Na de moord op je kind

Jack Keijzer vertelt op scholen en aan ouders over zijn vermoorde zoon Pascal (op de foto bij zijn linkerhand). (FOTO WERRY CRONE, TROUW)

Jack Keijzers zestienjarige zoon werd vermoord – een afrekening voor een drugsdeal. Keijzer vertelt zijn verhaal op middelbare scholenen aan ouders. „Ik wil dat Pascals dood enige betekenis heeft.”

Goedbedoeld zeggen mensen soms tegen Jack Keijzer dat hij moet proberen de dood van zijn zoon Pascal een ’plekje te geven’. Zijn antwoord hierop: „Wijs me de plek, dan zet ik het daar neer.”

Jack Keijzer (52) heeft een missie die hem deze middag naar de Rein Abrahamse School in Alkmaar brengt. Met een glaasje water naast zich staat hij voor een klas met pubers. Op het tafeltje voor hem ligt een map met een foto van zijn drie jaar geleden vermoorde zoon Pascal.

En er is een dvd die onder meer laat zien hoe Pascal en zijn jongere broertje Remy spartelen in de zee. De beelden zijn een tastbare herinnering aan mooie tijden in het gezin Keijzer. Het slot van de dvd brengt echter de realiteit in beeld: de plaats waar Pascal is vermoord en zijn herdenkingsboom.

De lichte vrees vooraf dat de veertien- en vijftienjarigen in het klaslokaal misschien niet de concentratie kunnen opbrengen een uur of langer naar de boodschap van Jack Keijzer te luisteren, blijkt ongegrond. De klas luistert ademloos en aan het einde komen er vragen.

Voor het zover is, zegt Keijzer: „Ik kan, wil en mag jullie niet vragen geen drugs te gebruiken of te dealen. Maar als je op het punt zou staan om dat te doen, denk dan alleen even aan deze middag. En aan je ouders, jullie broertjes en zusjes”.

„Tot het diepst ben ik verdrietig”, antwoordt hij op de vraag van een van de scholieren of hij het zichzelf niet enorm moeilijk maakt het verhaal over Pascal telkens opnieuw te vertellen. „De wond blijft een gapend gat. Maar dingen gaan zoals ze gaan. Ik wil alleen dat de dood van Pascal enige betekenis heeft. Hij is mijn drijfveer”. Er klinkt applaus en de jongeren willen weten: Wie zijn die daders en hoe lang moeten ze in de cel blijven, waarom is zijn zoon vermoord, hoe gaat het met Remy, zijn andere jongen?

Pascal Keijzer werd op 30 april 2007 in Wervershoof in West-Friesland vermoord. Hij was toen zestien jaar. Er werden twee verdachten opgepakt, een man van veertig uit Enkhuizen en één van 36 jaar uit Bovenkarspel. Beiden zijn Nederlanders, bleek tot opluchting van Jack Keijzer. Eén van hen heeft Pascal ’s avonds rond zeven uur in de hals gestoken. Terwijl de jongen hulpeloos op het asfalt lag, reden zij met hun auto over hem heen. Inwendig was er zoveel schade aangericht – bleken zo weinig organen nog op hun plaats – dat hij de aanslag niet kón overleven. Beide daders werden veroordeeld tot gevangenisstraffen. De jongste dader, die geen moment berouw heeft getoond, kreeg vijftien jaar cel opgelegd. De ander, die wel spijt toonde – en voor zover Jack Keijzer kon beoordelen was hij oprecht – kreeg zes jaar.

Pascal zou slechte kwaliteit cocaïne hebben verkocht aan de hoofddader. De jongen werd op Koninginnedag in de val gelokt door een nieuwe afspraak met deze man en zijn metgezel. De afrekening die op een polderweg in Wervershoof volgde, was definitief.

Voor Jack Keijzer, zijn echtgenote en hun zoon Remy vormde dit het begin van een heel ander, veel minder fijn leven. Jack begon aan zijn missie om jongeren te waarschuwen voor drugs, en ouders voor de signalen die hij zelf had gemist.

Dat Pascal drugs gebruikte, kreeg de vader pas laat in de gaten. Pascal leed aan de aandachtstoornis ADD. Hij was elf toen hij voor de eerste maal een zelfmoordpoging ondernam door op treinrails te lopen. Hij weigerde de noodzakelijke medicijnen te slikken en werd depressief. Op een van zijn somberste momenten bezweek hij voor een joint, hem op het schoolplein aangeboden om hem wat op te vrolijken. In plaats hiervan lag hij bijna dood in het gebouw van zijn middelbare school, zijn hartslag was nauwelijks nog waarneembaar. Zijn ouders dachten dat hij zich hierna aan zijn belofte hield geen drugs meer te gebruiken. Het lag anders. Pascal werd neerslachtiger, miste het plezier in het leven en wilde dood. Op zijn dertiende schreef hij een afscheidsbrief: ’Nu ben ik dood’. Hij werd steeds meer vaste gebruiker.

„Hij begon zich ’teveel’ te voelen op deze aarde”, zegt Jack Keijzer tegen de pubers van de Rein Abrahamse School. „Toen me voor het eerst werd gevraagd of Pascal drugs gebruikte, was ik daar heel boos over. In ons gezin kwam drugsgebruik niet voor, er was alleen warmte en liefde. Tot de waarheid aan het licht kwam.”

Zijn zoon werd in 2006 opgepakt voor drugsbezit en kreeg van de rechter drie maanden jeugddetentie opgelegd, alsmede een verplichte behandeling. Van dat laatste kwam, evenals van de begeleiding van de jongen door de jeugdreclassering, niets terecht.

Alex Brenninkmeijer, de Nationale Ombudsman, stelde naderhand dat alle betrokken instanties fouten maakten. „Er was niemand die zei ’Wij gaan ervoor zorgen dat Pascal op het goede spoor terecht komt’ ”, zei de Ombudsman.

Jack Keijzer tegen de Alkmaarse scholieren: „Hoe is het mogelijk dat een jongen van zestien zo intens diep in de problemen is gekomen door drugs? Hij had problemen, en als je die hebt en je praat er niet over, dan loopt het hoofd vol. Wat ik wil meegeven is, dat als je problemen hebt, van welke aard ook, je daarover moet praten. Met je ouders als dat kan, of met de mentor op school, met iemand die je vertrouwt.”

Na de bijzondere les, vertelt hij elders in de school meer over zijn missie. Hij reist in heel Nederland langs scholen en organisaties om er, eenvoudig en zonder gedram, zijn boodschap te vertellen. „Als ik één jongen of meisje kan behoeden voor drugsgebruik, is het allemaal niet voor niets geweest”, klinkt het.

Het reizen doet hij naast zijn docentschap economie aan een vmbo. Ook is hij lid van de Vereniging Ouders van een Vermoord Kind en zit hij met onder andere politicus Joost Eerdmans in het, door de laatste opgerichte, Burgercomité tegen Onrecht. Dit platform richt zich op de belangenbehartiging van slachtoffers en nabestaanden van ernstig geweld.

„Ik heb een enorm lang elastiek”, zegt Keijzer over zijn fysieke en mentale gestel. „Maar ik weet ook dat er een ’knap’ komt als je niet oppast. Ik heb het druk met mijn missie, naast de school. Je gaat ’s avonds naar pakweg Wierden, Capelle aan den IJssel, Apeldoorn, van overal komen uitnodigingen. Alleen in West-Friesland zijn scholen niet enthousiast. ’Geen tijd’ en de school is niet de plaats om maatschappelijke problemen te bespreken, vinden ze. Ik begrijp dat niet, één keer per jaar moet dat toch kunnen.”

Het gemis van hun zoon en broer voelt als levenslang, zegt hij. De straf die beide daders uiteindelijk kregen opgelegd is weliswaar wezenlijk, maar niet cruciaal. „Pascal is er niet meer en komt ook nooit meer. De hoofddader kreeg vijftien jaar cel. Hij gebruikte een snoeischaar om onze zoon te verwonden, hij reed over hem heen, hij heeft zich niet over hem bekommerd en hij heeft zichzelf niet aangegeven. Wij gingen er vanuit dat hij een jaar of achttien zou krijgen, want we zijn tenslotte in Nederland. Er mag best wat strenger worden gestraft: een kind van zestien dood en de compassie van de hoofddader nul, komma nul. Straks is hij al weer aan het resocialiseren. Eén van de speerpunten van het Burgercomité is dat mensen die zijn veroordeeld voor ernstige geweldsdelicten bij hun voorwaardelijke invrijheidstelling buiten een bepaalde straal van hun slachtoffer of de nabestaanden moeten blijven. Ik moet er niet aan denken dat ik straks de moordenaar van mijn zoon tegenkom. Je kunt nooit helemaal uitsluiten dat dit gebeurt. Maar je kunt die kans wel minimaliseren”.

Er zijn meer dingen die wat hem betreft beter moeten – rechtvaardiger vooral. Dat bij de rechtbankbehandeling van een dodelijk misdrijf volgens de wet maximaal één van de nabestaanden spreekrecht krijgt, vinden Keijzer en het Burgercomité te beperkt. „In de rechtspraak draait alles nog om de dader. Remy was dertien toen Pascal stierf. Met de psycholoog had hij acht zinnen opgesteld die hij tijdens het proces tegen de verdachten wilde voorlezen. Maar de rechter weigerde. Voor de verwerking van Remy’s verdriet was die beslissing niet goed. Er zijn meer Remy’s: nabestaanden moeten ruimere mogelijkheden krijgen voor het spreekrecht. Binnen het redelijke, zonder scheldpartijen, moet je de vermoedelijke dader de gevolgen van hun daad duidelijk mogen maken”.

(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden