Na de party rest de permanente piep

Deze bezoeker van de Rotterdamse Dance Parade heeft een oplossing: oordopjes. Maar helaas, die zijn heel uncool. ( FOTO COR MULDER, ANP) Beeld
Deze bezoeker van de Rotterdamse Dance Parade heeft een oplossing: oordopjes. Maar helaas, die zijn heel uncool. ( FOTO COR MULDER, ANP)

In concertzalen en clubs staat het geluid zo hard, dat oren er ernstig beschadigd door raken. Maar de branche vindt beperkende regels uit den boze. Immers: the kids love it.

Saskia Bosch

’Elke wettelijke maatregel die helpt, is welkom.” Audioloog en bestuurslid van de Hoorstichting Jan de Laat hoeft niet lang na te denken over de vraag of de overheid met regels moet komen om de decibellen in het uitgaanscircuit aan banden te leggen. Hij wijst erop dat het geluidsvolume bij popconcerten en in clubs meestal ergens tussen de 100 en 120 decibel zweeft, terwijl er al vanaf 80 decibel permanente gehoorschade kan optreden.

Volgens De Laat moet een bovengrens van 105 decibel haalbaar zijn. „We zouden naar 100 willen, maar dat is nu waarschijnlijk nog niet aan de orde. Het is net als met roken. De wetgeving op dat gebied is de afgelopen twintig jaar steeds een beetje strenger geworden. Als je twintig jaar geleden van een rookverbod in de horeca had gesproken, had iedereen je heel hard uitgelachen. Voor beperking van de decibellen in het uitgaansleven moeten we de publieke opinie nog meekrijgen.”

Dat er geen regels zijn voor de decibellen in het uitgaanscircuit, heeft niet alleen met de publieke opinie te maken. Ook het ontbreken van harde cijfers speelt een rol. Die zijn er niet, omdat een gehoorbeschadiging zich meestal pas op latere leeftijd openbaart, als iemand in de dertig of veertig is. Om na te gaan of iemand door concert- of clubbezoek een beschadiging heeft opgelopen, moet hij dus tien of twintig jaar worden gevolgd. „Onderzoeken over zo’n lange periode zijn er nauwelijks”, weet dr. Petra Jongmans van de Hoorstichting. „Bovendien spreken de onderzoeken die er wel zijn elkaar tegen. We schatten dat er per jaar 25.000 jongeren in Nederland met een gehoorbeschadiging bij komen, maar dat is geen hard cijfer.”

Daarom wacht de overheid op de uitkomst van het onderzoek dat audioloog De Laat doet naar de impact die het uitgaansleven en het gebruik van mp3-spelers op het gehoor hebben. De onderzoeker van het Leids Universitair Medisch Centrum verwacht over drie jaar de eerste conclusies te kunnen trekken. „Rond 2012 hebben we een eerste idee hoeveel het gehoor van jongeren achteruitgaat, doordat we dan vierhonderd jongeren die zich vaak aan harde discogeluiden blootstellen vijf jaar lang gevolgd hebben.”

De uitgaansbranche wil pas praten over regelgeving als de cijfers op tafel liggen. „Zolang de overheid geen harde cijfers heeft die duidelijk maken of eventuele gehoorschade door concerten of door iPods komt, moeten er geen regels komen”, meent directeur Berend Schans van de Vereniging Nederlandse Poppodia en -Festivals (VNPF). „Bovendien, veel mensen komen juist voor de beleving van harde muziek. Als het in Engeland en Duitsland wel mag, maar niet in Nederland, is dat raar en schadelijk voor onze zeer rijke live-circuit.”

Mochten er dan toch regels komen, dan hoopt de VNPF-directeur dat Den Haag ook naar de uitgaansbranche luistert. „Als de overheid in overleg met ons probeert een norm te stellen, wil ik wel meewerken. Maar als er achter een bureau wordt vastgesteld dat het niet harder mag dan 95 decibel, zonder dat men zich erin verdiept wat dat betekent voor de live-sector, ben ik daar geen voorstander van”, zegt Schans.

Het is niet zo dat de muziekbranche helemaal niet stilstaat bij het aantal decibellen dat over de bezoekers wordt uitgestort. Al was het maar om te voorkomen dat de overheid een maximaal aantal decibellen oplegt. „We praten er liever zelf over dan dat anderen erover beginnen”, geeft Berend Schans toe. Dus denkt de belangenbehartiger van de poppodia graag mee over mogelijke oplossingen. „

Je moet dan denken aan het verstrekken van informatie aan het publiek, het beschikbaar stellen van gehoorbeschermers en het zoeken naar technologische aanpassingen. Er bestaan al installaties die dezelfde muziekbeleving geven, maar met minder decibellen. Helaas kunnen onze leden dat soort installaties niet betalen. Dus het geld moet uit een andere hoek komen, bijvoorbeeld van de overheid.”

Ook de verschillende poppodia en concertorganisatoren nemen maatregelen om het gehoor van het publiek te beschermen. „Wij voeren hier permanent de discussie of het niet wat zachter kan”, vertelt Jeanine Albronda van het Amsterdamse poppodium Paradiso. „Daarom hebben we bij de receptie en bar altijd gratis oordoppen en hebben we 105 decibel als ons absolute maximum vastgesteld.”

Ook de Melkweg in Amsterdam houdt een maximum van 105 decibel aan, zegt hoofd techniek Richard Balk. Al wordt daar wel van afgeweken. „Het volume wordt bepaald door de technicus van de band. Hij beslist wat er bij zijn band hoort en er zijn op dat gebied grote verschillen.” Mojo Concerts, de grootste concertorganisator van ons land, bezweert dat de concerten die hij organiseert nooit boven de 103 decibel uitkomen. „Dat meten we op de mixer en we weten pertinent zeker dat men zich daar aan houdt”, aldus Marianne Manders van Mojo. „Zelfs bij het concert van Metallica gingen we niet over die grens heen!”

De week van het oor, 18 t/m 25 april, www.weekvanhetoor.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden