muziek

DEN HAAG - Hoewel Jean-Yves Thibaudet een veelzijdig ontwikkeld pianist is, kan hij als vertolker van Franse impressionistische pianomuziek ondanks zijn nog vrij jonge leeftijd al een absolute meester worden genoemd. Zondag liet hij in de Anton Philipszaal horen dat hij in Debussy en Ravel een niveau bereikt heeft dat vergelijkbaar is met dat van zijn vroegere leermeester Aldo Ciccolini.

Zijn techniek, met een sterk ontwikkeld vingerspel, en relatief weinig gebruik van armgewicht en slagkracht, is ideaal voor het passagewerk van deze componisten. Het gevaar van deze typisch Franse pianoschool is, dat de vingers te gelijkmatig getraind zijn en er te weinig toonkleuring is, maar bij Thibaudet is daar gelukkig absoluut geen sprake van. Zondag manifesteerde hij zich letterlijk als een groot toon-kunstenaar, die in staat is de piano exact de sonoriteiten te geven die hij wil horen.

Het tweeluik Debussy-Ravel begon met een integrale uitvoering van het tweede boek van de 'Préludes' van Debussy. Deze twaalf miniaturen hebben een iets hoger abstractieniveau dan die uit het eerste boek. Vooral de eerste twee ('Brouillards' en 'Feuilles mortes') zijn ongrijpbaar; er hangt een mistige sfeer, die zich moeilijk leent om een publiek direct mee te pakken. Niettegenstaande de wat kille akoestiek en sfeer van de nog niet half gevulde Anton Philipszaal, wist Thibaudet desondanks meteen een bijzondere atmosfeer te scheppen. Die bleef er gedurende zijn uitvoering van alle twaalf Préludes. Meesterlijk was, naast het technisch beheerste spel, dat Thibaudet deze stukken werkelijk impressionistisch speelde. Het gevaar dreigt namelijk dat ze teveel als programmamuziek worden vertolkt, maar dat was Debussy's bedoeling niet. Hij noteerde immers de titels tussen haakjes aan het slot van iedere Prélude.

In zijn twaalf 'Etudes' deed Debussy afstand van iedere vorm van klankschildering: vanuit technische gegevens (bijvoorbeeld arpeggio's of octaven) schiep hij volledig abstracte stukken, die een hoogtepunt van zijn vernieuwende pianostijl vormen. Thibaudets voordracht van drie van deze 'Etudes' was zonder meer subliem.

Als een luchtig intermezzo dienden de twee kleine werken die Ravel 'op de manier van. . .' zijn collega's Borodin en Chabrier schreef. Het ietwat aangezette van deze pastiches had door Thibaudet nog wel wat meer benadrukt mogen worden.

In de vijfdelige cyclus 'Miroirs' staat Ravel stellig het dichtst bij de impressionistische stijl van Debussy, al is Ravel beslist illustratiever en minder abstract. Thibaudets kleurrijke en briljante spel was een lust voor het oor hierin. Zonder meer onverstandig was het dat hij de oorspronkelijke volgorde omgooide. Na het derde stuk, 'Une barque sur l'océan', speelde hij het vijfde, 'La vallée des cloches', om zijn recital met de gepassioneerde flamencoklanken van deel 4, 'Alborado del gracioso' te kunnen afsluiten. Door deze ingreep werd de spanningsopbouw van de 'Miroirs' als totaliteit verbroken. De vredige sfeer van 'De vallei der klokjes' werkt namelijk juist zo mooi als een beschouwelijk, terugblikkend slot. Door het ná het gekabbel van het bootje te spelen, bleef de sfeer te lang hetzelfde. Ook doordat Jean-Yves Thibaudet 'L'isle joyeuse', Debussy's pendant van 'Alborado del gracioso', als een spetterende toegift liet volgen, was het logischer geweest wanneer hij Ravels volgorde had gehandhaafd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden