muziek

AMSTERDAM - In de ambiance van concertzaal de IJsbreker wordt tot en met morgen de Suite Muziekweek gehouden. Ooit was dit Amsterdamse podium op pocket-formaat gesitueerd in huiskamers van een herenhuis in Amsterdam-Zuid. Onlangs nog werd de geschiedenis van dit legendarische podium gedegen gedocumenteerd in het muziektijdschrift Mens en Melodie.

De verhuizing naar de IJsbreker enkele jaren geleden, leidde tot diverse veranderingen. In plaats van vele maandagavonden door het jaar heen wordt er nu eenmaal per jaar binnen het bestek van een week gemusiceerd. Nog steeds biedt de Suite aan speciaal geselecteerde jonge musici de gelegenheid zich te presenteren, met nieuwe, liefst Nederlandse muziek.

Rond het gegeven 'de taal als instrument' mochten woensdag en donderdag zes jonge vocalisten de grenzen van hun vocaal orgaan exploreren. Bariton Remco Rovers en pianist Maarten van Veen brachten werken, die alle zwaar op de negentiende eeuw leunen. In zijn Wölfli-Liederbuch uit 1994 bedient componist Wolfgang Rihm zich van teksten van de psychiatrische patiënt Adolf Wölfli die rond de eeuwwisseling om zijn mateloze creativiteit in de isoleercel bekend raakte.

'Schraal en gloeiend, ijzig-heet, winters zonder natuurbeeld' stelt de componist zich de cyclus voor, die hij na de brave aaneenschakeling van 'Lieder' afsluit met fysiek geweld door zanger en pianist op twee grote trommen. Evenals in het melodrama 'Der traurige Mönch' van Franz Liszt ontbrak echter in de voordracht het oer-Duitse element waarvan deze stukken doordesemd moeten zijn. Met name in de uitspraak maar ook in de zang - het laag was te onstabiel, het hoog te hees - schoot de interpretatie van Rovers nog tekort om overtuigend te werken.

In de première van Jacques Banks 'Van de dichter en de griffier' (speciaal voor de muziekweek geschreven) werd het hem ook al niet al te makkelijk gemaakt. De lange oubollige tekst uit 1774 werd door Bank in zijn zetting niet voldoende gepersifleerd om de flauwheid en verveling die eruit spreekt te verdrijven.

Sopraan Andrea Austin Jones was boeiender: op een matige compositie van François-Bernard Mâche volgden twee verfrissende 'Récitations' van de Griek Georges Asperghis. Dat er met de weinige middelen van vaart, ritme en herhaling zoveel amusement kan ontstaan! Een goede voordracht en stembeheersing zoals bij Jones is dan wel een vereiste. In 'Now' van componist Michel van der Aa werd zij terzijde gestaan door elektronica in combinatie met klarinetten en cello. Het goed getimede stuk met een boeiende eenheid van diverse klanken wist toch een serieuze ondertoon aan te brengen in een overigens wat schraal en flauw concert.

De opening op woensdag was in alle opzichten veel flitsender, vooral door de gloeiende inbreng van tenor Marcel Beekman. In gezelschap van blokfluitist António José Carrilho en pianist Guy Livingston zorgde hij voor een perfect gecomponeerde avond, met afwisseling, humor en vaart. De sonate voor stem van Loevendie en de Rrrr-stukken van Mauricio Kagel waren voor mij de uitschieters, maar ook de blokfluitstukken van Andriessen en de piano-solo van Kagel met een op afstand bediende metronoom waren boeiend en op respectabel niveau uitgevoerd. De Suite Muziekweek in de IJsbreker wordt voortgezet met de sopraan Annette de Rozario (zaterdag) en het Amsterdams Kwintet (zondag). Werken van Schwitters, Van Roosendael, De Leeuw, Petrassi, Crumb en De Raaff. Er zijn opnamen gemaakt door de KRO voor een nader te bepalen donderdagavonduitzending op Radio 4.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden