Na 35 jaar is de liefde voor Amerika bekoeld, ook vanwege Trump

Hanny en Wim op hun laatste avond in Nederland. Beeld Familiearchief

Hanny (75) en Wim van Kempen (74) vertrokken in 1982 naar de Verenigde Staten. Voor vier jaar, was het plan. Een succesvol leven later wonen ze er nog altijd. Maar hun liefde voor het land is bekoeld, ook dankzij Donald Trump. En dus willen ze naar huis, naar Nederland.

Mijn oom stuurt zijn Ford over de 82, een tweebaansweg die door de Sonoran Desert in Arizona slingert. Aan weerzijden van de wagen laat de woestijn zich van zijn beste kant zien. De bergtoppen zijn hier wat afgevlakt en vormen de afscheiding tussen de vlaktes waar de wind vrij spel heeft. Het is stoffig en droog – bone dry, zegt oom, bij wie het Engels steeds door het Nederlands schemert. Hij heeft me iets eerder een verlaten kopermijn laten zien, in Bisbee, niet ver van de plek waar ze wonen. De uitgewoonde krater is een kerf in het landschap – voor oud vuil achter gelaten na jarenlang gebruik.

Vanuit de auto wijzen hij en tante me op de ongerepte natuur waar we doorheen rijden. “En hier wil die idiot dus een nieuwe mijn openen”, zegt hij. “Kun je het je voorstellen? Het stof? De stank? Er wordt nog tegen geprotesteerd, maar of het zin heeft? Trump heeft immers al gezegd dat er weer gemined mag worden in deze streek. Als je in de buurt je huis hebt, heb je pech. Dan woon je ineens naast een mijn. Maakt ze hier niets uit. Rekening houden met elkaar is nou niet het sterkste punt van Amerikanen.” Daarna is hij een tijdje stil. Hij heeft Trump bij naam genoemd. Meestal doen hij en zijn vrouw dat niet

Ik had niet verwacht dat oom en tante willen meewerken aan een verhaal over hun terugkeer naar Nederland. Als ik hoor over de plannen, stuur ik een voorzichtig mailtje richting het zuiden van Amerika. Het antwoord is helder en duidelijk: “Als jij de goede vragen stelt, zullen wij ze beantwoorden.” Ik ben welkom om een week lang in hun leven in het niemandsland onder Tucson, Arizona rond te snuffelen.

Drie maanden later land ik op de luchthaven van Phoenix. Oom filmt mijn aankomst. Tante omhelst me hartelijk. Het valt me op hoeveel mijn tante op mijn allang overleden oma lijkt. Het loopje, de onderzoekende, soms wat cynische blik om de lippen. Maar ook weer niet: Zonnebril op de neus, halflang, licht grijzend haar, modieuze jurk. Ze zien er Amerikaans uit. Oom met zijn grijze baardje, korte broek, petje en de mobiele telefoon aan de riem gegespt. Het t-shirt strak om de torso. Tante maakt daar graag grapjes over. “Denk je om je buikje, Wimpie”, zegt ze dan plagend, en jaloersmakend liefdevol.

Definitief afscheid

Mijn herinnering aan hun afscheidsfeest begin jaren ‘80 is summier. Ik – negen jaar pas - herinner me alleen de drukte, en de kruidkoek, waarvan ik zoveel mocht eten als ik wilde. Op de foto’s uit die tijd staan veel mensen in bruine en oranje kleding. Eikenhouten meubels en tafels vol toastjes en huzarensalade. Mannen met snorren en baarden. Het is een paar dagen voor hun definitieve vertrek uit het hoekhuis in Oosthuizen, een dorp aan de boorden van het IJsselmeer.

Toch is dat feest niet het echte afscheid. Dat is op Schiphol, ook daar zijn foto’s van. Mijn opa en oma, de meest dierbare vrienden. Daar komt de pijn. Na de zoenen en plichtplegingen rent een neefje gillend achter ze aan, tot ze door de douane zijn verdwenen.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Familiearchief

Mijn tante huilt tot in New York. Het afscheid verloopt in fases, maar ineens zijn ze onderweg – de eerste stappen op de snelweg van het Amerikaanse leven. Niet maar vier jaar, maar een heel leven. Elf verhuizingen later – via New York Ciry, Lancaster (Pennsylvania) in New Jersey, naar Texas waar in Irvington woonden en daarna de meest gelukkige tijd in Flower Mound beleefden. Daarna weer terug naar New York City en New Jersey (Gillette), landden ze uiteindelijk in Arizona. Als pensionado’s.

Waarom hier? Simpel, zegt mijn oom: “We wilden dicht bij een luchthaven wonen, zodat ik nog op pad zou kunnen voor het bedrijf. En we wilden ruimte om ons heen en een fijn klimaat. Er was ons verteld dat het hier prima zou zijn. En vanuit Tucson is er een directe verbinding met New York.” De ruimte om het huis bleek een tegenvaller; een paar maanden na de verhuizing reden de bulldozers het terrein op om huizen bij te bouwen. En ook het klimaat; tsja – in een woestijn wil het nog wel eens warm worden. Heel warm. “Daar hebben we ons best in vergist”, zegt oom.

De beslissing

Op de tweede dag van mijn bezoek praten we voor eerst uitgebreid over hun beslissing terug te keren. Het is pas negen uur, maar we hebben er al een halve dag opzitten. In het ritme van de woestijn begint de dag vroeger dan in Nederland. Overdag kan de temperatuur in het zuiden van Arizona al in mei makkelijk oplopen tot ver boven de 30 graden. Dan kun je beter niet al te veel doen.

Ze zitten aan tafel onder het afdak van de veranda. Oom heeft plakkertjes op zijn borst, en een piepend kastje om de hals. Een arts wil weten of de hartritmestoornissen waar hij mee kampt ernstig zijn. Tante heeft een nieuwe heup, dat zie je een beetje als ze wandelt. En de laatste dagen ziet ze steeds dubbel. Heel vervelend, daar moet ze eens naar laten kijken. Hun huid is gebronsd, de kleren zomers. Oom draagt zijn petje, tante haar zonnebril.

Vogelliefhebbers

Een paar meter verderop blinkt het water van het zwembad. De tuin is ruim en volledig ommuurd – vooral om ratelslangen en ander kruipend gespuis op veilige afstand te houden. In de bomen hangen voerbakken voor vogels. Her en der staan kleurige Mexicaanse potten en beelden. Er is een open haard voor de koele avonden. Steeds hebben ze een verrekijker binnen handbereik, je weet immers nooit wat voor vogels er op de zaden in de feeders afkomen. “Scotts Oriole”, zegt mijn oom midden in het gesprek als hij een soort wielewaal in een boom ziet landen. De vogeltjes zijn hun lust en leven.

Mijn oom en tante hebben het goed, zo op het eerste oog. Toch komen ze terug naar Nederland. Ergens aan het einde van volgend jaar moet het zo ver zijn.

Vanuit Nederland bekijkt de familie hun leventje altijd met een mengeling van trots en gezonde jaloezie. De zon. Het grote vrijstaande huis met zwembad. De prachtige loopbaan van mijn oom bij het luxe horloge- en juwelenmerk Cartier, zijn topfunctie als vice-president van de afdeling aftersales.

Het leven lacht oom en tante lange tijd toe. “We kwamen hier binnen met een gouden handschoen. We hebben dingen mogen meemaken die ver buiten het normale liggen”, zegt tante. Overal waar ze wonen slagen ze erin om goede en waardevolle sociale contacten op te bouwen. In die eerste jaren wonen ze in New Jersey in een wolkenkrabber, met uitzicht op Manhattan. Vooral in de jaren daarna in Texas, in het idyllische Flower Mound is het leven goed: oom boekt het ene na het andere professionele succes en tante is het stralende middelpunt van een grote groep vrienden en kennissen.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Beeld Familiearchief

Omdat je in Amerika woont waar je werkt, komt er weer een volgend huis, op een volgende plek. Na de aanslagen op de Twin Towers keren ze terug naar New York City en New Jersey. En na het pensioen strijken ze in Arizona neer, de zuidelijke staat die hun hart stal door het overweldigende natuurgeweld, met de Grand Canyon als ultiem hoogtepunt. Ze komen er – ondanks een ritje van zo’n zes uur – graag en veel. In 2016 zakken ze nog in een raft de Colorado River af, dwars door die geërodeerde kloof. Het is de kroon op een leven waarin de liefde voor de overweldigende natuur in Noord-Amerika altijd centraal stond.

Die natuur wordt in Arizona een nieuw doel. Op de kentekenplaat van de auto zit een bordje met ‘volunteer’, als vrijwilligers voor diverse natuurorganisaties vinden ze in de zuidelijke staat een nieuw levensdoel. Tot ‘politics started to play a role’, zegt oom. Als overtuigde democraten hebben ze moeite met de republikeinse wind die door Amerika gaat waaien. “Natuurlijk, we voelen ons wel thuis, maar echt vrienden hebben we hier niet meer. De vrienden die we hadden gaan dood of verhuizen terug naar hun familie, elders in Amerika. Wat overblijft zijn shallow contacts, oppervlakkige contacten. Ja, ik denk dat je best kunt zeggen dat we hier in een sociaal isolement terecht zijn gekomen.”

Horlogemonteur

Het is 1981 als Wim van Kempen voor het eerst gepolst wordt om in New York te komen werken. Als moeilijke jongen uit een gereformeerd gezin wordt hij een paar jaar eerder naar de Christiaan Huygensschool in Rotterdam gestuurd, een speciale MTS die hem klaarstoomt voor een loopbaan als horlogemonteur. Niet direct zijn droom. Maar eenmaal aan het werk bij Kinsbergen, een importeur van dure horlogemerken als Omega en Tissot, vallen zijn leidinggevende talenten op. Bovendien is hij nogal handig met computers: dat komt goed uit in een tijd van beginnende digitalisering. Hij maakt forse stappen die ook internationaal niet onopgemerkt blijven. De Omega Groep wil hem naar de Verenigde Staten halen. “Daar kregen we toen echt zin in”, zegt tante.

Die eerste vrijage leidt uiteindelijk niet tot een baan. Een jaar later is het wel raak. Omega meldt zich opnieuw. Gehard door de deceptie van een jaar eerder dwingt het echtpaar een verkenningsreis naar New York af. Ze hakken ze de knoop door om te vertrekken. Die beslissing valt ze zwaar, maar veel reden om het aanbod af te wijzen hebben ze niet. Kinderen zijn er na een huwelijk van bijna twintig jaar niet gekomen. De teleurstelling daarover is verwerkt. Het zit er simpelweg niet in.

Tante zegt haar baan op als manager bij een voorloper van de ING. Het avontuur lonkt. Al is de eerste kennismaking met Amerika niet direct een succes. Het tijdelijke eerste appartement dat ze betrekken op de 50ste straat wemelt van de kakkerlakken. En oom is altijd van huis, werken. Tante zwerft door de straten van Manhattan om de stad te leren kennen, worstelt met de taal (“het duurde wel even voor ik die onder de knie had”) en voelt zich soms schuldig dat ze zo weinig te doen heeft. “Voor ons begon het ook echt niet als een Amerikaanse droom”, zegt oom. “We zouden voor vier jaar gaan. Er was me beloofd dat ik daarna naar Parijs zou mogen. Dát was onze droom.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld Familiearchief

Om bij het huidige huis van mijn oom en tante te komen moet je door een lage elektrische poort, die toegang geeft tot een brede geasfalteerde hoofdweg. De huizen in de woestijn staan ver uit elkaar. Tussen de vrijstaande huizen heeft de natuur de overhand. Er staan cactussen, er leven coyotes, bobcats, Javelina’s (een bijzonder soort zwijnachtige), talloze slangen, konijnen, hazen en vogels. De mensen zijn er op zichzelf. Aanvankelijk hebben ze veel contact met hun buren. Maar nadat de vrouw des huizes overlijdt en het gehoor van de buurman het nulpunt nadert,verwatert het contact. Wat ook niet helpt: ze zijn er nogal op de hand van Trump.

Zo geven de buren ze een keer een stapeltje boeken mee, met daarin een lofzang op het republikeinse gedachtegoed. Een dag later gaan de schrijfsels ongelezen retour: oom en tante zitten er simpelweg niet op te wachten. “De Arizonians zijn dol op zichzelf, zullen we maar zeggen”, zegt oom. “Laatst, op de luchthaven, kwam ik iemand tegen met een t-shirt met daarop een diamantback snake (ratelslang) met daarop een tekst die zoiets betekende als ‘kan niet omgaan met anderen’. Dat is wat ik voel bij Arizona: mensen willen niet écht met elkaar omgaan. Als je niet voor jezelf zorgt, doet niemand het.”

Mijn tante: “We hebben het echt meegemaakt hoor. Dat we vertelden democraat te zijn. Mensen draaien zich om en laten je staan.”

In het huis van de buren woont nu hun zoon. Ook daarmee is het contact oppervlakkig. Tante: “Ze houden er niet van om te kaarten, of een spelletje te spelen. Je komt binnen en ze kijken televisie, dat is dan het contact. Laatst hadden we hier een etentje, ging één van de mannen in de woonkamer televisie zitten kijken. Zonder het even te vragen. Tsja. Uiteindelijk heb ik de televisie maar uitgezet, nadat de wedstrijd waar hij naar keek was afgelopen. Dat maakt zo’n avond niet gemakkelijker.”

Verkiezing van Trump

Bliep. Bliep. Er rollen plots talloze newsalerts binnen. Het is de voorlaatste dag van mijn bezoek. We zijn onderweg naar de Grand Canyon. Ik mag niet weg uit Arizona voor ik die gezien heb, vinden oom en tante. Voor een lunch zijn we even gestopt bij een fastfoodketen. De afgelopen dagen hebben we veel over Trump en de Amerikaanse politiek gesproken. De wens om terug te keren naar Nederland is er al een tijdje, latent. De ras intredende ouderdom, de aanzwellende eenzaamheid – het land van hun geboorte wordt steeds aanlokkelijker. De verkiezing van Trump geeft de doorslag. Hanny: “Wim voorspelde het al een tijd, maar ik wilde er echt niet aan. De tranen liepen over mijn wangen toen Trump werd gekozen.”

Nu in het restaurant wordt duidelijk dat de verkiezing van Trump ook daadwerkelijk gevolgen krijgt. De piepjes en bliepjes die onze telefoons maken hebben één gemeenschappelijke deler: de nieuwe president heeft zijn eerste echte overwinning behaald in het huis van afgevaardigden. De zorgwet van Obama zal worden vervangen. Mijn tante heeft het er opnieuw moeilijk mee. Hoofdschuddend zit ze boven haar forse bord met ceasar salad. Ze kan amper geloven dat een wet die in hun ogen zoveel goeds brengt voor arme Amerikaanse burgers nu sneuvelt. Mijn zo nette oom en tante moeten zich zichtbaar inhouden. Trump blijft een idiot.

Toch kan de verkiezingsoverwinning van Trump nauwelijks een verrassing zijn. Zeker niet in Arizona, waar de republikeinen traditioneel de grootste partij zijn. Zo ook afgelopen november: 49 procent van de stemmen voor Trump, tegen 45 procent voor Hillary Clinton. In hun woonplaats zijn de democraten wel in de meerderheid (54,2 procent Clinton tegen 40,9 Trump). Een voorbode van hoe heel de staat langzaam zal verkleuren – al zal die verkleuring mijn oom en tante sociaal gezien nauwelijks in de kaart spelen. Arizona is één van de minority-majority states, waarin de meerderheid straks uit minderheden bestaat. Het aantal latino’s dat nauwelijks een woord Engels spreekt, zal er over een paar jaar de overhand hebben.

Tekst loopt door onder afbeelding

Antal zijn Oom en Tante Beeld Familiearchief

'We gaan terug'

De dag dat Trump de verkiezingen wint, gaat de knop definitief om. Tante: “Op 8 november 2016 hebben we gezegd: we gaan terug. We voelden ons die dag verslagen; de klap kwam echt hard aan. Natuurlijk, we spraken er al langer over, maar haast hadden we niet. Ons hier inkopen in een bejaardencentrum hier was ook lang een optie. Maar de verkiezing van Trump zei ons: doe het maar, ga maar terug. Voor ons is het langzaam onmogelijk geworden om hier te leven. Het land wordt 50, 60 jaar teruggeworpen in de tijd.”

Oom: “De total picture was: We moeten hier weg. Al hangt het nog steeds samen met of het ook daadwerkelijk kan. Er zijn nog veel vragen.”

Zo hebben ze de Nederlandse nationaliteit al jaren niet meer. En er moet een huis verkocht worden en een nieuwe plek worden gevonden in Nederland. En hoe moet het met het Amerikaanse pensioen van mijn oom? “Dat is een uitzoekwerkje”, zegt Robert Bosma, een Nederlandse fiscaal jurist die de overgang begeleidt. Hij moet oom en tante geruststellen over hun financiële toekomst, die er voor Amerikaanse begrippen rooskleurig uitziet. “Amerika kijkt naar nationaliteit bij het heffen van belasting”, zegt de jurist van het bedrijf Broadstreet. “Daarin botsen ze met heel veel andere landen, die de woonplaats centraal stellen.”

En, wellicht complicerend: geldt het pensioen van oom ook in Nederland als pensioen? Want hij koos voor een vorm die Nederland niet kent. In de basis is het echter niet heel ingewikkeld. Bosma: “Je betaalt in principe nooit twee keer belasting, dat moet ze geruststellen. Al is het weer wel zo dat je het hoogste tarief van de twee landen voor de kiezen krijgt. Maar dat is weer anders als je twee adressen hebt; één in Amerika en één hier. We moeten kijken wat het beste bij hen past.”

Terug in Nederland? 

En dan? Als ze hier wonen? Tante: “Het lijkt me vreselijk leuk om op verjaardagen aan te kloppen en weer een part te zijn van de levens van onze broers en zussen en de levens van hun kinderen en kleinkinderen.” Grappend: “We kunnen zelfs oppassen.”

“We hopen dat de familiebanden sterk genoeg zijn om weer naar elkaar uit te kunnen kijken. We willen niet bij mensen op hun lip komen wonen, of ons opdringen. We snappen heus wel dat Nederland ook veranderd is, dat het land niet hetzelfde is als het land dat we in 1982 hebben verlaten. We zijn ieder jaar teruggeweest, hebben onze contacten altijd goed onderhouden. We komen niet terug om hulp te vragen, maar wel om onderdeel van de familie te zijn. Om er weer bij te horen.”

Oom en tante zitten in de bar van El Tovar, een chique hotel op een steenworp van de Grand Canyon. Letterlijk. Het is onze laatste avond. We drinken wijn en eten nachos, overgoten met kaas, bruine bonen en guacamole. Natuurlijk komt de politiek weer ter sprake, we hebben het over de toekomst en wat die zou kunnen brengen. Over het Nederlandse zorgsysteem, waar ze geen tienduizenden dollars aan kwijt zullen zijn. Het Engels en Nederlands vermengt zich – ze zijn even Nederlands als Amerikaans. Zuinig bij het bestellen van een glas wijn, maar erg overzees als het daarna over Europese auto’s gaat: kleine bakkies noemen ze die, lachend.

Drieënhalf decennia in de Verenigde Staten heeft ze tot hybride burgers gemaakt: van twee werelden het beste, als je het positief uitlegt. Oom en tante zijn onvermurwbaar – het avontuur van hun leven is nog niet klaar, het slotstuk moet nog geschreven. Tante: “De beslissing om terug te keren voelt goed. Toen we de knoop doorhakten, voelde ik mijn moeder op mijn schouder. Ze glimlachte en dat gaf me een goed gevoel. Het zal niet gemakkelijk worden, maar we hebben ons hele leven nog nooit bij de pakken neergezeten. We willen de laatste fase van ons leven in Nederland doorbrengen.”

Mijn oom kijkt mijn tante aan, glimlachend. Na de woorden ‘laatste fase’, zegt hij droog: ‘snif’. Om de lippen schemert een glimlachje. Heel dunnetjes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden