'Na 72 mislukte sollicitaties is Boeing de enige optie'

Fokker kan in afgeslankte vorm nog een jaar verder. Maar de duizenden mensen die na het faillissement op straat kwamen te staan, zegt dat weinig. Noodgedwongen trokken zij hun eigen plan.

Verkocht. Het bord in de tuin voor het huis in de gegoede Alkmaarse buurt Bergermeer laat niks te raden over. Vanmiddag komt de verhuizer langs, om voor te rekenen wat het gaat kosten om de huisraad te verschepen. Behalve het witgoed gaat alles mee. “Want ze hebben daar alleen van die tuttige meubels,” meent Suzanne. 'Daar' is Seattle, in het noordwesten van Amerika waar vliegtuigbouwer Boeing zetelt. Zes weken zal het spul, inclusief de auto, onderweg zijn. “In de tussentijd moeten we maar een gemeubileerd appartement en een auto huren.”

Ben van Doorn werkte met twee korte onderbrekingen 26 jaar op de service-afdeling van Fokker, waar hij klanten begeleidde. Zo hielp hij bijvoorbeeld American Airlines met de introductie van de F-100. Een echte vliegtuigman noemt zijn vrouw hem. En hij kan zich in die omschrijving moeiteloos vinden. “Vliegtuigbouw fascineert me; de ingewikkelde techiek, het aan de man brengen van die kisten. Als je er eenmaal mee hebt gewerkt, ben je voorgoed verloren. Andere bedrijfstakken zijn dan nauwelijks interessant meer, je verveelt je al snel.”

Toch had Ben met minder genoegen willen nemen, als dat had betekend dat hij en zijn gezin in Nederland konden blijven. Vorig jaar april al begon hij met solliciteren, want ook zonder het faillisement zou zijn baan bij Fokker door een interne reorganisatie verdwijnen. “Ik zag het gewoon fout gaan. De laatste jaren deed ik een project om het hoofdproces efficiënter en effectiever te laten verlopen. Dat lukte voor geen meter, heel frustrerend.”

Afgelopen november had hij beet. Ben zou salesmanager in Nederland worden voor een Zweeds onderhoudsbedrijf. “Nou, dat was feest,” herinnert Suzanne zich. “De champagnekurken vlogen door de kamer, de kinderen stonden te springen op de bank. De boxen van de stereo-installatie ontploften omdat we de muziek zo hard hadden gezet. We hebben meteen een weekend Center Parcs geboekt en nette pakken gekocht voor Ben in zijn nieuwe functie.”

Een maand later kreeg de familie een telefoontje. Of Ben even met zijn nieuwe werkgever wilde komen praten, want er was 'een probleempje' gerezen. “Dat bedrijf werkte heel nauw samen met Fokker. En toen daar de problemen begonnen, konden zij ook geen nieuw personeel meer aannemen.” Het was van de baan. “De bodem viel onder ons bestaan uit,” zegt Suzanne.

Hij wordt opnieuw kwaad als hij eraan denkt hoe 'schofterig brutaal' hij is behandeld door de bedrijven waar hij solliciteerde. Afgebekt worden door telefonistes, zo gauw ze zijn leeftijd hoorden. Of gewoon nooit meer wat horen op een brief; geen ontvangstbevestiging, geen afwijzing, niks. “Als je boven de 45 bent, kun je het in Nederland vergeten. Eigenlijk word je boven de 35 al niet meer serieus genomen. Ze vinden je te duur, te zwaar. Hoeveel bazen hier niet bang zijn dat je aan de poten van hun stoel gaat zagen. In Amerika speelt dat niet. Daar is de baas de baas, punt. Die zien in mij een vent met lef en een brok ervaring. En zo hoort dat.”

Toen Boeing begin dit jaar Fokker-personeel begon te recruteren, meldde Ben zich na even aarzelen toch aan. “Het eerste echelon van Fokker heeft zoveel aanzien in de buitenwereld, dat stapt gewoon van de ene Mercedes over in de andere. Voor mij ligt dat anders, heb ik wel gemerkt. Dus toen Boeing een redelijk job offer deed, heb ik ja gezegd.”

De kinderen zijn jong, zegt Suzanne, dus de dure jaren komen nog. Bovendien hebben ze voor Fokker al eens twee jaar in Amerika gewoond toen de kinderen klein waren en dat was een prima tijd. Ben zit het reizen in het bloed, meent zijn vrouw. Hij heeft vroeger nog een paar jaar in Indonesië gewoond en pendelde tussen Nederland en Australië.

De zoontjes Yvo en Tjakko hebben moeite met de verhuizing, weet Suzanne. “Ze zijn hier geworteld. Je moet het voor de kinderen aantrekkelijk maken. We vertellen dat we daar kunnen skiën en dat er een groot meer is. We zeggen ook dat het alternatief de bijstand is en dat dat betekent dat we zouden moeten verhuizen naar een wijk als Overdie.”

De familie Van Doorn gaat. Zonder twijfel, zegt Ben. “We stonden niet meteen te springen, maar eigenlijk worden we steeds enthousiaster.”

Toch drukt het naderend afscheid. Bens vader ligt op sterven en zijn zoon zal hem na het vertrek nooit meer zien. “Ik kan bij Boeing niet zeggen: jongens, ik ben een weekje terug naar Nederland want mijn vader is overleden. Dat kon bij Fokker wel, ja. Waar ter wereld ik ook zat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden