Mysterie op Van Limburg Stirumplein

Mei is bijna voorbij, de Maria-maand evenzeer. Twee maal eerder deze maand bezag de gereformeerde predikant Lodewijk Dros in milde verwondering de devotie die zij bijna tweeduizend jaar later nog oproept. Vandaag een wat mysterieuzer Maria tot slot.

Lodewijk Dros

Hij moest even bukken, de pastoor, om de tegel op de grond goed te kunnen lezen, en Klik!, hij was vereeuwigd. Het onderschrift van de foto in de krant: 'Pastoor knielt voor Onze Lieve Vrouwe Ter Staats', aldus pater Bram Denkers. In zijn parochie had naar verluidt een zeer opmerkelijk religieus fenomeen plaatsgevonden.

De tegel markeerde de plaats waar tussen mei '87 en maart '88 Maria zou zijn verschenen. Naast belangstelling uit wetenschappelijke hoek - antropologen waren er als de kippen bij - was er grote media-aandacht: radio, tv en schrijvende pers wilden er het hunne van hebben. Zo werd de bukkende pastoor een knielende, en zagen plotseling meer mensen tegen middernacht een vreemd groen schijnsel, of de Heilige Maagd zelfs in vol ornaat in een buurt die tot dan toe bekend stond om z'n relschoppers. De Amsterdamse Staatsliedenbuurt: van krakersgetto tot Mariaoord.

De interesse van de media werd flink opgepookt door Henk M. Brouwer, voorzitter van het comité-generaal Onze Lieve Vrouwe ter Staats. Zo probeerde hij het Van Limburg Stirumplein te laten omdopen tot het Mariaverschijningsplein, dan wel OLV ter Staatsplein. De gemeente reageerde vriendelijk, maar afwijzend. Brouwer wendde zich gebelgd tot koningin Beatrix: ,,U als gewoon koningin zult begrijpen welk een belediging dit is voor de koningin des Hemels.'' Ook een voorgenomen handtekeningenactie van katholieken uit binnen- en buitenland vermocht de wereldlijke overheden niet te vermurwen.

Een meesterzet in de publiciteits-machinerie was het pers-veto dat het comité al vroeg afkondigde. Geheimzinnigheid maakt nieuwsgierig. Maar het biedt ook de mogelijkheid om zo weinig mogelijk onwelgevalligs naar buiten te laten komen. Het comité had zelf een ander, zeer lovenswaardig motief: men achtte het niet passend om vóór de kerkelijke erkenning in de openbaarheid te treden. Al trad het comité dat beginsel zelf veelvuldig met voeten, zoals door het oproepen tot processies, het schrijven aan kranten en het uitbrengen van de MariaBode, hardcore Marianieuws van bovenaards niveau. Vreemd genoeg blijft de lezer daarvan in het ongewisse over haar boodschappen.

Van rooms-katholieke zijde bleef erkenning in de Staatsliedenbuurt uit. Toch zouden mensen busladingsgewijs de verschijningsplek bezoeken, zelfs krakers kwamen tot bekering en onder een lokaal café ontsprong spontaan een bron. Een wonder dus.

Pater Denkers deed een en ander voor wie het maar horen wilde af als een grap, verzonnen door de kraakbeweging. Voor dat laatste is wel wat te zeggen, zoals bleek uit de suggestie om het Mariaverschijningsplein te laten stofferen met tapijt in de rasta-kleuren rood, geel en groen, behorend bij OLV ter Staats - en bij cannabisminnende krakers. Onze Lieve Vrouwe ging als snel als 'het kraakmadammeke' door het leven.

Nu waren er wel enkele stemmen uit die hoek die het gezagsondermijnende werk van Maria en haar 'wilde verschijningen' toejuichten, maar 'de' kraakbeweging reageerde woedend: ,,Hoe komt een dorpspastoortje er **** (censuur, l.d.) bij? Dit soort idiote uitspraken ondergraaft de integriteit van de kraakbeweging.''

Een tegenstroming kon niet uitblijven. Actiegroep Maria de Buurt uit - al snel ten prooi aan spanningen tussen realo's en fundi's, zoals het hoort bij krakers - stelde zich ten doel 'het organiseren van tegendemo's, het uitblazen van de kaarsen, aangestoken door de reactionaire hallucinerende aanhangers van Gijsen en consorten, het overstemmen van Marialiederen met spreekkoren (olé, olé) en het stichten van verwarring onder pelgrims door ze een verkeerde verschijningsplaats aan te wijzen'. Uiteraard wilde de actiegroep de tegellegging verstoren, maar de Maria-tegelleggers waren haar te snel af. Even mysterieus als snel was de tegel met het opschrift 'Hier verschynt Zy' verdwenen: een klein monumentje (de Hand der Hoop) op dezelfde locatie werd later aan gruzelementen geslagen.

Nietsvermoedende rooms-katholieken die zich abonneerden op de MariaBode kregen een curieus periodiek in handen; Theodor Holman noemde het in het Parool 'het leukste blaadje dat ik de laatste tijd gelezen heb'. Niet iedereen was van het soms reviaanse geschrijf gediend : 'Na eenmaal uw blad MariaBode te hebben ontvangen, zeg ik meteen mijn abonnement op en ondanks dat ik 27,- heb overgemaakt wens ik Uw blad niet meer te ontvangen.'

Latere edities zijn trouwens veel minder aangenaam leesvoer, zal ook Holman erkennen: speelse en venijnige ironie maken plaats voor platvloersheid. 'Mgr. Gijssen op een congres over zelfbevlekking' is gewoon niet leuk. Dat geldt ook de web-site die nog altijd voor een groot deel aan de verschijningen gewijd is: op z'n best onderbroekenlol. Wel leuk zijn de advertenties: ,,Voor diverse verschijningen naar de openbare bibliotheek'', en: ,,'Het' gebeurde naast ons terras. Bezoek na uw bedevaart/processie Café Tramlijn Begeerte.'' Maar de mooiste is: ,,Volendammer vishandel Jaap Molenaar. Voor uw gebakken 'Sterre der Zee'.''

In de strijd om erkenning dook plotseling een verrassing op. Twee Italiaanse pelgrims die begrijpelijkerwijs anoniem wensten te blijven, bleken de hand gelegd te hebben op een relikwie van Adriaan Floriszoon Boeyens, geboren 1459 en bekend geworden als Hadrianus VI, de enige Nederlandse paus. Volgens het persbericht zou het 'stukje bot' geschonken zijn aan het comité en den volke getoond worden tijdens de Maria-Ommegang kort daarna. De processie, keurig aangevraagd en door bevoegde instanties goedgekeurd, zou tienduizend personen tellen. Naar verluidt moet ooit bisschop Gijsen - toen te Roermond, tegenwoordig op IJsland - in de buurt van de beoogde heilige plaats gesignaleerd zijn, maar dat betekent geen erkenning. Ook een poging om de zaak onder de aandacht van de congregatie voor de geloofsleer te Rome te brengen, bracht erkenning niet dichterbij.

De Staatsliedenbuurt ressorteert onder het bisdom Haarlem en als de televisie- of radioprogramma's het niet hebben gedaan, dan moet een verdwaalde MariaBode de Nieuwe Gracht aldaar wel hebben bereikt. Monseigneur Bomers reageerde zurig, maar niet afwijzend op de toestanden rond het Van Limburg Stirumplein. Een beetje bisschop dient immers rekening te houden met de mogelijkheid, want als het de Maagd behaagt . . . Bovendien zijn Maria-devoten, zoals bij schreiende beeltenissen in Brunssum en elders, zeer Rome-getrouw en die moet men niet te snel voor het hoofd stoten. Dat ook OLV Ter Staats opriep tot gehoorzaamheid aan de paus, 'tenslotte hebben we die niet voor niets', stemde Bomers aanvankelijk mild.

In een vraaggesprek, dat tegen zijn zin werd gepubliceerd, gaf hij aan geen kerkelijke goedkeuring te hebben verleend aan de verschijningen. ,,Als ik nou eens een brief van een van die zieners zou krijgen, dan kan ik, als ik het niet direct afwijs, een commissie benoemen van kritische mensen.''

Die commissie is er nooit gekomen. En als Mohamed niet naar de berg komt: Mgr. Bomers toog op die gedenkwaardige zondag 25 augustus 1991 ter kerke, in de Staatsliedenbuurt, waar als slotstuk van een grootse optocht het Mirakelspel zou worden opgevoerd. Uit Limburg geïmporteerde dansmariekes, vendelzwaaiers en de onvermijdelijke dame van zekere leeftijd met de bezem balancerend op de kin, bevolkten met de bisschop die middag de protestantse Nassaukerk. Het mirakel van Amsterdam - een nimmer verteerde hostie - stond centraal, zoals het hoort.

Het klapstuk was volgens sommigen een hoogte-, volgens anderen een dieptepunt: een der spelers, 'bisschop van Utrecht', breide aan zijn tekst eigener beweging nog een ware preek, waaraan niet alleen oppassende katholieken zich stoorden. De schrijver van het spel, Mohamed El-Fers, beende boos weg, maar het kwaad was al geschied; een excuusbrief naar Haarlem, waarin hij de ontspoorde 'edel-figurant' afviel, mocht niet meer baten. Natuurlijk had hij beter moeten weten: 'de bisschop van Utrecht' werd gespeeld door ene P. Domela Nieuwenhuis . . .

Sindsdien was de aardigheid er eigenlijk een beetje af. De MariaBode was niet meer wat ze geweest was. Jarenlang zag niemand Maria meer en leidden de Staats-devoten een kwijnend bestaan. Tot 1994, net voor Kerst: Ze was er weer! En niet in de Staatsliedenbuurt, maar in de Jordaan en, jawel, in Bos en Lommer. De laatste verschijning erkende het Comité niet, de eerste wel. Deze was duidelijk een Heilige wederdienst voor de toezegging van een tapijtleverancier jaren tevoren, het Van Limburg Stirumplein te stofferen en zijn jarenlange advertentie-inspanningen in de MariaBode ('Heilige Vader, laat niet over U lopen, loop over ons'). Er was nog nooit wat gezien; Sonja Barend zocht vergeefs naar 'zieners' voor haar programma. En al schreef het journaille dat heel wat bedevaartsgangers de weg naar de Staatsliedenbuurt hadden gevonden, zelfs 'grote aantallen' (Trouw), nooit werd er één knielend aangetroffen of sprekend opgevoerd - of het was een lid van het Comité.

Natuurlijk zijn sommige schuchtere aanhangers van 'zou er niet toch iets . . .?' bij de voorlaatste halte van Lijn 10 uitgestapt, maar nooit busladingen. Onder Tramlijn Begeerte was geen bron ontsprongen. Toch kwam het mediacircus weer opgang. NRC, KRO, NOVA.

Niettemin was het spel van Mohamed ('Mo') El-Fers zo'n beetje uitgespeeld. Al in 1992 had hij onder die naam een bundel documenten samengesteld, getiteld 'The Making of a Madonna' en daarmee - in kleine kring - zijn kaarten op tafel gelegd. 'The Making', aangeboden aan pater Denkers bij zijn afscheid als buurtpastoor, is een waardevolle handleiding voor wie zelf Mariaverschijningen in scène wil zetten.

Met zijn vele aliassen - MariaBode-hoofdredacteur R. Vandenberg, penningmeesteres M. Elfers (!), Henk M. Brouwer, als naamloos voorman van tegenbewegingen - had hij aan erg veel touwtjes getrokken. Tot groot genoegen van velen die de Staatsliedenbuurt als een bruisend centrum van de stad zagen en niet wars waren van een beetje kerkje-pesten. Maar het leidde ook tot groeiende ergernis van wie vonden dat er eens een eind moest komen aan het gesol met oprechte religieuze gevoelens.

Volgens een buurtgenoot is zijn vader een Iraans geestelijk leider, zijn moeder een Duitse die hem onderbracht in een nonnenklooster in het zuiden des lands. Dat laatste verklaart hoe hij zo goed van de mores van de Moederkerk op de hoogte is geraakt. Die kennis heeft hij, samen met een handjevol medeplichtigen, na een avond bier innemen in Tramlijn Begeerte effectief benut, nog diezelfde nacht, bij de geboorte van OLV ter Staats.

Het eerste, zijn afkomst, is onzeker: volgens sommigen is hij van Turkse origine. Veel rond Mo draagt sporen van mystificatie. Dat past bij El-Fers. Als redacteur van een wijkblad staat hij bekend om zijn artikelen waarin feit en fictie hopeloos verstrengeld zijn geraakt.

En Mo zit niet stil. De laatste keer dat ik van hem hoorde, was bij een geheel nieuw initiatief: Turks olieworstelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden