Mysterieuze bakens in Bretagne

Waarom er bij Carnac meer dan drieduizend menhirs staan weet niemand. En of je sneller zwanger wordt als je er een knuffelt? Karen Meirik zocht het voor u uit.

De laatste keer dat ik me tussen de menhirs bevond, was ruim acht maanden geleden. Bij toeval was ik verzeild geraakt in een groep Belgische Citroën-dealers op bedrijfsuitje en we luisterden naar de gids. Die vertelde over een oud lokaal gebruik. Vrouwen die zwanger willen raken, kwamen hier met hun buik tegen de rechtopstaande steenkolossen wrijven. (De primitieve symboliek zal niemand ontgaan.) Volgens de traditie zou het kind zich dan nog hetzelfde jaar moeten aankondigen. Voorzichtig naar achteren schuifelend om nieuwsgierige blikken van autoverkopers te vermijden, nam ik de proef op de som.

Mythen en legenden over de menhirs zijn er te over. De werkelijke reden waarom de meer dan drieduizend enorme rotsblokken hier ooit netjes in rijen zijn neergezet, blijft een uitdaging aan de wetenschap. Ook over het 'hoe' tasten de geleerden nog altijd in het duister. Sommige stenen zijn zelfs met moderne technieken nog te zwaar om te verplaatsen. Obelix en de magische toverdrank van Panoramix hebben er in ieder geval niets mee te maken: de druïden hebben de menhirs wellicht gebruikt voor hun rituelen, maar de stenen dateren van vér voor de Galliërs en Kelten. Recent archeologisch onderzoek schat ze op zo'n zes- tot zevenduizend jaar oud. Volgens de gids dienden ze misschien als baken of ontmoetingsplek voor de nomadische stammen uit die tijd. De toeristenbussen bij het grootste veld, Le Ménec, laten zien dat de rechtopstaande stenen nog steeds drommen mensen weten aan te trekken. Maar op de fiets is het verrassend rustig. Samen met Phoebe, een Australische studente, rijd ik op een zonnige dag in juni deze fietsroute door de zacht glooiende velden van de Morbihan. Het begin van de rit voert door een moerassig gebied vol vogels en oestervelden bij een drooggevallen zeearm. Dan volgen al snel de zandstranden van de badplaats Carnac. De zee is azuurblauw, de boulevards zijn nog leeg vlak voor de aanvang van de zomervakantie. Phoebe is aangenaam verrast door de rust en de landelijkheid van wat bekend staat als de meest toeristische regio van Bretagne.

We volgen het fietspad langs de kust tot aan La Trinité-sur-Mer. Daar verdwalen we prettig in een labyrint van smalle straatjes in het oude centrum. Dit mooie dorp staat bekend om de oesters en de grote jachthaven, maar tot groot verdriet van veel inwoners nog meer vanwege een roemruchte politieke familie. Het is de thuisbasis van de Le Pens, oprichters en leiders van de extreem-nationalistische partij het Front National.

Op de hoge brug over de monding van de Crac'h genieten we van een spectaculair uitzicht. Onder ons de oestervelden, verder weg dobberen de bootjes en blikkert het zonlicht op de spiegelgladde zee. Wij gaan door in noordelijke richting, over popperig smalle paadjes, langs stenen herenboerderijen en een kasteel, totdat we de Crac'h weer terugvinden bij een oude getijdemolen. Deze watermolens kunnen werken dankzij de verschillen in eb en vloed in Bretagne, tot wel tien meter of meer bij springtij.

We fietsen tussen de pijnbomen en dan duiken de eerste velden met menhirs op. Om de grootste velden van Le Ménec en Kermario zijn twintig jaar geleden hekken geplaatst, alleen buiten het hoogseizoen kun je hier zonder gids ronddwalen. Maar de kleinere velden, en ook losse menhirs zoals de Géant du Manio, zijn nog vrij toegankelijk. Tijd om even af te stappen dus. Ik leg mijn hand op een menhir die amper een kop boven me uitsteekt, maar die wel duizenden jaren lang weer en wind trotseerde. Het verweerde graniet voelt verrassend warm aan. Even uitrusten. Het is namelijk best vermoeiend fietsen met een dikke buik van zeven maanden.

Fiets en trein

Het fietsgebied rond de Golfe du Morbihan is met de trein goed bereisbaar: de Thalys naar Parijs (Gare du Nord) en dan overstappen op de TGV naar Quimper (Gare Montparnasse). Sinds dit jaar kun je met de Thalys ook via Lille naar Bretagne. De TGV vanuit Parijs (richting Rennes - Quimper) stopt in Vannes en in Auray, reist u via Lille dan moet u in Rennes overstappen. In Auray rijdt van half juni tot en met half september een speciale trein, de 'tire-bouchon', naar het schiereiland Quiberon (www.ter-sncf.com). Deze trein stopt ook in Plouharnel, bij Carnac.

In deze trein (TER-net) kun je de fiets gratis meenemen. In de Thalys en de TGV kan de fiets mee in een

speciale fietshoes . Fietsticket kopen

kan (nog) niet online, wel via NS Hispeed Telesales en bij de grotere treinstations.

Wie met de trein en eigen fiets reist, kan de route beginnen op het station van Plouharnel. Wie met de auto komt of een fiets huurt, kan beginnen in Carnac op de rue des Druides. Hier zitten zowel het Office de Toerisme (www.ot-carnac.fr) als een goede fietsverhuurder (www.velocarnac.com). De beste rijrichting voor deze route is tegen de klok in, omdat u dan het mooiste uitzicht heeft op de menhirs en de zee en het minste hinder van autoverkeer.

Uitgebreide toeristische informatie over het gebied is te vinden op: www.morbihan.com

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden