muziek

Morgenavond gaat in het Concertgebouw nog Tsjaikowski's Yewgeny Onegin; Boris wordt woensdagavond in Utrecht herhaald. De Vara zendt Vorst Igor vrijdag uit via Radio 4 (19.00 u.), Boris wordt later door de Avro uitgezonden.

De drie belangrijkste werken uit het negentiende eeuwse Russische operarepertoire heeft het gezelschap meegenomen, maar de start werd vrijdagavond in De Doelen gegeven met een aan Rachmaninow gewijd concertprogramma: diens derde symfonie en cantate De Klokken voor drie solisten, koor en orkest.

Het orkest van de Kirow Opera heeft ook een lange symfonische traditie. Een paar jaar geleden liet Gergjew tijdens een Vara-matinee al horen wat voor kwaliteit hij uit zijn ensemble weet te halen. In de beste momenten doet dat weinig onder voor het nog beroemdere Philharmonisch Orkest uit dezelfde stad. In de uitputtingsslag van dit weekeinde stond het zichzelf geen noemenswaardige inzinkingen toe.

Gergjew is een meester in het maken van een tegelijk fijngeslepen en sterk dramatische orkestklank. Half werk is het nooit: onnoemelijk veel details weet hij uit te lichten, maar altijd ondergeschikt aan de noemer 'groots en meeslepend musiceren'. Het gaat hem om de dwingende kracht van de muziek zelf, maar die perst hij er wel tot de laatste druppel uit.

Zijn onstuimig-beheerste aanpak gaf Rachmaninows symfonie een allure mee die je er zelden in hoort. De ferme tempi die hij hanteerde, maar vooral het prachtig uitlichten van de best georkestreerde momenten ervan maakten het zwakke en vaak nogal zeurderig overkomende werk tot een boeiende opmaat.

In zijn cantate op teksten van Poe komen vier verschillende soorten klokken aan de orde. Die klingelden en beierden dat het een lieve lust was, een oefening voor de volgende dagen, want ook in de opera's 'Vorst Igor' van Borodin en 'Boris Godoenow' van Moesorgski wordt de klok regelmatig geluid. Het Kirow-koor gaf al een imposant voorproefje van wat het te bieden heeft en een van de ster-solisten van het gezelschap, de bariton Sergej Leiferkus, eveneens.

Leiferkus, het koor en Gergjew waren zaterdagmiddag in het Amsterdamse Concertgebouw ook de drijvende krachten achter de in de Vara-matinee gegeven uitvoering van 'Vorst Igor'. Gergjew streeft in St Petersburg naar uitvoeringen die de bedoelingen van de componist zo dicht mogelijk benaderen, maar tevens muziekdramatisch zo sterk mogelijk in hun schoenen staan. Aangezien zowel de opera van Borodin als die van Moesorgski in vele versies voorhanden zijn, is dat een hele uitzoekerij met onvermijdbare compromissen.

Bij Borodin koos hij voor de versie die Glazoenow en Rimski-Korsakow na diens dood samenstelden en orkestreerden, wat ik dan niet helemaal begrijp want het is wel de meest gangbare, maar ook de minst Borodineske versie die er bestaat. Hij bracht er in het vierde bedrijf nogal wat coupures in aan, maar dat zal een kwestie van tijd zijn geweest.

Ook zo duurde de uitvoering zo'n vier uur, wat toch geen minuut te veel was. Dat lag aan Gergjews feilloze muzikale theaterinstinct, waardoor een opera in concertvorm een grote suggestieve kracht kan krijgen die het gemis van het visuele element enigszins compenseert. Hij deed ook absoluut geen water bij de wijn: in de massascenes liet hij koor en orkest ongegeneerd van leer trekken, wat een overweldigende indruk maakte zonder dat daarbij van losbandigheid sprake was. Ook op zo'n momenten weet de dirigent precies wat hij doet.

Net als een dag later in 'Boris' imponeerde het koor in zijn monumentale rol met krachtige, sterk gedifferentieerde zang. Een koor dat als massa toch uit individuen blijft bestaan, een stralende klank als mogelijkheid heeft, maar niet als enig doel; ook rauw, geemotioneerd, van de duivel bezeten of melancholiek bezonnen durft te klinken. Een ideaal Russisch operakoor dus.

Leiferkus toonde zijn superieure klasse in de titelrol. Naast hem onder anderen de schitterende sopraan Galina Gorchakowa, de krachtige tenor Gegam Grigorian, de fraaie bas Alexander Morozow en een keur aan goed bezette bijrollen.

Zondagmiddag 'Boris' weer in De Doelen. Gergjew koos de oorspronkelijke versie van de opera - dus zonder Poolse scenes - maar wel in de herziene instrumentatie die Sjostakowitsj in 1940 maakte. Hoewel ik niets heb tegen de originele noten van Moesorgski, kan ik deze keus wel respecteren, omdat Sjostakowitsj zijn werk heel integer deed.

Voor de titelrol heeft het Kirow wel meer grote vertolkers in huis. Wladimir Ognowenko zal daar zeker niet de minste van zijn. Zijn nog jong klinkende, krachtige, heldere en lekker slavisch gekruide bas zette hij in voor een stevig inkervende interpretatie van deze gecompliceerde figuur. Geen Boris om akelige rillingen van te krijgen - op het toneel gebeurt dat bij Ognowenko wellicht ook - maar vocaal van grote allure. Ook hier weer uitstekende bijrollen, met uitschieters van bas Nikolai Okhotnikow als Pimen en een mooi lied van de dwaas door tenor Sergei Naida. De ovaties waren niet van de lucht en de vraag lijkt dus gewettigd wanneer Gergjew zijn entree maakt in het Muziektheater in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden