muziektheater

'Watermuziek', muziektheatrale voorstelling op en langs de Maas. Afvaarten do 10, vr 11, vr 18, za 19, do 24 en vr 25 augustus om 20.30 uur, en de zondagen 6, 13, 20 en 27 aug om 14.30. Reserveren van ma t/m vr tussen 10-12 uur: 010 - 4045264. Toegang 20 gulden.

De toelichting op de 'muziektheatrale voorstelling' klinkt op het eerste gehoor nogal snorkerig. “. . . .tegen de achtergrond van een wereldhaven, in een land waarin de haat/liefde-verhouding met het water al eeuwenlang bezongen wordt. Een programma over de zee en natuurlijk over onszelf, want niet alleen een tocht over het water staat ons te wachten, maar ook een reis op de woelige baren in ons hoofd.”

Maar als je bijtijds bij de plek van vertrek aankomt, en om beslagen ten ijs te komen gegrild zeebanket verorbert bij het 'Illegaal visrestaurant 't Kraantje' pal aan de boorden van de Maas, vandaar de binnenschepen onverschrokken ziet passeren, waardoor de boeien superieur gaan deinen en waar het stuurhuis van een duwschip een pirouetje komt maken omdat de kapitein met de restaurantbaas bevriend is, waar een rode piratenvlag op de groenkoperen koepel van Hotel New York wappert, je middenin in een havenstad van formaat bent en jezelf desalniettemin ver van stedelijk gekrakeel weet - dan, ja dan vervliegt die aanvankelijke snorkerigheid snel.

Ook het in 1904 te water gelaten ms 'Animathor' zelf is het tegenbeeld van snoeverigheid: het is een rank en elegant schip met open bovendek een salon benedendeks en wigvormige kombuis in de roef. Nergens valt kunststof te bekennen (zoals die diepe droefenis van het nieuwe IJ-veer in Amsterdam!); noest gelakt hout omlijst de salonfoto's, aanwijzingen op de deuren zijn in vertrouwd (en gepoetst) koper aangebracht.

De maritieme poëziegangers kuieren wat over dek, drinken wijn en laten zich langs de Erasmusuniversiteit varen, langs Circus Krone, langs de tweeling-luchtverversingsgebouwen van de Maastunnel, die zich met strakke pui van de stad afwenden en elkaar over het water toeknipogen. Tegenover een RDM-werf, achter de verlaten loods 'Brazilië' waarvan alleen de puien nog overeind staan, is de eerste poëtische halte. In een katoenveem uit 1920 bezingt dichter en componist Peter Goedhart de zee, weemoed, herinnering en verlangen. Erik van der Kroft begeleidt hem op piano, Nico Nijholt op trombone. Het veem is nog volop in gebruik: de toeschouwers scharen zich op een tribune van balen rond de muzikanten. De geur in het veem is van een even bedwelmende als vervoerende zoetheid. Goedhart vertelt dat er nootmuskaat, witte & zwarte peper, kaneel en foelie ('dat zit een stuk zachter') in de balen zit. 'U zult het morgen en overmorgen nog ruiken'. En dat klopt maar al te goed.

Verder voert de reis, steeds maar weer verder. De avond begint te vallen als de 'Animathor' langs een afgemeerde vloot zeeslepers vaart, aan bakboord rukken huizenhoge wanden containers op, aan weerszijden geknikte en gestrekte hijskranen, kranen en nog eens kranen. Het kleinste Wilton Fijenoorddok (uit 1914, niet meer in gebruik) dient als tweede theaterzaal. Hier manifesteren de muzikanten zich met mechanische versterking, een permanent gesis van een aggregaat op de achtergrond. Goedhart zingt in een bescheidenheid die naar tederheid neigt en draagt in eenzelfde allure voor. Niks geen Zuiderzeesmartlapperij, maar oprecht betuigd zeemansverlangen in de traditie van Keltische barden. Het 'Lied van de bultrug' beeindigt hij in onvervalst walvisgehuil, waarvan toon en temperament mijlen verwijderd blijven van het onderwatergekwezel waar hedendaagse new agers zo sterk in zijn. Greenpeace staat ongetwijfeld te popelen om het 'Lied van de bultrug' te annexeren.

In het dok ontvouwt zich opeens een wederzijdse liefdesverklaring. 'Ik ruik de flarden / diesel op de wind / en teer en hennep, en de waterbaan / brengt ver van zee nieuwe mysteries aan. / Waardoor mijn arme hart / geen rust meer vindt.' Goedhart zegt het 'fantastisch te vinden om hier te mogen werken. Ja sorry hoor.' Waarop het publiek zijn verontschuldiging hartstochtelijk aanvaardt en beantwoordt: 'Wij ook! Wij ook!'

Als derde lokatie fungeert het schip zelf. In de salon zingt Goedhart 'een lied dat niets met water te maken heeft' maar dat ondertussen wel degelijk doet: 'Elegie' gaat immers over waterlanders. 'Waar gingen al mijn vrienden heen, / hoe ik ook zoek, ik vind er geen /, ze zijn verwaaid. / Als nevel op de wind gezaaid, / als korenhalmen weggemaaid, / te vroeg gestorven. / Een goede wijn verzuurd, bedorven, / nomaden in het land verzworven. Ik ben alleen.'

De toeschouwers luisteren ademloos naar de neergang van de 5-mastbarker die in 'Spaanse Wateren' voorbij Niggerhead en in de branding van Los Muertos roemloos naar de kelder ging. Maar altijd verheft zich weer zo'n wijsneussukkel in het publiek met de uiterst poëtische vraag: 'In welk jaar was dat dan precies?' Goedhart en z'n ensemble laten zich niet van de wijs brengen en besluiten met een op 'Für Elise' getoonzet 'Ik zie steeds weer de zee / en haar blonde haren.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden