'Na de demonstratie kwamen de tanks'

Syriërs vluchten massaal naar Libanon

REPORTAGE | PETER SPEETJENS | WADI KHALED (LIBANON)

De naam Nahr al-Kabir doet de rivier te veel eer aan. De 'grote rivier', die de grens tussen het noorden van Libanon en Syrië vormt, is enkeldiep en een paar meter breed. Als je geen natte voeten wilt, spring je van land tot land. De officiële grensovergang in de groene vallei van Wadi Khaled is dan ook vooral van symbolische waarde.

"Drank en sigaretten zijn goedkoper in Libanon", zegt Abdoellah, de christelijke eigenaar van een drankhandel op slechts 200 meter van de douane. "De meeste klanten zijn Syriërs. Meestal rijden we naar een rustig plekje aan de rivier en overhandigen daar de waar." Wadi Khaled staat bekend om haar smokkelpraktijken die oogluikend worden toegestaan. Afgelopen weekeinde waren het geen flessen die illegaal de grens over gingen, maar mensen.

"Zaterdag hoorden we schoten en tankvuur in Tell Kalach", zegt Abdoellah en hij wijst op de heuvel aan de andere kant van de rivier. "Sindsdien vluchtten enkele duizenden Syriërs naar Wadi Khaled."

Zij bevinden zich in het hoger gelegen deel van het dorp. Sommigen werden ondergebracht in scholen, maar de meesten wonen bij familie. De 'grote rivier' die de Fransen in het begin van de twintigste eeuw tot grens bestempelden, houdt ook de liefde niet tegen. De meeste families hebben een tak op beide oevers.

"Na de demonstratie op vrijdag kwamen op zaterdag de tanks", vertelt Zeina Moestafa, een vrouw van een jaar of zeventig. Als een ware madre de familia pronkt zij te midden van een bonte verzameling dochters, kleindochters, schoondochters, nichten, achternichten, en hier en daar een enkele man.

Volgens haar werd Tell Kalach omsingeld, de elektriciteit afgesloten en verschenen sluipschutters op de daken. Enkele mensen werden doodgeschoten. Vervolgens trokken soldaten de stad binnen en arresteerden honderden mannen.

"Ons lieten ze gaan," zegt Zeina. "Wij namen de oude brug. De Libanese soldaten wilden ons terugsturen, maar toen ze al die vrouwen en kinderen zagen, lieten ze ons door."

"Drie van mijn neven zijn meegenomen", roept een jonge vrouw huilend. "De jongste was nog geen vijftien jaar oud." Andere vrouwen beginnen ook te huilen.

Zeina's relaas van het militaire optreden in Tell Kalach is in lijn met het eerdere militaire ingrijpen in Daraa, Banias en Homs. Ook daar verscheen het leger na een demonstratie voor de moskee. Ook daar werd het moslimdeel van de stad afgesloten met tanks en sluipschutters, waarna soldaten met namenlijsten van deur tot deur gingen.

Zo'n 5000 mensen vluchtten de laatste dagen over de rivier. Allen kwamen uit een handvol soennitische dorpen rondom Tell Kalach. In de vele christelijke en alawatische dorpen in het westen van Syrië werd niet gedemonstreerd en dus bleef militair ingrijpen uit.

Ook in het Libanese plaatsje Dibbia verschenen honderden vluchtelingen van de andere oever, onder wie veel mannen. "De meesten van ons wonen vlakbij de grens, dus zodra we de tanks zagen, zijn we gevlucht", legt de 30-jarige Omar uit.

Het verhaal van hem en de mannen stemt overeen met dat van de vrouwen met één belangrijk verschil. Volgens hen werden de tanks, sluipschutters en soldaten gevolgd door een groep bewapende mannen gekleed in zwart. "Sjabia ," zegt Omar. "Een alawitische militie."

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden