Muziek wil ik horen, niet spreken

Clichébundel is de C. Buddingh'-prijs onwaardig

Donald Duck draagt nooit een bril, behalve als hij poëzie schrijft. Want ook in hem schuilt bij tijd en wijle een dichter, eentje voor wie dichten een serieuze aangelegenheid is - zie die bril. Een dichter die met regels als "Oh muze, gij nadert met rasse schreden, over paden zo platgetreden..." probeert het hart van zijn Katrien te veroveren.

Ook voor Henk Ester is dichten een ernstige zaak, zijn abstract verheven stem wijkt duidelijk af van de vaak wat lichtere toon die in veel hedendaagse nieuwe poëzie klinkt. Met zijn bundel 'Bijgeluiden' won hij afgelopen week tijdens het Poetry International Festival wel de C. Buddingh'-prijs voor het beste Nederlandstalige poëziedebuut.

Daarmee gaf hij zo'n beetje heel poëtisch Nederland het nakijken, want bijna iedereen had zijn geld gezet op Kira Wucks 'Finse meisjes', een bundel vol bevreemdende situaties en onhandige personages. Dat is misschien nog geen voldragen, maar wel een veelbelovend debuut. Naast Wuck waren ook Iris Brunia en Bernke Klein Zandvoort genomineerd.

Had Henk Ester van hen moeten winnen? In elk geval geeft hij meteen al in zijn openingsgedicht hoog op van de taak van de dichter: "Hij blijft zich verbazen over het verloren/ gaan van de herinnering aan de verpletterende ernst van het heden." De dichter is bij Ester een romantische zwerver die de dissonanten verkiest boven de 'welluidende melodie', en de repetitie - vol fouten - boven de gladgestreken uitvoering. Wat afwijkt is fascinerender dan wat perfect is.

Daarbij laat Ester graag zien dat hij niet van de straat is. Hij schaart zich in zijn gedichten achter meningen van Reinbert de Leeuw, Armando of Kees Fens, voelt zich verwant met componisten als Ten Holt, Liszt, Sjostakovitsj. Je zou verwachten dat zich dat in zijn woorden toont. Maar uiteindelijk bevat 'Bijgeluiden' vooral teksten die hun best doen op poëzie te lijken, en dat slechts zelden zijn. Dat komt doordat Esters ernst vrijwel nergens in regels is gegoten waaraan het oog blijft haken; de hersens worden niet in beweging gezet, ritme en melodie galmen niet na: "Muziek wil ik horen, niet spreken/ beelden wil ik zien, niet horen." Precies wat 'Bijgeluiden' niet lukt.

De jury noemde de bundel een 'afwisselend en avontuurlijk geheel'. Is dat zo?

In 'Tussentijd 2' zwerft een man langs een 'oneindig saaie weg' die zomaar zou kunnen uitkomen bij een petroleumhaven. We zien hoe hij vriendelijk zwaait naar een vrachtwagenchauffeur, die zich waarschijnlijk afvraagt waarom die wandelaar daar in vredesnaam loopt. Het is de dichter, die inspiratie opdoet in de rafelranden van de stad. Dat beeld van de dichter is nauwelijks avontuurlijk te noemen, eerder een allang platgetreden pad.

Henk Ester: Bijgeluiden. De Arbeiderspers, Amsterdam; 112 blz. euro 19,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden