Na de oorlog kwam de verveling

Frits van Egters: alleen maar in zijn eigen hoofd een rebel

De vroeg-naoorlogse jaren veertig en vijftig vormen een van de vruchtbaarste perioden in de Nederlandse letterkunde. Ga maar na, het is de tijd waarin de Grote Drie debuteren - Hermans, (Van het) Reve en Mulisch - en in de poëzie nemen de revolutionaire Vijftigers het roer over van de bedaagde dichters voor hen.

Tegenwoordig kijken we met weemoed terug op vooral de jaren vijftig, als een epoche waarin alles nog goed en gewoon was, maar het beeld dat schrijvers er in die tijd zelf van gaven is zo vredig en rooskleurig niet. Eerder spelen opstand en verzet tegen de naoorlogse gezapigheid, de gezelligheidscultus, het Nederlandse burgertruttendom de hoofdrol. Dé roman uit die jaren, die dat alles in beeld brengt, is natuurlijk Gerard Reve's 'De Avonden', een boek dat de generaties erna trouwens ruimschoots overleefd heeft vanwege zijn geestigheid en de aparte gedachtenwereld van zijn hoofdpersoon, Frits van Egters. Maar in zijn eigen tijd werd men vooral getroffen door Reve's natuurgetrouwe en tegelijk surrealistische schildering van die naoorlogse sfeer van verveling en eenzelvigheid, na die in zekere zin opwindende collectieve roes van de oorlogsjaren.

Frits van Egters betrad de literatuur in 1947, en werd het Nederlandse boegbeeld van de angry young man in Nederland, heel vroeg al. Zijn Amerikaanse tegenhanger Holden Caulfield uit Salingers 'The Catcher in the Rye', werd pas vier jaar later geboren, 'Lucky Jim' van Kingsley Amis verscheen nog weer later, in 1954. Provo's en hippies moesten nog uit hun ei kruipen, de echte opstand tegen de ouwe pruiken van de vorige generatie kwam pas vijftien jaar later op gang.

De strijd van Frits tegen zijn omgeving vindt vooral plaats in zijn hoofd, 'De Avonden' is een binnensmonds mompelend boek. Hij heeft het gemunt op zijn ouders, zijn vrienden. Echt maatschappelijk is zijn onrust niet, dat kwam pas later, in de jaren zestig. En toen liet de literatuur het ook snel afweten, echte provo- en hippieromans kent de Nederlandse literatuur niet. Het medium hoorde als het ware te zeer bij de gevestigde orde die omvergeworpen diende te worden. Maar aan de vooravond daarvan spreekt bij monde van 'De Avonden' de naoorlogse jeugd zich uit, ontgoocheld, en ook onbedaarlijk geestig.

En aan het eind komt het allemaal in zekere zin goed, in Frits' hoofd tenminste, als hij het gebed voor zijn suffe, middelmatige maar onschuldige ouders uitspreekt, een van de mooiste en ontroerendste passages uit de naoorlogse letteren: "Zie mijn moeder, zei hij zacht. Ze zegt dat ik gezellig thuis moet blijven ... Almachtige, eeuwige, ze dacht dat ze wijn kocht, maar het was vruchtesap. De lieve, de goede. Bessen-appel. Ze gaat bij het lezen met haar kop heen en weer. Ze is mijn moeder. Zie haar onmetelijke goedheid."

Hij krijgt er zelf een brok van in zijn keel, maar de lezer niet minder.

Gerard Reve: De Avonden De Bezige Bij; 288 blz. euro 15,-

'Ik leef,' fluisterde hij, 'ik adem. En ik beweeg. Ik adem, ik beweeg, dus ik leef. Wat kan er nog gebeuren? Er kunnen rampen komen, pijnen, verschrikkingen. Maar ik leef. Ik kan opgesloten zijn, of door gruwelijke ziekten worden bezocht. Maar steeds adem ik, en beweeg ik. En ik leef.'

'

Uit: Gerard Reve: De Avonden

Reve's debuutroman verscheen in 1947, toen hij 23 jaar was. In het eerste jaar werden er 6000 verkocht, daarna zakte het in, maar in de jaren '60 werd het boek alsnog een bestseller met 100.000 verkochte exemplaren.

Rob Schouten bespreekt Nederlandse klassiekers die de tijdgeest vangen - van 1940 tot nu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden