Na de dood van David Kelly

Jonathan Coe laat virtuoos zijn licht schijnen over het 21ste-eeuwse Engeland

Iedere generatie kent een moment waarop ze haar politieke onschuld verliest, luidt de theorie van Roger, een van de personages uit Jonathan Coe's nieuwste roman 'Nummer 11'. Voor de generatie die geboren werd in de jaren tachtig was dat de dood van VN-wapeninspecteur David Kelly in 2003. Tony Blair hield toen vast aan zijn bewering dat Irak over massavernietigingswapens beschikte en dat het land daarom onschadelijk moest worden gemaakt. Kelly zei in een BBC-documentaire dat het bewijsmateriaal van de Britse regering om die stelling te staven grotendeels gefabriceerd was. Een paar dagen later was hij dood. Moord of zelfmoord? Het deed er niet echt toe, want in moreel opzicht had Blair bloed aan de handen.

Jonathan Coe zal voor velen de auteur blijven van 'What a Carve Up!', waarin hij op vileine wijze afrekende met het Thatcher-tijdperk. Twee decennia later vond hij het nodig om opnieuw zijn licht te laten schijnen over de Britse samenleving en zijn conclusies zijn niet minder hard. Bibliotheken worden gesloten. Mensen worden ontslagen waarna ze onmiddellijk weer voor dezelfde werkgever aan de slag kunnen tegen de helft van hun vroegere loon. Vluchtelingen worden als slaven misbruikt, terwijl ondertussen de massa zich blindstaart naar reality-tv en de rijken en machtigen hun kapitaal in exotische belastingparadijzen parkeren. Hoe actueel kan een roman worden?

Het draait in 'Nummer 11' om Rachel en Alison, tieners die in het begin van de roman bij Rachels grootouders logeren. De meisjes spelen vaak buiten, zien in het bos een vreemde, schijnbaar dode man tegen een boom zitten en onmiddellijk moeten ze denken aan de net teruggevonden David Kelly. Omdat de man even later weer weg is, gaan ze op zoek naar hem en zo komen ze in een duister, Victoriaans huis terecht dat weggelopen lijkt uit Charles Dickens' 'Great Expectations', inclusief een Mrs. Havisham-achtige oude vrouw, Phoebe, wier leven niet naar verwachting is verlopen.

'Vertellingen die getuigen van waanzin' luidt de ondertitel van Coe's roman die uit vijf bijna op zichzelf staande verhalen bestaat,, die elk hun eigen horror tonen. Het boek krijgt daardoor iets David Mitchell-achtigs. Het eerste deel is gothic, later volgen onder meer nog een detective en een bijtend portret van Alisons moeder, een verlopen zangeres die ooit nog in Top of the Pops optrad, aan lager wal is geraakt en haar carrière een boost hoopt te geven door mee te spelen in een populaire reality-tv-reeks. Ze vertrekt vol goede moed naar het Australische kamp waar de opnames doorgaan en ze heeft niet door dat zij slechts moet dienen om anderen in het voetlicht te plaatsen. Ook dat is horror, maar het gegeven levert ook gênant-komische literatuur op.

'Nummer 11' is niet alleen Coe's elfde roman, het getal speelt ook een verbindende rol in het boek. Zo woont Phoebe in Needless Alley nummer 11 en rijdt Alisons moeder iedere dag een paar uur mee in bus 11 omdat ze geen geld heeft om thuis de verwarming aan te zetten. Maar er is ook Downing Street 11, het adres van de Britse minister van economische zaken.

Alles hangt met alles samen in dit boek, net zoals in het echte leven. Al probeert men ons te laten geloven dat dit niet zo is, en dat er geen enkel verband bestaat tussen de besparingsmaatregelen die de 99 procent opgelegd krijgt en het steeds sneller aangroeiend kapitaal van die ander 1 procent. Dat is er wel degelijk, beweert Jonathan Coe in zijn roman. Onze maatschappij is als een groot web waarin een aantal reusachtige spinnen de boel dirigeert en het komt er voor de anderen op aan ze te vlug af te zijn.

Een roman met een boodschap, denkt u nu, maar gelukkig is Jonathan Coe eerst en vooral een verhalenverteller, en wel een van de beste van het moment. Hij laat je van de ene verbazing in de andere vallen en geeft je vooral het gevoel dat achter al die grote politiek mensen zitten, mensen zoals Rachel en Alison, die elkaar uit het oog verliezen, elkaar soms niet meer willen zien, maar uiteindelijk toch ook heel erg veel van elkaar houden.

Jonathan Coe: Nummer 11 (Number 11) Vert. Otto Biersma en Luud Dorresteijn. De Bezige Bij: 432 blz. euro 24,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden