren is verlopen nadat alle stemmen zijn geteld, maar de waarnemers hebben al te kennen gegeven dat er naar hun mening geen fraude is gepleegd.

Nederlaag

Het enige probleem is de uitslag: inmiddels is meer dan 86 procent van de stemmen geteld en tekent zich een forse nederlaag af voor verzetsleider Jonas Savimbi van Unita. In de presidentsverkiezingen leidt de huidige president Jose Eduardo dos Santos met 51,2 procent en haalde Savimbi 39 procent. In theorie kan er nog een tweede ronde nodig zijn als de aanhang van Dos Santos door de laatste stemmen onder de vijftig procent komt. Maar dat is uitgesloten voor de parlementsverkiezingen waar de regeringspartij van Dos Santos MPLA nu al 55,4 procent heeft gehaald, terwijl Unita niet verder komt dan 32 procent.

Savimbi, die in de campagne geen rekening wenste te houden met een nederlaag, reageert zoals veel Angolezen hadden gevreesd: hij heeft het resultaat verworpen, roept dat er op grote schaal fraude is gepleegd en heeft zijn strijders teruggetrokken uit het gezamenlijke leger. Het enige positieve dat je nog kunt bedenken is dat Savimbi niet onmiddellijk de strijd heeft hervat maar een eis stelt: het herzien of nietig verklaren van de uitslagen. Inwilliging is ondenkbaar als de Verenigde Naties bevestigen dat de uitslag getrouw de stemming weergeeft. Er kan best fraude zijn gepleegd - achthonderd waarnemers zien in zo'n groot land tenslotte niet alles - maar tot nog toe heeft Unita geen bewijzen geleverd dat er op grote schaal is gesjoemeld.

Als er aan de uitslag niet valt te tornen, kan Savimbi twee kanten op: zich terugtrekken in de 'bush' om de gewapende strijd te hervatten, of het leger achter de hand houden als middel om zoveel mogelijk uit onderhandelingen met de MPLA-regering te slepen.

Hervatting van de oorlog betekent dat er van Angola voorlopig niets terecht komt. Het land is in beginsel rijk aan olie, diamant, andere mineralen en landbouwgronden, maar Unita is zeer wel in staat om grote delen van het platteland geruime tijd te beheersen, waardoor de steden aan de kust verstoken blijven van voedsel voor de eigen bevolking en van de aanvoer van exportprodukten.

Aan de andere kant kan Savimbi niet langer rekenen op zijn vertrouwde steunpilaren. Voor de Amerikanen is Angola sinds het einde van de Koude Oorlog niet meer interessant. Nadat het er jaren eer in stelde om 'vrijheidsstrijder' Savimbi in de strijd tegen het communisme te bewapenen, ontpopte Washington zich, voordat de strijd beslist was, als de succesvolle vredesstichter zij-aan-zij met Rusland en Portugal. De Amerikaanse staatssecretaris voor Afrikaanse zaken heeft inmiddels zelfs een openlijk beroep gedaan op Savimbi zijn verlies te nemen als een waar leider. Presidentskandidaat George Bush wil Angola zo snel mogelijk bijschrijven op zijn lijst van buitenlandse successen.

Schimmig

De Zuidafrikanen kunnen ook niet bijster geinteresseerd zijn: Nambie is inmiddels onafhankelijk en het Afrikaans Nationale Congres is voor zijn strijd niet meer aangewezen op een van de buurlanden. Rest een kleine schimmige groep Portugezen die haar bezittingen in 1975 in Angola (en Mozambique) heeft verloren. Zij kunnen Savimbi nog wel steunen maar het is onduidelijk of zij baat vinden bij voortzetting van de strijd. Buitenlandse bedrijven hebben grote belangstelling voor de ontginning van de rijkdommen van Angola, onder welke regering dan ook, als er maar vrede is, en MPLA-leider Dos Santos heeft al lang zijn marxistisch-leninistische beginselen, die bij de massale Sowjet-steun waren inbegrepen, opgegeven. Hij zal elke kapitaalverschaffer, of die nu Wereldbank of Shell heet, verwelkomen.

Het is de vraag hoe lang Savimbi zonder steun van buiten kan vechten. Het platteland zal zijn leger kunnen voeden en er valt hier en daar met stroperijen en smokkel wel wat te verdienen, maar op de lange duur betaal je daar geen wapens, munitie, brandstof en soldij mee.

Het is onduidelijk over hoeveel strijders Unita nu beschikt. Het vredesakkoord voorzag in een algehele demobolisatie van beide legers en de vorming van een nieuw, kleiner leger onder gezamenlijk commando. De ontwapening bleek echter verre van volledig en de proclamatie aan de vooravond van de verkiezingen, dat de legers nu waren verenigd, leek een hulpeloos gebaar en in strijd met de feiten - er waren slechts 12 000 soldaten tot het nieuwe leger toegetreden en iedereen in Angola wist dat er her en der in het land nog tienduizenden goed bewapende lieden zijn. De naar schatting 25tot 30 000 Unita-strijders die zich bij verschillende demobilisatiepunten hadden gemeld, kunnen simpelweg weer onder de Unita-wapenen worden geroepen. En dat dat nu ook is gebeurd, tekent de zwakte van het vredesakkoord.

Politiek gewiekster

Savimbi was een eind meegegaan met het vredesproces in de volle zekerheid dat hij bij verkiezingen het MPLA-bewind zou wegvagen. De meeste waarnemers en de Angolese regering zelf hielden daar ook ernstig rekening mee. Maar in de politieke strijd bleek Dos Santos gewiekster dan in de militaire. Ondanks zijn rampzalige bewind, slaagde hij er, met de hulp van een Braziliaans reclamebureau, in zichzelf als een vredelievend staatsman en Savimbi als een oorlogszuchtige soldaat af te schilderen. Deze afschrikkingstactiek heeft kennelijk gewerkt bij veel Angolezen, die eigenlijk tussen twee kwaden moesten kiezen. Zij hebben zich in ieder geval niet of nauwelijks door etnische belangen laten leiden - Savimbi komt voort uit de grootste bevolkingsgroep van het land.

De tweede optie - onderhandelen met het leger achter de hand - lijkt aantrekkelijker. Savimbi kan tenminste hopen daarbij een aantrekkelijker positie (vice-president in een regering van nationale eenheid?) te veroveren dan de verkiezingsuitslag hem in beginsel gunt. Vanzelfsprekend wordt dan de vraag niet zozeer of Savimbi een waardig verliezer is, maar of Dos Santos, als de overwinningsroes eenmaal is geweken, een ruimhartig winnaar wil zijn.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden