'Mysteries zijn glashelder'

Anton Quintana: Het boek Bod Pa. Querido, Amsterdam; 291 blz. - ¿ 34,90

“Ik kan dat soort dingen niet onthouden,” bekent de schrijver van 'Het boek Bod Pa' dat in de afgelopen weken zowel met de Woutertje Pieterse Prijs als met de Gouden Uil voor jeugdliteratuur werd bekroond, de volgende ochtend. “Terwijl ik mij verhalen die ik eenmaal gelezen of gehoord heb altijd kan herinneren. Dat is een soort gekte. In het weeshuis, waar ik samen met mijn tweelingbroer van zes weken oud tot mijn zeventiende ben opgegroeid, mocht ik één boek per week uitzoeken. De sprookjes van Grimm, 'De vier heemskinderen' en 'Uit een grijs verleden'. Alle verhalen heb ik onthouden.”

Een soort gekte. Dat is wat Anton Quintana kenmerkt. Een kleine man met een scheef, ongeschoren gezicht en asgrijs haar. Snel en binnensmonds prevelt hij zijn zinnen als spreuken voor zich uit. “Dat is het gevolg van tweelingenpraat.”

Priemend, maar niet onvriendelijk kijken zijn ogen me aan. Overrompelend bijna dringt zich het beeld op van zijn eigen hoofdpersoon, de sjamaan Bod Pa: “De noordenwind had de velden een raadsel gebracht. Een ondermaats mannetje dat - lachwekkend genoeg - het stigma van een zwaardvechter droeg.” Net als Bod Pa spreekt Quintana in raadsels en aforismen. Hij leest mijn gedachten zoals Bod Pa zijn leerling Perregrin doorziet en geeft me antwoord met een tegenvraag. De schrijver kan ook net zo stevig drinken en grinniken om zijn eigen grapjes. Na een flinke slok uit het kristallen bolle glaasje vol Jack Daniels drukt hij de knop van zijn recorder in om het gesprek op te nemen. “Wat heb je daar op dat vel staan?” Ik moet eerst mijn lijstje met associaties die ik bij het lezen van zijn boek had achter elkaar voorlezen. De interviewer geïnterviewd. “Goed. Je hebt het begrepen.” Dan pas wil hij over zichzelf praten.

“Toen ik in het weeshuis zat, erkende ik God noch gebod. Ik geloofde niets. Dan kan je een psychopaat worden, maar dat is bij mij net niet gebeurd. Ik bedacht mijn eigen wetten, net als Bod Pa. Die vindt de bijbel slechts een dik verhalenboek voor grote mensen. Het was ooit bedoeld als ideeënboek, maar bij gebrek aan ideeën hebben ze er maar een wetboek van gemaakt. In de bijbel sympathiseer ik met Kaïn. Iedereen houdt van Abel. Ik niet. Een van een tweeling te zijn - in tegenstelling tot wat de mensen zeggen - is verschrikkelijk. In je eentje heb je het al moeilijk genoeg. 'Indivi-dualiteit' - het woord draagt de innerlijke tegenstelling in zich. Niemand schijnt dat ooit op te merken. Mijn tweelingbroer was een mooie jongen en ik was klein en mismaakt. Toen ik zestien was, ben ik geopereerd aan mijn gezicht. Maar ik draag voorgoed het Kaïnsteken.”

“Op mijn zeventiende liep ik weg uit het weeshuis. Vier jaar heb ik gezworven tot in de uithoeken van Europa. Van Gibraltar tot Kiruna, in het uiterste Noorden van Zweden. Daar kon je toen niet verder. Elke nacht lag ik in de greppel, tot ik aan het eind van het tweede jaar een man tegenkwam die me liet zien hoe je met stijl kunt zwerven. De man heette Angelo, maar ik noemde hem 'Pantalla'. Dat betekent in het Spaans 'schemerlamp' - dat was de vorm van de schaduw die zijn gebochelde lichaam op straat liet vallen. Later ben ik erachter gekomen dat pantalla ook 'schertsfiguur' betekent. Op hem is de figuur van Bod Pa mede geïnspireerd. Ik raakte hem kwijt, vergat hem, maar begon hem te belichamen. Mijn lichaam schreeuwde hem uit.”

“In Nederland kwam ik pas terug toen ik 22 was, in de waan dat ze me nog steeds zochten. Ik trof een cultuur van leugens aan, die hier te lande nog steeds heerst. Een matriarchale staat gevormd door generaties koninginnen. Waar hoererij verboden is, maar waar wel belasting van kan worden geïnd. Er hoeft maar één vrouw in Nederland te klagen en het wordt serieus genomen. Ik wacht op de vader die voor de rechtbank zegt: 'Al m'n dochters geneukt, ja en wat dan nog'?”

“De woestheid is uitgebannen in onze cultuur. Maar wat je onderdrukt, komt des te sterker naar boven. Mijn boek gaat juist over woestelingen. Want als je wreedheid uitbant, dan kan je tederheid ook wel uitbannen. Alleen handen die kunnen moorden, genezen. Als je barbaar wil worden, moet je eerst beschaafd zijn geweest.”

Quintana zwijgt. Hij denkt na, loopt naar de fles en schenkt zich nog eens in. “Ik verpest de gezelligheid altijd met mijn verhalen.” Dan herneemt hij zich: “Achteraf gezien heeft mijn zwerverstijd mijn denken gevormd. Toen kregen de dingen hun betekenis. Ik leerde dat natuurvolken 'melancholie' 'winterziekte' noemen. Als je dat weet, dan snap je wat er met je gebeurt. Het Nederlands is veel te verzachtend, te verzoetend. 'Depressie', dat zegt dus niets meer. Dat krijgt pas vorm in de beschrijving van een saai landschap of in dromen: die vertellen meer dan de waarheid. Neem de droom, waarin Bod Pa zijn eigen, bitter smakende hart opat. Dát is depressie. Maar het is ook de macht van woorden. In mijn boek staat: 'Wat een macht hebben woorden. Ze zeggen precies wat we voelen. Als we tenminste niet liegen. Maar soms moeten we wel liegen, als we iets voelen dat we niet mogen voelen. Dan liegen we, er zit niets anders op. Omdat we anderen willen sparen of ons gezicht niet willen verliezen of domweg omdat we geen raad weten met wat we voelen.”

“Kun je me nog volgen? Ik weet ook niet altijd waar mijn verhalen vandaan komen en wat ze betekenen. Soms is iets gewoon waar en dan vertel ik het. Bod Pa zegt ergens: 'Kan iets níét bestaan alleen maar omdat wij het bedacht hebben?' Ik heb altijd naar tegendelen gezocht. Mysteries zijn glashelder.”

“Je schrijft voor die Ene - een zwerver zoals ik, die in het boek zijn plaats vindt. In deze tijd van aandacht voor mijn boek heb ik de illusie dat die Ene in mijn boek onderdak zal vinden. Maar als je boek tussen neus en lippen verdwijnt, wat moet je dan? Toen ze mijn eerste boek wilden verramsjen, heb ik de rest van de exemplaren opgekocht. Een vrachtwagen vol. Met al die boeken heb ik toen mijn tuin opgehoogd. Dat was bitter, maar nu weet ik hoe het moet.”

“Toen ik de Gouden Uil kreeg voor 'Het boek Bod Pa' heb ik tegen de jury gezegd: 'Ik snap niet dat jullie er zo lang over gedaan hebben mij te kiezen.”'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden