Na Afghanistan

President George W. Bush heeft in zijn State of the Union, de jaarlijk se 'troonrede', aangekondigd de tienduizenden terroristen, die de Verenigde Staten bedreigen, bui ten gevecht te stellen. Zijn rede sloot aan bij de toespraak die hij kort na de aanslagen van 11 september hield, waarin hij de oorlog tegen het internationale terrorisme aankondigde. De Ame rikanen zijn inmiddels bezig de uithoeken van de wereld in te trekken op zoek naar terroristen.

,,Wij zullen naties die terroristen behulpzaam zijn en ze veilig onderdak bieden, vervolgen. Elke natie, in elke regio, moet nu een beslissing nemen. Of u staat aan onze zijde, of u staat aan de zijde van de terroristen.'' Bush spreekt op 20 september vorig jaar het Amerikaanse volk toe, maar in feite de hele wereld.

Die vervolging begint in Afghanistan, waar inderdaad het Taliban-bewind Osama bin Laden en zijn Al-Kaida-netwerk de hand boven het hoofd houdt. Op 7 oktober ontbrandt daar de daadwerkelijke oorlog. Ruim een maand later, op 13 november, wordt de hoofdstad Kaboel bevrijd en op 7 december geven de Taliban hun religieuze bolwerk Kandahar op. Dan is er al, op 5 december, in het Duitse Bonn overeenstemming bereikt over een multi-etnische interim-regering, die op 22 december aantreedt onder leiding van premier Hamid Karzai. Taliban-leider Mohammed Omar en Al-Kaida-leider Osama bin Laden zijn zoek en de Amerikanen zijn nog steeds bezig hen op te sporen.

Maar de Amerikanen zijn ervan overtuigd dat ze de ruggengraat van het Al- Kaida-netwerk ¡n Afghanistan hebben gebroken, en dat de tijd meer dan rijp is de strijd tegen het terrorisme elders voort te zetten. Want het Al-Kaida-netwerk b£iten Afghanistan, volgens de Amerikanen vertakt over zo'n zestig landen, is nog niet vernietigd. Bush eergisteren in zijn 'troonrede': ,,tienduizenden in Afghanistan getrainde terroristen lopen nog vrij rond, zij zien de hele wereld als hun slagveld en we moeten ze aanpakken, waar ze ook zijn. Zolang er trainingskampen zijn, zolang naties terroristen onderdak verschaffen, zolang staat de vrijheid op het spel. Amerika en zijn bondgenoten kunnen en zullen dat niet toestaan.''

Toch is ook 'Al-Kaida International' een zware slag toebedeeld, zegt de Amerikaanse denktank Stratfor, want Al-Kaida heeft uiteindelijk een veilige basis nodig om internationaal te kunnen blijven opereren. Een basis waar ze haar mensen kan trainen, waar plannen voorbereid worden en waarop mensen zich na het uitvoeren van hun operaties, voor zover geen zelfmoordacties, kunnen terugtrekken. Het belangrijkste doel van de VS in hun strijd tegen het internationale terrorisme moet dan ook zijn, vindt de denktank, Al-Kaida zo'n veilige basis te onthouden. Daarom moet het 'succes van Afghanistan' herhaald worden.

In feite is de regering in Washington al eind november vorig jaar begonnen met een strategie die vermoede nesten van Al-Kaida in verschillende landen moet aanpakken. Volgens de Britse Times van begin december zijn daartoe diplomaten, militaire adviseurs, leden van inlichtingen- en opsporingsdiensten al naar verschillende landen in Azië en Afrika gestuurd. Bovenaan het lijstje staan de Filippijnen, Somalië en Jemen, maar volgens de Times noemden Amerikaanse regeringsfunctionarissen toen ook al Maleisië, Indonesië en de voormalige Sovjet-republieken Tadzjikistan en Oezbekistan.

Overigens zeiden die functionarissen destijds al dat de VS niet van plan zijn die landen dan maar binnen te trekken en lukraak wat te gaan bombarderen. ,,We willen samenwerken met de betreffende regeringen. Na de elfde september hoeven we andere regeringen er niet meer van te overtuigen dat Al-Kaida een bedreiging vormt voor ons en voor hen.'' Bush had toen al de presidenten van Jemen en de Filippijnen in het Witte Huis ontvangen om over antiterreuracties te overleggen. Die regeringen die mee willen doen kunnen rekenen op inlichtingen van de VS, logistieke hulp, en financiële, en zonodig, militaire bijstand. Willen ze niet meewerken dan is er een reeks mogelijkheden ze op andere gedachten te brengen, variërend van diplomatieke pressie tot geheime operaties en, uiteindelijk, het openlijk inzetten van militaire middelen.

Op de Filippijnen wordt deze strategie nu uitgevo'rd. Daar zijn deze maand 660 Amerikaanse militairen, onder wie 160 leden van de zogenaamde Speciale Strijdkrachten, naar toe gebracht om Filippijnse militairen te trainen en te adviseren. Doel is het uitschakelen van de islamitische terroristische groep van Aboe Sayyaf, die op de zuidelijke Filippijnse eilanden Basilan en Jolo actief is, en die volgens de Filippijnse regering en de Amerikanen banden onderhoudt met Al-Kaida. De groep zou bestaan uit zo'n tweeduizend man, van wie sommigen een training hebben gehad in Afghanistan. De groep voert bomaanslagen en aanvallen uit op Filippijnse overheidsinstellingen en 'verdient' haar geld door middel van het nemen van gijzelaars die voor goed geld worden vrijgelaten. Momenteel houdt de groep nog een Amerikaans zendelingenechtpaar en een Filippijnse verpleegster vast, die al zes maanden in gijzeling zijn.

De Amerikanen leggen er de nadruk op dat ze er zijn op verzoek van de regering in Manila, dat het gaat om trainen en adviseren van de Filippijnse strijdkrachten, dat ze wel meegaan op patrouille, maar slechts zullen vechten als ze zelf worden aangevallen. Het aantal Amerikaanse militairen kan worden uitgebreid en ze kunnen uiteindelijk voor gevechtstaken worden ingezet, als Manila daarom vraagt. Critici van de operatie zeggen te vrezen dat andere islamitische groepen, zoals het Moro Islamitisch Bevrijdingsfront, bij de gevechten betrokken zullen raken en dat, als er Amerikaanse slachtoffers vallen, er steeds meer Amerikaanse 'adviseurs' naar toe gezonden zullen worden gestuurd en Amerika binnen de kortste keren weer in een langdurige oorlog ver van het bed verzeild zal raken.

Het tweede land op het lijstje is Somalië, een ellendige lap woestijn langs de Indische Oceaan, waar de bevolking het afgelopen decennium ook alleen maar ellende heeft meegemaakt. Sinds een jaar zit er een overgangsregering, die blij mag zijn als ze een deel van de hoofdstad Mogadishu onder haar gezag kan houden. In de rest van het land zijn plaatselijke krijgsheren de baas. 'Een wetteloos gebied', zei de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Colin Powell er van, dat we 'zeer zorgvuldig in de gaten houden'. En volgens zijn collega van defensie, Donald Rumsfeld, zijn er trainingskampen van Al-Kaida in het land, 'liep Al-Kaida Somalië zelfs in en uit', maar houden ze zich nu rustig uit angst voor een Amerikaanse aanval.

Beide ministers vinden dat de VS in ieder geval moeten voorkomen dat uit Afghanistan gevluchte Al-Kaida-leiders en -leden in Somalië een nieuwe thuisbasis opzetten. Amerika laat de kust bewaken door een aantal schepen en voert tevens verkenningsvluchten uit boven het land. De overgangsregering zegt de Amerikanen best te willen helpen in de strijd tegen het terrorisme, maar ontkent dat er AL-Kaida-kampen zijn. De Amerikaanse ervaringen in Somalië nodigen overigens niet uit tot acties van Amerikaanse militairen op de grond. In oktober '93 liep een internationale vredesmissie in Somalië uit op een bloedbad, waarbij honderden Somaliërs om het leven kwamen, maar ook achttien Amerikaanse militairen.

Het derde land is Jemen. Ook al zo'n land waar de centrale overheid weinig of geen zeggenschap heeft over grote gebieden, waar krijgsheren de baas zijn. Het was in de Jemenitische havenstad Aden waar terroristen, die banden hadden met Bin Ladens netwerk, oktober 2000 een aanslag uitvoerden op het Amerikaanse oorlogschip Cole, waarbij zeventien marinemensen om het leven kwamen. Er zijn berichten geweest over een op handen zijnde aanval met een 'vrachtwagenbom' op de Amerikaanse ambassade in Jemen, waarop de ambassade tijdelijk werd gesloten en de bewaking verscherpt. Verder zouden vijf Jemenitische leden van Al-Kaida vorig jaar juli naar Indonesië zijn gereisd om daar de Amerikaanse ambassade op te blazen. Onder Amerikaanse druk zijn de Jemenitische autoriteiten zelf al begonnen met het opruimen van terroristische cellen en volgens Amerikaanse kranten verdient dat, als het resultaat heeft, toch verre de voorkeur boven Amerikaanse acties op het Arabische schiereiland.

In Maleisië werden vorig jaar december dertien extremistische moslems gearresteerd, die volgens de autoriteiten banden hadden met een terroristische groep in Singapore, die er weer van verdacht werd aanslagen te hebben voorbereid op Amerikaanse instellingen. Singapore pakte vijftien mensen op, van wie één de Maleisische nationaliteit had. De Singaporese groep had banden met Al-Kaida en was volgens de regering lid van Jemaat Islamiah (Islamitische Groep) en volgens Amerikaanse kranten is dat gewoon een Aziatische tak van het Al-Kaida-netwerk, die cellen heeft in de Filippijnen, Maleisië, Singapore en Indonesië. Singapore en Maleisië hebben geen Amerikaanse aansporing nodig echte of vermeende terroristen in eigen huis aan te pakken. Dat doen ze zelf met liefde, Singapore om zijn imago van veilig financieel centrum in Azië niet te verliezen en Maleisië omdat premier Mahathir Mohamad er veel aan gelegen ligt de stabiliteit (en zijn macht) in zijn multi-raciale land te handhaven.

Dat ligt anders in Indonesië, waar al jaren sprake is van lokale opstanden voor autonomie dan wel afscheiding, radicale islamitische bewegingen en bloedige godsdiensttwisten, waarbij veel geruchten willen dat generaals in de hoofdstad Jakarta de verschillende vuren opporren. Duidelijk is dat ook in deze immense archipel de centrale overheid niet overal zijn gezag kan doen gelden. En in Amerikaanse ogen ook veel te afwachtend is in het aanpakken van echte of vermeende terroristen. Want die vijf Jemenitische Al-Kaida-leden, die in juli het land binnenkwamen om de Amerikaanse ambassade op te blazen, konden ongemoeid het land weer verlaten, terwijl de VS nog wel een speciale eenheid hadden gestuurd.

Verder had Al-Kaida volgens het Amerikaanse weekblad Newsweek op het eiland Sulawesi een trainingskamp voor terroristen en weet de Indonesische regering best waar de leider van dit kamp uithangt, maar doet ze alsof ze van niets weet. En tenslotte laat die overheid een Indonesische man met rust, die volgens Maleisië en Singapore een leidende rol speelde in het netwerk dat Amerikaanse belangen in Singapore wilde aanvallen. Het Pentagon heeft Jakarta aangeboden modern materieel te sturen om acties te ondernemen tegen terroristen, maar veel verder gaat de 'samenwerking' niet. Dat is ook lastig omdat wetgeving in Amerika het Pentagon verbiedt militair samen te werken met de Indonesische generaals totdat Indonesische legeroffieren, die in verband zijn gebracht met het geweld op Oost-Timor van 1999, zijn berecht.

In Centraal-Azië heeft de Amerikaanse regering de banden met de regimes van Kazachstan, Oezbekistan, Kirgizië en Tadjikistan aangehaald in het kader van de coalitie tegen het terrorisme. Deze regimes, variërend van minder fris tot duidelijk onfris op het gebied van democratie en mensenrechten, kregen ruime financiële hulp in ruil voor de vestiging van (tijdelijke) Amerikaanse militaire bases en het gebruik van het luchtruim in de oorlog tegen het Afghaanse Taliban-bewind en Al-Kaida. De regimes haalden de Amerikanen ook binnen om hun onafhankelijkheid van Rusland te benadrukken en omdat ze vrezen voor eigen radicale islamitische bewegingen, die banden hadden met de Taliban en Al-Kaida. Rusland stond die 'invasie' van Amerikanen in de voormalige Sovjet-republieken toe, ook al in het kader van de coalitie tegen het terrorisme, maar vraagt zich nu af hoe 'tijdelijk' die Amerikaanse aanwezigheid dan wel zal uitpakken. De regimes waren en zijn overigens druk doende al wat riekt naar islamitisch fundamentalisme op te pakken.

Niet op het lijstje staat Irak. Niet dat de Amerikanen niet graag met Saddam Hoessein willen afrekenen, maar tot op heden wordt hij niet noemenswaard met Al-Kaida in verband gebracht. Het 'Afghaanse model' - met behulp van een bewapende oppositie in het land het regime aan de kant schuiven - is hier ook niet bruikbaar. Die bewapende oppositie ¡s niet in het land en de Iraakse strijdkrachten zijn van een totaal andere orde dan die van de Taliban in Afghanistan. En verder houdt de internationale coalitie tegen de terreur het niet als Amerika Irak zou aanvallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden