Muzikale top in Eindhoven

Frank Veenstra: 'Innovatie is heel belangrijk. Die zit bij ons in de zaal en in de stad.' (FOTO BRAM SAEYS )

Muziekcentrum Frits Philips kan zich de laatste tijd meten met de beste concertzalen. Frank Veenstra legt uit hoe dat lukte.

Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven heeft de laatste jaren een grote sprong voorwaarts gemaakt. Steeds vaker trekt het zalencomplex de aandacht met een opvallende programmering en internationale topmusici; topmusici die graag optreden in Eindhoven vanwege het publiek en vanwege de opvallend goede akoestiek. In ongeveer zes jaar tijd is de omzet van het Muziekcentrum verdubbeld: van vijf miljoen euro naar tien miljoen euro nu. De Eindhovense concertzaal kan zich inmiddels meten met de beste muziektempels in binnen- en buitenland.

Dat het in september 1992 geopende Muziekcentrum zich de laatste jaren zo in de schijnwerpers heeft weten te manoeuvreren, is mede te danken aan Frank Veenstra, die nu ruim vier jaar verantwoordelijk is voor de programmering.

„We staan internationaal op de radar”, zegt Veenstra. „En dat was tien jaar geleden echt anders.” Veenstra, naast programmeur ook singer/songwriter, componist en musicoloog, vergelijkt het samenstellen van een programma met componeren. „Ik denk niet in hokjes, in licht of klassiek. Er is alleen goede muziek en slechte muziek. Nico Muhly, die voor drie jaar bij ons composer in residence is, is daarvan een voorbeeld. Hij maakt arrangementen voor Björk, Antony en Rufus Wainwright, schreef filmmuziek voor ’The Reader’ en zal bij ons de komende drie seizoenen voor twee wereldpremières per seizoen zorgen. Ik ben zelf altijd een new waver geweest, maar het is een sociaal maatschappelijke trend dat we met z’n allen minder verzuild in het leven staan. Dertig jaar geleden had je duidelijke groepen, punkers en kakkers bijvoorbeeld, maar die tegenstellingen zijn grotendeels verdwenen. Jammer is wel dat daarmee ook het engagement veel minder is geworden. Uit onderzoek dat wij laten doen blijkt dat de hokjesgeest bij ons publiek ook langzaam verandert. Liefhebbers van fado-muziek gaan ook naar klassieke concerten bijvoorbeeld.”

Veenstra was vóór zijn baan in Eindhoven tien jaar lang programmeur van het Muziekcentrum Enschede. „Daar zat ik na die tijd aan het plafond. Hier in Eindhoven zijn vanwege de organisatie, vanwege de samenstelling van de bevolking en vanwege de dynamiek van de stad zo veel meer mogelijkheden. Het aantal bezoekers voor klassieke concerten is in Eindhoven nog steeds groeiend. Ik denk dat dat te maken heeft met de nadrukkelijke keuzes die we maken, keuzes die gebaseerd zijn op de drie speerpunten in onze programmering: we willen de wereldtop hierheen halen, we willen eigenzinnige producties en we willen investeren in talenten waarin we geloven. Om dat te realiseren probeer ik contacten te leggen met gelijkgestemde podia. We zullen gaan samenwerken met het Barbican Centre in Londen en de Philharmonie in Keulen. Het Concertgebouw in Amsterdam neemt onze serie ’Scherpdenkers’ over en met het Muziekgebouw aan ’t IJ organiseren we volgend jaar een festival rondom minimal music. Met De Doelen in Rotterdam doen we veel samen en hier in de stad is het Van Abbemuseum een belangrijke partner.”

Het Muziekcentrum ontvangt voor dit alles een budget van de gemeente. „Een verhoging van die subsidie met drie ton, structureel ten behoeve van deze internationale programmering, is nodig”, meent Veenstra. „Dat onze omzet verdubbeld is, dat is een mooi resultaat, maar die groei gaan we niet nog eens realiseren. Wel willen we natuurlijk dit niveau vasthouden. Vóór deze tijd van groei is het potentieel van zaal en publiek minder goed aangesproken. Onze directeur Wim Vringer heeft daar veel aan gedaan. Captains of industry behoren nu bijvoorbeeld ook tot ons reguliere publiek. We geven al drie jaar lunchconcerten op de High Tech Campus, waar veel expats zijn. En onze marketing afdeling is substantieel gegroeid. We hebben met ingang van dit seizoen voor het eerst een serie met het Radio Filharmonisch Orkest en Jaap van Zweden. Met hen gaan we over vele seizoenen verspreid alle Mahler-symfonieën doen. Dat is echt een aanvulling op het aanbod. Bij het RFO waren ze er direct voor te porren, omdat ze blij zijn met de zaal waarin ze kunnen spelen. De zaalakoestiek is echt een trekker. Dit jaar starten we bovendien met ons eigen cd-label. De zaal is nu technisch zo uitgerust dat we op studioniveau kunnen opnemen.”

Het is duidelijk dat alles wordt aangegrepen om het Muziekcentrum en de bijzondere programmering te profileren; men wil laten horen hoe goed deze zaal is. Het sluitstuk van deze hele ontwikkeling volgt dit jaar in oktober.

„Van juni tot september gaat het gebouw dicht”, legt Veenstra uit. „Onze fysieke uitstraling gaat rigoureus veranderen. Achttien jaar na de opening van dit gebouw gaan we de entree en foyers helemaal herinrichten. Bij die herinrichting zullen de sterke punten van Eindhoven een belangrijke rol spelen: licht, design en technologie. Het is de bedoeling dat het gebouw na deze redesign alle dagen van de week open is, ook als er geen concerten zijn. In de benedenfoyer komt een cd-winkel en een podium. Die foyer moet een soort voorportaal naar de concertzaal worden. Een plek waar we nieuw publiek kunnen bereiken. De grootscheepse opening zal in oktober zijn. In het openingsfeest zullen de speerpunten van de programmering herkenbaar zijn.”

„Innovatie is heel belangrijk; die zit bij ons in de zaal en in de stad. We treden ook naar buiten en we merken dat ons publiek ons volgt. Met de zaalbezetting zit het hier goed. Voor klassieke concerten is dat gemiddeld 80 procent, voor het Storioni Festival dat volgende week weer begint is het zelfs 97 procent. Met het jazzaanbod gaat het nu ook de goede kant op; dat komt door de samenwerking die we hebben gezocht met het North Sea Jazz Festival.”

Natuurlijk ziet programmeur Veenstra de problemen die de wereldwijde vergrijzing met zich meebrengt. De collectieve marketing voor de klassieke muziek, zoals de Klassieke Muziekweek, heeft niet opgeleverd wat er van verwacht werd.

„In Cambridge sprak ik onlangs mensen van het Orchestra of the Age of Enlightenment. Die doen reguliere concerten, gevolgd door een nightshift-concert voor een jonger publiek dat minder aan conventies hangt en dingen wil uitproberen. Dat gaan wij met onze nieuwe foyers, met nieuwe formats en niet-reguliere concerten ook proberen. Onze ’Scherpdenkers’-serie is al een goed voorbeeld. Daarmee lok je mensen via sprekers over politiek of wetenschap de concertzaal in. Het blijkt dat het niet alleen werkt, maar ook als verdiepend wordt ervaren. De muziek blijft uiteindelijk de muziek en staat te allen tijde voorop, maar je voegt er een extra aantrekkelijke artistieke context aan toe.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden