NA-BIJ

Nijntje beweegt

WIM DE HAIR; BERT VAN PANHUIS; SHUCHEN TAN

Het heeft lang geduurd voor Nijntje verfilmd werd. Dick Bruna: "Ik probeer zo weinig mogelijk op m'n tekeningen te zetten en veel aan de fantasie van kinderen over te laten. Ik ben er altijd bang voor geweest de boekjes te laten verfilmen. Het is geprobeerd in Japan, Belgie, Nederland, maar ik zag mezelf er niet meer in terug. Tot ik in Australie was en men me een filmpje liet zien over vormgever Gene Deitch. Die werkt zo puur en zuiver, met de hand, eerlijk... We kwamen in contact met elkaar en het klikte."

Volgens Bruna kun je in de filmpjes dingen tonen, die je in een boekje niet kunt laten zien. "Zoals een viool die groeit, in het verhaaltje 'Het Orkest'. Of dingen toevoegen: in 'Het Telboek' zie je een huis met negen ramen, maar in de film worden die ramen een voor een verlicht, in een onvoorspelbare volgorde. Dan wordt het spannend voor een kind."

Bruna schiep zijn Nijntje in 1955. Inmiddels heeft hij ruim 70 kinderboekjes gemaakt, die in 32 talen zijn vertaald en een gezamenlijke oplage van 50 miljoen haalden. Tot in Japan toe hebben miljoenen kinderen leren lezen met Nijntje en andere Bruna-figuren.

Gene Deitch is een groot fan van de Nederlandse illustrator. "Dick schiep zijn eigen taal, met symbolen, een soort beeldschrift. Omdat de tekeningen zo'n eenvoud hebben is dit een 'minimal production', maar de uitdaging is daardoor des te groter. Het moet perfect zijn, in kleur, lijnen, proporties. Ik heb ook Tom en Jerry-films gemaakt, dat is bang-bang-bang. Dit is heel anders. Elke tekening is met de hand gemaakt, er komt geen computer aan te pas."

De verhaaltjes op tv zullen worden verteld door een kind. De muziek is gemaakt door de Tsjechische componist Jaroslaw Celba. De filmpjes zijn gemaakt in een Praagse studio, waar de vrouw van Gene Deitch de leiding heeft. Voor het tekenen van de Bruna-lijnen werden Tsjechische meisjes speciaal opgeleid. Bruna bekent er wel eens een nacht over wakker te hebben gelegen, maar is erg tevreden met het eindprodukt. "En wat gek is: ik had m'n boekjes nog nooit eerder gehoord..."

Beunders draait

Het haalt het natuurlijk niet bij nieuws als, zeg, de muiterij op de Zeven Provincien in de jaren dertig, maar de Nederlandse journalistiek is de afgelopen week het toneel geweest van een heus relletje.

Het brak uit toen vorig weekeinde het vakblad De Journalist verscheen met een 'column' van Gerard Mulder, eertijds redacteur van NRC Handelsblad. Hij haakt in op een bijdrage, eind augustus in de NRC, van Henri Beunders naar aanleiding van de 'plagiaat'-affaire Adriaan van Dis. Beunders, hoogleraar maatschappijgeschiedenis in Rotterdam, en daarvoor onder meer redacteur van de Rotterdamse kwaliteitskrant, bestraft de reportage-journalistiek, die volgens hem 'niet zelden van leen- en jatwerk aan elkaar hangt'. Slechte journalistiek, dat mag duidelijk zijn, stelt hij vast. Mulder komt in zijn column met een reisreportage uit 1988 op de proppen, om vast te stellen dat delen daaruit een sprekende overeenkomst vertonen met delen uit het boek Getuige van Cambodja van de Cambodjaan Someth May. En wie is de auteur van de reisreportage? Juist, Henri Beunders.

'Het was slechte journalistiek wat ik zelf heb gedaan' tekent de Volkskrant maandagochtend op uit de mond van een beduusde hooggeleerde en tegenover zijn oude werkgever de NRC spreekt hij van 'een faux pas'. Kennelijk zit de wat badinerende benadering van de Volkskrant Beunders niet lekker, want in de dinsdageditie van dat dagblad is een apologetisch stukje opgenomen van zijn hand. Hij voert zijn voormalige NRC-collega Hans Moll op, die hem via de interne post in een met Feind hort mit ondertekend memo hekelt. Het briefje was een goede waarschuwing om een zo groot mogelijke eerlijkheid te betrachten in een reportage, schrijft Beunders en hij voegt er aan toe: 'Als het briefje niet anoniem was geweest, maar als ingezonden brief was geplaatst, had ik deze faux pas ook ruiterlijk toegegeven.' Afsluitend steekt hij zichzelf enkele veren in de achterste en deelt nog een wat pruilerig schopje richting Mulder uit.

Dat Beunders destijds toch minder berouwvol was dan hij nu voorgeeft blijkt weer een dag later uit een ingezonden brief van Moll. Die heeft een heel andere reactie opgemerkt. "Ik legde hem de bewuste passages voor en stelde hem de vraag wat hij zou doen wanneer iemand er achter zou komen dat hij stukken tekst zonder bronvermelding had verwerkt in zijn reportage. Beunders dacht niet dat het zo'n vaart zou lopen. Hij verdedigde zich met het argument dat hij ter voorbereiding van een reportage altijd veel boeken las en dan op allerlei papiertjes aantekeningen maakte. 'Dan vergeet je weleens waar zo'n tekst vandaan komt', of woorden van gelijke strekking."

De brief van Moll is afgedrukt onder het kopje 'Leenwerk'. Daarnaast staat er een onder het kopje 'Wipkontje'. Wat zou het een boeiend gezicht zijn geweest als de brievenredacteur van de Volkskrant in plaats van 'Leenwerk' het trefwoord 'Draaikont' had gekozen.

Schuif omhoog

Een voorlichtingsfilm over veilig vrijen kan heel informatief zijn, maar hoe weet je of de boodschap ook overkomt? Het onderzoeksbureau AGBIntomart heeft sinds kort een meter in gebruik die de emoties kan peilen van de kijker. De Q Vision registreert de emotionele reacties door middel van een schuifmeter. Met het kastje op schoot kijk je naar het programma, als je erg bent aangedaan door de beelden gaat de schuif omhoog, als je minder wordt geboeid gaat de schuif omlaag. De resultaten worden vertaald in een curve die onder in het beeld de emotionele betrokkenheid weergeeft.

"De emotie-meter is vooral bedoeld om reacties te meten die niet makkelijk onder woorden zijn te brengen" , zegt Piet van Montfort, directeur bij Intomart. "Bij gevoelige onderwerpen zoals alcoholgebruik, eetgewoontes en seksualiteit kan hij extra informatie bieden die in een groepsgesprek vaak niet boven tafel komt. De kijker kan op een anonieme manier heel direct reageren op wat hij of zij ziet."

De emotionele betrokkenheid bij een programma kan volgens Van Montfort op vele manieren worden verstoord. "Soms is het de muziek, het decor of zelfs de stem van een presentator. Als je daarop afknapt is de emotionele betrokkenheid ook niet groot meer."

Wim Bekkers, hoofd van de afdeling Kijk- en Luisteronderzoek bij de NOS, ziet wel wat in het nieuwe apparaat. "Hoewel we het nog moeten testen ben ik erg optimistisch over de mogelijkheden. Ik denk dat het inzicht kan bieden in zaken die we op dit moment nog niet kunnen meten." Bij welke programma's hij het apparaat denkt te gaan inzetten wil hij liever niet zeggen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden