Review

Muziekpaleis in een openluchtmuseum

Als enige nieuwe culturele accommodatie in het jaar van 'Culturele Hoofdstad van Europa' krijgt Brugge dit voorjaar een in stralend rood gehuld Concertgebouw. Met een toneeltoren van 35 meter hoog betekent dat hoogbouw op een plek in een historische omgeving die niet onomstreden is. Toch is het bekende architectenduo Paul Robbrecht en Hilde Daem uit Gent er goed uitgekomen.

Voor de architecten Paul Robbrecht en Hilde Daem was het plan in Brugge een uitdaging die bij voorbaat kansloos leek. Ga maar eens bouwen met de rug tegen het centrum van een stad die al eeuwenlang als openluchtmuseum dient. Een stad, waar iedereen te hoop loopt als er op zo'n locatie een modern gebouw verrijst. Er klonken twee jaar geleden dan ook luide stemmen die fulmineerden tegen hun plannen. Terwijl hun opzet eigenlijk helemaal niet zo grootschalig was als iedereen dacht. Nu het Concertgebouw in Brugge zijn voltooiing nadert -de voorgevel wacht nog een bekleding met terra cotta tegels maar dan zal het gebouw in een warmrode gloed de bezoeker tegemoet stralen- is te zien dat het complex een aanwinst voor de Vlaamse stad is geworden.

Op zich is het al een godswonder dat de Vlaamse stad, dit jaar uitgeroepen tot Culturele Hoofdstad van Europa, over een heus concertgebouw kan beschikken. Brugge is met slechts 73000 inwoners niet meteen de grootste stad van de Vlaamse communiteit. En er mogen dan jaarlijks zo'n drieënhalf miljoen toeristen rondlopen, economisch noch cultureel gezien speelt Brugge geen rol van belang. De geldstromen in Vlaanderen gaan naar belangrijkere zustersteden als Antwerpen en Brussel (al eerder Culturele Hoofdstad) of Gent en zelfs Hasselt, Knokke en Oostende trekken meer binnenlandse aandacht. Naar Brugge ga je voor de fabelachtige kunstcollectie van de Vlaamse Primitieven (nu met Jan van Eyck en zijn collega's goed vertegenwoordigd) of om een stukje te varen op de reien. Voor een theatervoorstelling, een concert of een opera komt de stad niet in zicht. Laat staan dat de eigen bevolking culturele wensen zou hebben. Wat dat betreft ontbeert de stad helaas een universitair klimaat. Die had er, zoals in Gent en Leuven het geval is, toe kunnen leiden dat de weinig dynamische leefsfeer (voortgekomen uit de ongebreidelde conserveerzucht) eens flink zou worden opgeschud. Want Brugge mag een prachtig stadje zijn met zijn honderden kleine paleizen, kerken en vervaarlijke torens, echt leven anno de 21ste eeuw doet het niet.

Robbrecht en Daem, die momenteel ook bezig zijn met een uitbreidingsplan voor Museum Boijmans in Rotterdam, hebben die problemen met grote integriteit gepareerd. Ze moesten weliswaar de hoogte in -wat met een toneeltoren en een grote zaal onvermijdelijk is- maar ze hebben goed gekeken naar alles waarmee hun gebouw moest concurreren. Hoogbouw betekent in Brugge een overschrijding van de 35 meter-grens. En dus steekt de toneeltoren maximaal 34,5 meter boven het maaiveld. Bovendien onthielden ze aan de onderbouw de suggestie van massiviteit. Ze moeten goed naar de Duitse architect Hans Scharoun hebben gekeken. Die voorzag zijn volumineuze gebouwen vaak van afleidende lijnen, zodat ze een slanke indruk maakten. Robbrecht en Daem laten de twee torens niet zonder meer in snel tempo oprijzen, maar bedachten allemaal schuin oplopende daklijnen die omhuld zijn door middel van terra cotta tegels. Die vormen voor de raampartij van de entreehal een soort van louvres om het al te scherpe zonlicht te filteren. Met dat alles wordt de indruk gewekt dat het complex uit verschillende volumes bestaat die visueel gezien een horizontaal gedachte werking hebben.

Met die opvatting werd ook het interieur ontworpen. Vanuit verschillende niveaus die als foyer en restaurant zijn gedacht, is altijd uitzicht op de oude stad te krijgen. Laat de bezoekers in de pauze eens naar het mooie Brugge kijken, dachten de twee ontwerpers. Anders dan in de meeste concertgebouwen is deze muziekhal van een vracht daglicht voorzien. Vanuit elk balkon in de entreehal kun je ook bij avond naar de drie torens in de stad en het patroon van charmante daken kijken. Op hun beurt zien de stadsbewoners op een scherm, dat permanent aan de entreegevel is gehangen, een constante projectie van wat zich binnen lijkt af te spelen.

Niet te zien, maar wel heel innoverend gedacht is de bouwconstructie. Robbrecht en Daem kozen voor een constructie die rust op trillingsdempers in de vorm van enorme stalen veren, zodat een ongestoorde akoestiek verzekerd wordt. Het verkeer mag hier nog zoveel langs denderen (er is zelfs een busstation naast het complex gesitueerd, terwijl auto's in een kelder kunnen parkeren), voor de muziek zal dat geen problemen opleveren. Bovendien zal het grote symfonieorkest dat op den duur vaste bespeler van het Concertgebouw wordt, in een eigen repetitieruimte mogen oefenen. Een volledig geluiddichte zaal waar ruim honderd musici bijeen kunnen komen (en uiteraard van zicht op de omringende wereld voorzien) is al op haar akoestiek beproefd.

De eigenlijke concertzaal valt in de categorie 'grote zalen'. Met een maximale bezetting van 1320 stoelen (waarbij een klein deel ook op het podium komt te staan) hebben de twee architecten een tour de force geleverd. Een dergelijke ruimte moet immers ook in korte tijd ontruimd kunnen worden. Opvallend is dat de grote zaal vrijwel niet dieper steekt dan ze breed is. Door de parterre eenzelfde soort flauwe helling te laten maken als in de buitengevel het geval is, komt de zaal ook niet hol of hard over. De concertgebouwdirectie garandeert dat er geen stoelen zijn met een slechte zichtlijn, maar bij het uittesten van de akoestiek bleek wel dat het geluid op sommige plekken beter klinkt dan elders.

Een aardig detail is het feit dat elke zaalstoel is voorzien van een regel uit een tekst van de schrijver Peter Verhelst. De aanvangsregels van zijn verhaal willen iets oproepen van de sfeer die weldra in het Brugse Concertgebouw zal heersen: ,,Op een dag doken ze op, zwermden uit/Over de stad en nestelden zich./ We gaven ze te eten van onszelf./ Op een dag waren ze verdwenen. maar ze bleven./'s Nachts worden we bezocht/ In onze eigen, vreemdkleurige dromen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden