Muzikaal ijkpunt Manhattan

Na de West Side Story is er welbeschouwd niets wezenlijks meer op musicalgebied gebeurd. Of misschien nog 'De man van La Mancha' uit de jaren zeventig met Carry Tefsen als een verrukkelijke Dulcinea, maar sindsdien trad een adembenemende stilte in. Kwalitatief althans, want de heimachines die links en rechts de fundamenten voor musicalhuizen legden, klonken daarentegen klassiek oorverdovend.

Een musical is zo'n typische tussen-wal-en-schipverschijning, waarbij je niet eens weet of het water waarin die doorgaans valt nou zoet of zout is. Soms kunnen musicalartiesten niet eens zingen, en als ze daar wel in slagen kunnen ze weer niet toneelspelen. Misschien heeft dat ook met de aard van musical zelf te maken: steevast op momenten dat het spannend dreigt te worden, gaan ze een raar liedje zingen dat haaks op de verhaallijn staat.

Het lijkt wat het huidige musicalgedrag betreft, of eb en vloed tegelijkertijd optrekken: er valt weinig over naar huis te schrijven en desalniettemin trekken drommen mensen en in een vastberadenheid die doet huiveren naar het musicaltheater. Een beetje musical, hoe slap in de was ook, staat geen paar dagen of weken, zoals een courante Shakespeare of Tosca, maar draait jaren en jaren zorgeloos door. Een musical hoeft niet eens te reizen; dat doet het publiek zelf wel.

Niet bekend

Om op Broadway te komen moet je eerst door de douane heen en die zwart op wit beloven dat je geen drugsverslaafde bent, nooit kinderen van Amerikaanse burgers hebt gesmokkeld of van plan bent dat te doen, niet betrokken was of bent bij spionage, sabotage, terrorisme, volkerenmoord of tussen '33 en '45 'op wat voor manier ook actief betrokken was bij vervolgingen door Nazi-Duitsland' en dat je geen voornemens koestert om met een rugzak vol giftige sprinkhanen de oogst van de 52 staten te vernietigen. Mocht u op een van deze vragen met 'ja' antwoorden, aldus het formulier, kunt u beter de ambassade raadplegen voordat u op reis gaat. Een landing op de luchthaven JFK heeft niets met glamour en alles met antiek communisme te maken: 'In de rij! Aansluiten! Nummer 26, ja dat bent u! Snap dat dan toch, hier!' blaft het douanepersoneel. De vermoeide reiziger die even tegen een hekje leunt wordt onmiddellijk berispt: er wordt niet geleund op Kennedy-airport!

Eenmaal op Broadway zelf kun je weer luchtiger manoeuvreren. Er lopen meer mensen op het trottoir en toch bonken die minder vaak tegen je op dan in de Kalverstraat. Het clubje Nederlandse journalisten dat polshoogte van de hedendaagse musical komt nemen, verzamelt zich voor de wolkenkrabber uit 1926 waar de entertainmentmagnaat Joop van den Ende met zijn firma 'Endemol' kantoor houdt. In de lift naar de 27ste verdieping staat een jonge vrouw, nee toch niet: een jonge jongen met onomgedraaid baseballpetje te wachten, een witte poedel puilt uit z'n nichtenjack. Wat een leuk hondje, hoe heet-ie? willen de verslaggevers beroepshalve weten. Als de jongen bekend maakt dat zijn poedel 'Emma' heet, antwoordt een journaliste: 'Wat grappig, wij hadden een koningin die ook zo heette'. Dan is de poedeljongen een en al oor: 'Ach, komen jullie uit Nederland? Ik heb jaren op de Weteringschans gewoond!' zegt hij in vrijwel vlekkeloos Nederlands. Een kleine wereld, daar in die kleine Broadwaylift, met die meisjesachtige jongen die zelf koningin zonder koninkrijk is.

Het zenuwcentrum van de Nederlandse musical kun je moeilijk een Kantoortje Lullemans & Zn noemen, maar wat bescheidenheid betreft lijkt het daar wel degelijk op. Affiches aan de muren verhalen van de muziektheatrale wapenfeiten: 'Cyrano', 'Hamlet', 'Les Misérables' (Les Mis, in musicaljargon), 'Miss Saigon', 'Victor/Victoria'. Allemaal produkties waar Nederlands geld in is (mee)geïnvesteerd. Producent Robin de Levita legt uit hoe moeilijk en toch ook weer hoe makkelijk het is om een musical te maken aangezien 'iedereen het kan als je maar weet waar je grenzen liggen'. De Levita, een innemende dertiger, heeft typisch Nederlands koopmansbloed in de aderen; hij praat over kunst noch over kunstwerk, hij heeft het over zijn produkt, dat ge- en verkocht moet worden. 'Hamlet' kwam in zijn stal terecht 'om een stukje credits te verwerven en omdat we in het produkt geloofden'. Hij windt geen doekjes om de eerdere stap die zijn firma op Broadway waagde: 'Cyrano' is ronduit mislukt. Dat lag niet aan de kritiek van de gevreesde New York Times, ook niet aan de steenkoude winter die 'Cyrano' moest trotseren, maar aan de musical zelf. “We zagen er kennelijk toch 'te Nederlands' uit, met een Nederlandse regie en een Nederlandse hoofdrol.” Jammer, niks aan te doen. Maar ook de mislukking heeft nog iets opgeleverd: goodwill bij de Amerikanen, die na aanvankelijke weerzin leerden dat die Hollanders misschien toch niet helemaal mesjogge zijn.

Hoe bescheiden het Newyorkse hoofdkantoor ook oogt, een kruimelaar is Van den Ende niet. Zijn imperium strekt zich uit van de Belgische televisie (You bet / Wedden dat, Doet ie 't of Doet ie 't Niet / Will They or Won't They) tot Spanje (Si o Qué / Will They or Won't They, Lluvia de Estrellas / The Soundmix Show), Portugal (Mini Chuva de Estrelas / The Mini Playback Show), Duitsland (Nur die Liebe zühlt / All You Need Is Love), Wales, Oekraïne, Z-Afrika, IJsland en Uruguay.

Op Broadway speelt Julie Andrews de hoofdrol In 'Victor/Victoria', een onnavolgbaar verhaal over een vrouw die voor man en andersom speelt. Zingen is niet Andrews' sterkste kant en toneelspelen valt haar al helemaal zwaar. Ze beschikt over een vrouwelijke noch over een mannelijke motoriek - toch een vereiste bij deze wisselrollen -, de teksten zijn bot en flauw ('A bunch of queers? Two queers don't make a bunch!'), de muziek dwarrelt alle kanten op en beklijft nergens, in het decor is het een geklap en gesmijt met deuren, onder bedden verstoppen en elkaar nutteloos achterna hollen.

Kwaliteit en niveau zijn in het produkt musical niet altijd van doorslaggevende betekenis - daar duikt die vermaledijde ebvloedwerking weer op - want New York wil Andrews zien, niet om wat ze presteert maar simpelweg om haar gezien te hebben. En kaartjes van gemiddeld 130 gulden beschouwt het Newyorkse publiek kennelijk als fluitjes van een cent.

“Ademloos, ja letterlijk ademloos volgt het publiek in het Marquis Theater elk woord, elk pasje, elke zangnoot en elk gebaar van de na een afwezigheid van 30 jaar nog altijd aanbeden Julie Andrews. Wat een mens, wat een godin van een mens, hoor je de mensen denken en voelen”, oordeelde een recensent. De toeschouwers luisteren inderdaad zonder al te veel te praten of hoesten, maar die algehele ademloosheid heeft waarschijnlijk eerder met aperte verveling te maken, want behalve het open doekje bij opkomst ontvangt Andrews het applaus dat je bij biljartkampioenschappen ook wel eens hoort. De recensies over 'Victor/Victoria' waren tamelijk uiteenlopend, geen recensent was het met de ander eens, en dat bewijst volgens mede-producent De Levita “dat naar het theater gaan een persoonlijke ervaring is.” Zie daar maar eens een speld tussen te krijgen.

Buiten het theater valt er in Manhattan aanzienlijk meer muziektheater te zien dan er binnen. Op de ferry naar Stateneiland bijvoorbeeld, die voor hetzelfde geld tussen Breskens en Vlissingen had kunnen varen. Via de kruising van de Hudson en East River kom je het mooist en authentiekst New York binnen. Het Vrijheidsbeeld als niet eens zo groot decorstuk aan bakboordzijde, loodsen en inklaringsgebouwen van Brooklyn aan stuurboord, wolkenkrabbers en patriciërshuizen die ook in Zwolle en Leeuwarden staan pal vooruit. Muzikanten varen al zingend en hengelend naar dollars de hele dag heen en weer, midscheeps bakt de ferrykok donut, pizza en pasta.

In Battery Park, naast de aanlegsteiger, wemelt het van de grijze eekhoorns die al lang aan die onophoudelijke stoet mensen gewend zijn. Newyorkers lopen inderdaad harder dan Europeanen, maar zijn gemakkelijk bij te benen - je hebt die typische New York-pas in een halve dag onder de knie. Manhattan zelf is Europeser dan New Yorks; het oogt als een uitvergroot Parijs. Een kabelbaantje brengt je over de East River op Roosevelt Island, waar het stiller is dan op het ongeveer even grote Ile de la Cité in de Seine.

Extreem arm en extreem rijk gaan hand in hand. Dat wat klein is moet zo snel mogelijk worden uitvergroot en opgeblazen. Een tijdschriftadvertentie van een meisje in Calvin Kleinondergoed beslaat op Broadway een halve wolkenkrabber. Als je schoenzool onverhoopt los zit kun je dag en nacht doeltreffende 'Instant krazy glue' kopen, niet alleen 'as seen on tv!' maar ook nog eens met de verzekering: 'one drop holds a ton'. In het reusachtige slakkenhuis van het Guggenheimmuseum drapeert de Zweedse Amerikaan Claes Oldenburg één badmintonpluimpje vier etages hoog over de ballustrades. Muggezifters en overige oorwurmen kan New York niet gebruiken.

Als je een taxi nodig hebt kun je een yellow cab nemen, maar voor vrijwel hetzelfde geld ook een krankjorum verlengde 'absolute limousine', een 'Olympia limousine' of, baas boven baas, een 'presidential limousine' met tien tot twintig wielen en mafioos geblindeerde ramen. Als dat te langzaam gaat vliegen er van 9 uur 's ochtends tot 9 uur 's avonds rondvluchthelikopters boven de stad. Ondanks de onafgebroken stoet auto's die maar van Uptown naar Downtown en terug blijven rijden, is het lawaai dragelijk. De paar auto's die in Helsinki rondrijden maken met hun spijkerwielen meer herrie dan die colonnes in New York.

Lawaai is er wel degelijk, maar dan moet je in een café of restaurant zijn, waar gesprekken het tegen de muziek afleggen - een tendens die jammerlijk ook in Nederland navolging heeft. De muziek wordt met het uur harder, want na de maaltijd veranderen de restaurants weer in een nachttent, en daar hoort keet bij. En geen tabaksrook, want daar zijn de Newyorkers van het ene moment op het andere overgevoelig zoniet hysterisch van geworden. Boekhandels verkopen de 'Zagat Restaurant Survey', een rookgids met de adressen van café's en restaurants waar het nog mag. In de bioscoop, in Wayne Wangs bijou 'Smoke', is nog te zien hoe je er klassiek op los dient te paffen.

Als de auto's even niet met z'n zevenen naast elkaar oprukken en voor het voetgangerslicht moeten wachten, kun je New York zien zuchten: uit de putdeksels in het asfalt stijgen parmantige rookpluimen op. Vrijwel theatraal, en niet eens uitvergroot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden