muziek

AMSTERDAM - Hoe goed speelden de musici rondom Bach diens concerten en van welke kwaliteit waren de uitvoeringen van de cantates? Wat zouden we dat graag weten! Hoe goed speelden in de jaren vijftig, zestig, zeventig van onze eeuw de ensembles en solisten de werken van Stockhausen, van Boulez, van Berio?

Dat kunnen we weten want menigeen maakte het mee (of had het mee kunnen maken), of we horen die uitvoeringen vastgelegd op plaat- en radio-opnames. We kunnen ze zelfs vergelijken met de prestaties twintig, dertig jaar later. Dat was voor Jan van Vlijmen een van de redenen om omvangrijke programma's op te zetten met werken van Stockhausen (vorig jaar) en met Boulez en Berio (beiden dit jaar). Wat jammer dat daar toch zo weinig belangstelling voor was.

De verbazing bij Van Vlijmen en vele anderen over de spelkwaliteit en artistieke durf van een pianiste als Ellen Corver in het pianowerk van Stockhausen, werd dit jaar versterkt door de Franse pianisten Florent Boffard en Pierre-Laurent Aimard die composities van Boulez met dezelfde flair speelden als talloze collega's Beethoven en Chopin. De sonates nr 1 en 2 golden vroeger als onspeelbaar, en als ze werden gespeeld lag de worsteling met het notenmateriaal als een grauwsluier over de uitvoering.

Maar ook de orkesten hebben vleugels gekregen; een nieuwe generatie musici weet de muziek van de twintigste eeuw met verve te realiseren; ik herinner me de moeizaamheid waarmee Bruno Maderna, dodelijk ziek zelfs, ruim twintig jaar geleden met een nauwelijks willig Radio Filharmonisch Orkest repeteerde. In allerlei orkesten werden kleine sabotages gepleegd uit afkeer van nieuwe muziek.

Hoe anders in dit Holland Festival waarin het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van de even deskundige als gedreven dirigent Peter Eötvös het zeer moeilijk geachte 'Pli selon pli' van Boulez vorige week met een ongehoorde grandeur presenteerde. Niet dat ik me overgaf aan de compositie (het vijfde deel kwam mij voor als een op hol geslagen carillon waaromheen een losgeslagen fanfare rende) maar je kreeg de kans optimaal kennis te nemen van dit een uur durende werk.

De top werd zondagavond bereikt in het Amsterdams Concertgebouw met de presentatie van 'Allelujah II' uit 1958 voor vijf instrumentgroepen (magnifiek over de balkons en het podium verdeeld, wat een fantastisch klankspel opleverde) en het grootse 'Coro per voci e strumenti' uit 1977, beide van Berio.

In dat jaar klonk 'Coro' voor het eerst: in het Holland Festival; ik herinner me de geniale mix door elk instrument in het orkest te koppelen aan een bijpassende koorstem. Zo ontstond één groot klankkoor. Van de kwaliteit van die uitvoering heb ik geen herinnering, maar er moet een radio-vastlegging van zijn. Die twee achter elkaar te horen, zou een speciale Festival-sessie waard zijn. Maar de live-uitvoering door Radio Filharmonisch en Groot Omroepkoor leverde circa een uur sensatie op, zo schitterend kwamen de spanningslijnen, emoties en kleurcombinaties tot uitdrukking in deze op teksten uit alle werelddelen gebaseerde 'symfonie'. Gelukkig volgde een redelijk talrijk publiek dit prachtige werk op de slotavond van het Festival. Jammer dat de uitvoering rechtstreeks op de radio was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden