Mythe 'tennis is vrij van doping' de wereld uit

Het Amerikaanse persbureau AP (Associated Press) maakte afgelopen dinsdag een opmerkelijke vergissing. Een verhaal over het eerste (?) dopinggeval in de tennissport (de Spanjaard Ignacio Truyol) werd besloten met de volgende alinea: “Naar werd verluid hebben de Zweed Mats Wilander, oud-nummer één van de wereld, en de Nederlander Richard Krajicek, in 1995 tijdens Roland Garros positief gereageerd op een test voor het gebruik van cocaïne. Het tweetal ontkende de beweringen en ging in beroep. De zaak is nog altijd niet opgelost.”

Krajicek? Positief? Cocaïne? Roland Garros'95? Dat kon niet waar zijn. En inderdaad, na luttele minuten kwam AP met een rectificatie: “In het verhaal over doping in de tennissport moet een belangrijke wijziging worden aangebracht. Vervang in de laatste alinea de naam van Richard Krajicek door de naam van de Tsjech Karel Novacek.”

De dopingtesten in de tennissport werden in 1990 ingevoerd door de ATP, de Association of Tennis Professionals, die in dat jaar de organisatie van de tour overnam van de internationale tennisfederatie (ITF). Het ging er destijds voornamelijk om het vermeende gebruik van cocaïne een halt toe te roepen. Destijds deden veel verhalen de ronde over het groeiend aantal spelers dat de dagelijkse sleur van de tennistour wilde opvrolijken met een snuifje cocaïne. Het witte spul zou zelfs 'verborgen' zitten in de armbanden, van oorsprong bedoeld om het zweet van het voorhoofd te wissen.

'Tennis is vrij van doping', zo luidde het standaard antwoord van ATP-officials als het gebruik van stimulerende middelen ter sprake kwam. Wilander en Novacek waren in 1995 de eerste spelers die met naam en toenaam werden genoemd. Het tweetal diende bij de Engelse justitie een aanklacht in, omdat in hun ogen het vermeend dopinggebruik tijdens Roland Garros voorbarig en onzorgvuldig naar buiten was gebracht. De ITF, verantwoordelijk voor de vier Grand Slam-toernooien en de Davis Cup, heeft tot op de dag van vandaag geweigerd mededelingen over de kwestie te doen.

Boris Becker gooide twee jaar geleden de knuppel in het hoenderhok. In een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung onthulde de Duitser dat het gebruik van stimulerende middelen gemeengoed was in de tennissport. Becker vond het een 'grap' dat er nog nooit een tennisser was betrapt en bestraft. Eerder in 1995 had Becker zich de woede van de ATP èn van Thomas Muster op de hals gehaald. Na het toernooi van Monte Carlo vroeg Becker zich af of het herstelvermogen van de Oostenrijker wel 'puur natuur' was. Muster had zich na de halve finales tegen Gaudenzi met uitdrogingsverschijnselen laten onderzoeken in een ziekenhuis, maar een dag later vertrok hij geen spier in de ruim drie uur durende, gewonnen finale tegen Becker. De verliezende Duitser moest zijn loslippigheid bekopen met een boete van 20 000 dollar.

In een interview met Trouw zei Jacco Eltingh in de zomer van 1995 dat hij heel voorzichtig moest omspringen met de keus voor zijn medicamenten tegen hooikoorts. Hij was dat jaar al vijfmaal gecontroleerd door de vliegende brigades tijdens de toernooien. In de ogen van Eltingh vormde tennis een te complexe sport voor doping, maar hij had wel één naam gehoord van een speler die was betrapt: de Spanjaard Frederico Sanchez. De naam van Sanchez werd echter nooit openbaar gemaakt door de ATP of de ITF; wellicht had hij met succes het afkickprogramma doorlopen.

De afgelopen week kwam de ATP dus met een primeur: de Spanjaard Ignacio Truyol was de eerste tennisser die werd gestraft wegens het gebruik van doping. Uit de mededelingen van de spelersvakbond werd niet duidelijk of de nummer 127 van de wereldranglijst ook de eerste speler was die was betrapt. Truyol reageerde tijdens het Challenger-toernooi van Oostende, in juli 1996, positief op het gebruik van nadrolone en pemoline. De ATP schorste hem voor een jaar, pikte een deel van zijn prijzengeld (39 985 dollar) in en verklaarde de ATP-punten van Truyol sinds juli '96 ongeldig. Volgens de speler zaten de verboden middelen in medicijnen die een Spaanse fysiotherapeut hem had voorgeschreven om een rugblessure tegen te gaan. De ATP was onverbiddelijk: de geloofwaardigheid van de tennissport was aangetast en Truyol moest hangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden