Muzikale telepathie

De in Nederland verblijvende Amerikaanse rietblazer Michael Moore behoort tot de internationale top. Dat laat hij weer eens horen op twee recente, op zijn eigen Ramboy-label verschenen cd's: TUNES FOR HORN GUYS (Ramboy 08) en MGM TRIO (Ramboy 09; distributie BVHaast). Op de eerste cd werkt hij in een kwintet met twee Nederlanders (rietblazer Ab Baars en trombonist Wolter Wierbos), de Engelse saxofonist Tobias Delius en de nog vrij onbekende rietblazer Frank Gratkowski. In het MGM Trio verbindt Moore zijn talenten aan die van pianiste Marilyn Crispell en slagwerker Gerry Hemingway.

Op een bewerking van een Grieks volksliedje na op 'Tunes for Horn Guys' worden op beide schijfjes uitsluitend Moore's stukken gespeeld. Moore heeft zich de laatste jaren laten kennen als een onverbeterlijke lyricus. Ook op deze cd's is dat te horen. Dat wil overigens niet zeggen dat hij niet de diepte ingaat. In tegendeel. De manier waarop zijn muziek zich inhoudelijk beweegt tussen verstilde, bijna romantisch geaarde kamermuziek, volksliedjes en vrije improvisatiemuziek, grijpt de luisteraar bij de lurven. De sfeer gaat van mysterieus tot uitgesproken, met rauwe, onaardse uithalen.

De verschillen op beide cd's worden voornamelijk veroorzaakt door de bezettingen. Het rieten/piano/slagwerk-trio klinkt op 'MGM Trio' volstrekt anders dan het merkwaardige blaaskwintet (een saxofoonkwartet met een trombonist!) op 'Tunes for Horn Guys'. Minder vol ook, al is de bereikte intensiteit vergelijkbaar.

De belangrijkste overeenkomst en tevens het grootste verschil is de extreme muzikaliteit van de musici. Die is bij alle medewerkers aanzienlijk, maar bij ieder weer anders ontwikkeld. In het trio bereiken de musici momenten van absolute telepathie. In het kwintet zijn die minder makkelijk aan te wijzen, maar het grote improvisatievermogen, hun gevoel om elk moment om te schakelen en te reageren met even onverwachte als correcte noten, levert eveneens intens beleefde muziek op. Een keuze tussen beide cd's is daardoor razendmoeilijk. Het is er vooral een tussen klankkleuren: tussen blazers en een betrekkelijk 'gewoon' jazztrio.

De jonge Nederlandse tenorsaxofonist Yuri Honing heeft veel in zijn mars. Met zijn trio vertolkt hij op STAR TRACKS (Jazz In Motion Records 9920102; distributie Via) liedjes van popartiesten. Waar Herbie Hancock op zijn 'New Standards'-album popsongs in extreme mate verjazzte, grijpen Honing, bassist Tony Overwater en drummer Joost Lybaart de thema's, waarmee zij in hun jeugd opgroeiden, aan om zich ook echt in die melodieen te verdiepen. Dat doen zij natuurlijk als improvisatoren en jazzmusici. Maar terwijl het origineel merkwaardigerwijs intact blijft, tonen zij ook voortdurend hun eigen visie. Luister maar naar hoe zij Bjorks 'Isabel', Stings 'Walking on the Moon' en Abba's 'Waterloo' vertolken. Hoogtepunten zijn voor mij de twee verschillende versies die het trio speelt van Cindy Laupers 'True Colours'. De melodie verleidt het trio tot werkelijk prachtige verkenningen.

Yuri Honing speelt ook een belangrijke rol op ON THE FACE Of IT (Via Jazz 9520072) van het Marnix Busstra 4-Tet. Zijn saxofoon kleurt bijzonder fraai met Busstra's gitaar. Bassist Eric van der Westen en drummer Pieter Bast begeleiden adequaat. De 31-jarige Busstra schreef alle stukken in een gematigd modern jazz-idioom. Het zijn voortreffelijke vehikels voor zijn gitaarspel, waarin invloeden doorschemeren van meestergitaristen als John Scofield en John Abercrombie, maar dat toch al heel persoonlijk klinkt. Hoorbaar is ook dat het nog fiks kan rijpen. En alleen dat houdt al een belofte in voor de toekomst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden