Muziek kun je denken, weet Anner Bijlsma (70). Gelukkig voor de cellist, die al een jaar niet kan spelen.

In het huis van Anner Bijlsma aan het Amsterdamse Vondelpark klinkt overal muziek. Op 1-hoog repeteert een violist, verderop klinkt een cello. In de keuken maken twee Amerikaanse gasten hun ontbijt. Bijlsma loopt tevreden als een huisvader van een groot gezin rond. Dit vindt hij prettig: mensen en muziek om hem heen.

,,Het mooiste wat er bestaat is kamermuziek”, zegt hij. ,,Met elkaar muziek maken, repeteren, de wereld rond trekken.” Bijlsma vormt met zijn vrouw violiste Vera Beths en de altviolist Jurgen Kussmaul het strijkensemble L'Archibudelli. Hij begon 62 jaar geleden met cellospelen. Studeerde bij Carel van Leeuwen-Boonkamp, was zes jaar aanvoerder van de cellisten van het Concertgebouworkest, ontdekte de barokmuziek en begon te spelen op oude en nieuwe instrumenten, solo en in ensembles. Hij gaf les aan conservatoria en universiteiten in Nederland en de Verenigde Staten. Het bekendste is hij als solist en vooral als kenner van de Bachsuites waarover hij 'Bach the fencing master' schreef.

Maar nu speelt Bijlsma niet, zelfs zaterdag niet op het concert voor zijn zeventigste verjaardag. Al een jaar lang moest hij alle optredens afzeggen. ,,Heel vervelend. Het is vooral zielig voor de mensen die de concerten organiseren en voor collega's met wie ik zou spelen. Ik heb concerten afgezegd in Korea, Canada, de Verenigde Staten. Maar het is heerlijk te merken dat iedereen alleen maar aardig reageert. Niemand is boos, ze hopen alleen dat ik snel weer beter word.”

Zelf mist hij het optreden niet zo. ,,De cellist Pablo Casals kreeg ooit een steen op zijn hand tijdens een bergwandeling. Toen zei hij: 'Ha, nu hoef ik nooit meer te spelen.' Dat gevoel van opluchting herken ik. Het is heerlijk om weer eens tijd te hebben voor sociale contacten bijvoorbeeld. Ik mis het spelen niet. Je kunt muziek ook denken.”

Veertien jaar geleden kreeg hij een auto-ongeluk. Hij herstelde van zijn breuken, maar verwaarloosde de whiplash, weet hij nu.

,,Met het ouder worden krijg ik er bij het spelen meer last van.

En wat doe je dan? Je gaat dingen in je houding veranderen om het goed te krijgen. Daar wordt het niet beter van. Nu leer ik met Alexandertechniek alles heel soepel en ontspannen te houden. Ik ben bijna een jaar bezig en het gaat al heel goed.”

Hij studeert weer elke dag en schrijft een nieuw boek. Zijn vorige boek over de cellosuites van Bach, dat zes jaar geleden uitkwam, deed nogal veel stof opwaaien. Bijlsma meent een van de geheimen van de Bachsuites ontrafeld te hebben. Door op een andere manier te strijken (met veel meer variatie, niet elke nieuwe zin op dezelfde manier beginnen) zijn veel problemen in deze muziek voor hem opgelost. De fanmail bewijst dat veel anderen er ook mee geholpen zijn; tegenstanders kweekte hij ook.

De ontdekking dat je door gevarieerdte strijken een levendiger uitvoering krijgt, is heel belangrijk voor Bijlsma geweest. Want de worsteling met de cellosuites van Bach is een van de belangrijkste bezigheden in zijn leven.

,,Bach bracht de muziek terug tot een basinstrument en een keukenstoel. Daarmee moet je meerdere melodieën tegelijk suggereren.In alle muziek komen sequensen voor, loopjes die steeds herhaald worden. Met die ene keukenstoel kun je niet veel variëren. Maar je kunt gelukkig met je strijkstok veel verschillende streken maken. De ene keer van de ene kant beginnen, de andere keer van de andere kant.”

Dat lijkt logisch, maar cellisten leren van jongs af vaste regels over strijken. Daar verandering in brengen was niet zo vanzelfsprekend. Bijlsma: ,,Ik begon met één keer een streek anders te doen. Dat klonk leuk. Dan denk je: laat ik het daar ook eens doen. En toen merkte ik dat het allerlei problemen met deze muziek voor mij oploste. Nu speel ik deze stukken al lang weer anders, maar die dingen blijven voor mij kloppen.”

Om nou te zeggen dat deze ontdekking de belangrijkste in zijn leven als musicus was, gaat te ver. ,,Ach, zoveel muziek is interessant. Wat dacht je van Hindemith en Reger.” En de kamermuziek, die Bijlsma het meest gelukkig maakt. ,,Het mooiste zijn de repetities, niet de concerten. Bij repetities gebeuren geheimzinnige dingen. Je speelt een stuk dat je niet kent en het lijkt nergens op. Maar op een goed moment – alsof je over de lamp hebt gewreven – staat daar opeens de componist in de kamer. Dan weet je: zo moet het. Daar krijg ik bijna tranen van in mijn ogen. Ook mooi zijn de plaatopnames. Dat doen we meestal 's nachts, want dan is het stil in de wereld. Dan bestaat er veel respect voor elkaar, voor de musici en voor de opnameleider. En dan heb je net als bij het repeteren het gevoel dat er opeens, uit het niets, iets moois ontstaat. Het geeft een grote vreugde om samen te luisteren naar de muziek en opeens te horen wát voor muziek er klinkt. Dat heb ik ook bij concerten. Ik speel twee noten van een Bachsuite en daarna ontvouwt het stuk zichzelf. En het is altijd anders, als gevolg van het gekozen tempo en de sfeer. Dan zit ik al spelend te luisteren naar de muziek, die klinkt als nieuw.”

Vanwege die nieuwsgierigheid, zijn eeuwige zoeken en zijn enthousiasme voor muziek kreeg hij onlangs de Award of Distinction van het Manchester International Cello Festival. Hij laat de trofee trots zien. Over de box met elf cd's met opnames van hem, die op zijn verjaardagsconcert uitkwam, haalt hij de schouders op. ,,Het zijn niet eens mijn beste opnames.” Misschien komen die nog. Want zodra zijn blessure voorbij is, gaat hij nogmaals de suites van Bach opnemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden