muziek

AMSTERDAM - Zoef. Daar flitste fluweelzacht het achtsten-werk los waar de ouverture tot de opera 'Le nozze di Figaro' mee begint. Tempo, accenten, kleuring, alles wees er dinsdagavond in het Concertgebouw meteen op dat het concert van het Orkest van de Achttiende Eeuw met Edo de Waart 'une folle soirée' zou opleveren.

In de luchtige saltarello, het slotdeel van Mendelssohns Italiaanse symfonie, waar het concert mee eindigde, werden de laatste puntjes van een experimentele samenwerking geraffineerd geplaatst. Het enthousiaste applaus dat de orkestleden daarna aan hun gastdirigent brachten, gaf zowel aan dat zij De Waart bewonderden om de uitdaging die hij was aangegaan, als hem bedankten voor de stimulerende wijze waarop hij het musiceren in goede banen had gehouden.

Het was interessant om zowel het tweede als het laatste (tiende) concert bij te wonen van het samengaan van dit specialisten-orkest met een dirigent uit het 'moderne' circuit. De eerste kennismaking (in Enschede) viel niet mee, aangezien er duidelijk twee culturen op zoek waren naar overeenstemming: De Waart dirigeerde in grote lijnen en bewegingen, en het orkest hield zich op de vlakte, durfde zich niet bloot te geven in stoutmoedige accenten, gehaaide fraseringen en uitschietende klanken. Beethovens 'Pastorale' was het slachtoffer.

Hoe anders dinsdagavond: De Waarts dirigeren had tijens de intensieve samenwerking (waarin ook cd-opnames voorkwamen) een duidelijke verandering ondergaan: met beweeglijke en opvallend kleine gebaren zette hij de musici in de Figaro-ouverture aan tot spel op het scherpst van de snede. Het was ook begrijpelijk dat De Waart zich in dit Mozart-Mendelssohn programma, lekker voelde. Hij heeft veel affiniteit met Mozart, al van jaren her toen hij met het Nederlands Blazersensemble voor schitterende uitvoeringen zorgde; ook al zijn de artistieke visies sindsdien geëvolueerd, het zijn nog steeds opwindend mooie opnames. En De Waart met Mozart-opera's was ook altijd een pakkend duo.

Dat bewees hij met de begeleiding van twee aria's, beide uit de 'Nozze', voor Cherubino ('Non so più' en 'Voi che sapete'), geestig en verrukkelijk gezongen door Susan Graham, een mezzo met een romig engelengeluid.

Daarna begeleidde hij Ronald Brautigam in het sprankelende pianoconcert in Es, KV 449. De zilverig uitgevoerde trillers gaven het allegro vivace een onaardse lichtheid, waar het fijnzinnig andantino mooi op aansloot; het ging zijdezacht over in het derde deel, waarvan de polyfonie met raffinement (ook dank zij de klankkwaliteit van de piano) werd uitgewerkt.

Het kon niet op: Graham en Brautigam verenigden zich daarna in de befaamde Scena en rondo 'Ch'io mi scordi di te' KV 505, waarin de zangeres in een verbazingwekkend knap opgebouwd emotioneel en muzikaal crescendo de smart en de hitte van de echte liefde uitbeeldde.

In Mendelssohn werden bloeide de samenwerking tussen De Waart en de 'XVIIIe Eeuw': zij groeiden in gaafheid samen. Gelukkig maar, want het zou een slecht teken zijn indien zo'n orkest alleen met zijn oprichter/artistieke motor overweg zou kunnen. Gelukkig ook dat De Waart in deze ervaring los kwam uit zichzelf; in lange tijd zag ik hem niet zò expressief. De Waart moet terugkomen, want dan rendeert de investering pas. Opera? In ieder geval met Graham. Ik begin al te watertanden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden