Muziek komt terug in de klas

Muzieklessen zijn leuk én kinderen gaan er beter door leren. Toch doen de meeste scholen er weinig mee. Tijd voor een grootscheeps muziekoffensief. tekst

Met de simpelste middelen is muziek te maken. 'Ploink, ploink', dat geluid kwam uit zijn zelfgemaakte bas van een Indisch theekistje, een lat en een koord, imiteert theaterman Joop van den Ende.

Die bas was het resultaat van de muzieklessen op Van den Endes lagere school. Samen zingen was leuk, de blokfluit minder - 'ik was er niet zo goed in' - een orkestje vormen, optreden, lag hem beter. En toen was er die meester in de zesde die toneel speelde, en zo raakte hij aan het kindertoneel."Die muzieklessen hebben me veel gebracht".

Daarom ijvert hij nu met vijftig andere 'ambassadeurs' en een 'gedreven' koningin Máxima als erevoorzitter voor het project 'Méér muziek in de Klas'. Want van 1,6 miljoen basisschoolleerlingen blijven de meesten verstoken van wat er in Van den Endes jeugd gewoon bij hoorde. Dat structurele muziekonderwijs moet terugkeren, op alle ruim 7000 basisscholen, in alle groepen, vindt Van den Ende.

"Muziek verrijkt je leven, brengt samenhorigheid en maakt je bewust van mooie dingen. Het blijkt bovendien wat met je hersenen te doen, zodat je beter kunt leren." Ook kinderen uit gezinnen met weinig mogelijkheden, zoals in zijn eigen jeugd, moeten de kans krijgen om dat te ontdekken en 'eruit te springen'. "Misschien gaan ze anders kijken naar wereldproblemen omdat ze naar elkaar leren luisteren."

Cultuur en muziek zijn voor hem een kwestie van beschaving. Hij wil er niet te lang bij stilstaan, maar het regeringsbeleid stak hem. In 2011 zei hij dat het kabinet 'met een gigantische hakbijl de kunsten te lijf gaat'. Nog steeds heeft hij moeite met de politiek: "In zo'n rijk land moet de overheid zich toch kunnen ontfermen over goed onderwijs voor alle kinderen, zorg en ouderen? Een land waar cultuur op de laagste plaats staat, verarmt."

Ook op muziekonderwijs en muziekscholen is bezuinigd, constateert Van den Ende. Initiatieven om tegengas te geven, zoals het Leerorkest, blijven met een bereik van 10.000 kinderen te kleinschalig. Volgens Van den Ende is particulier initiatief noodzaak, want er is een gat gevallen. "Het is niet erg om bij te springen als de overheid maar niet haar handen ervan aftrekt. Het moet wel een samenwerking zijn." Hij prijst zich gelukkig dat minister Bussemaker (onderwijs, cultuur), met wie hij veel sprak, daar gevoelig voor is. "Ook zij is heel gemotiveerd dit te laten slagen."

Toen Rinda den Besten, ambassadeur en voorzitter van de PO-raad, de koepel van basisscholen, de schrale cijfers zag over het muziekonderwijs, was dat een tegenvaller. Slechts 7 procent van de basisscholen biedt het vak in alle klassen aan. "Ze hebben het in hun DNA." De overige 93 procent doet wel iets, nuanceert ze. "Het hangt van de leerkracht af. Of ze doen een project rond muziek, bijvoorbeeld met het Concertgebouworkest of andere musici. Maar het is niet structureel." Muziekles lijkt meer en meer voorbehouden aan de 'happy few'.

Verlegenheid

Dat het zo is weggezakt heeft volgens Den Besten verschillende oorzaken. De politiek die voortdurend switcht in wat ze vraagt van scholen, de werkdruk en gebrek aan geld spelen een rol. "Vroeger betaalden gemeenten mee en kwamen muziekdocenten lesgeven. Nu moeten de scholen het zelf regelen en het inpassen in hun programma, ook financieel." Zwaar weegt ook dat slechts elf procent van de leerkrachten zich toegerust voelt om muziek te geven. Er hangt een soort verlegenheid om het vak, constateert ze. Daarom richt het project zich op de pabo's, conservatoria en bijscholing van leerkrachten om het muziekonderwijs op een hoger niveau te krijgen en die schaamte af te schudden.

De afgelopen tientallen jaren van verwaarlozing hebben hun tol geëist, ziet ook Janneke van der Wijk, als directeur van het Conservatorium van Amsterdam en voorzitter van het Netwerk van de Nederlandse conservatoria betrokken bij het project. Het wisselt sterk per school, maar er zijn veel minder vakdocenten en groepsleerkrachten met muziek bezig op basisscholen. "Er gaat nu veel aandacht naar taal en rekenen."

Er moet nog wel een grote sprong worden gemaakt, willen ze de ambitie van structureel muziekonderwijs aan alle kinderen waarmaken, waarschuwt ze. Co-teaching, waarbij muziekdocenten, musici en 'gewone' leerkrachten nauw samenwerken, zal hierbij belangrijk zijn. Het succes hangt af van hoeveel ruimte basisscholen vrijmaken om les te geven en hoeveel tijd de pabo's in de opleiding van leerkrachten steken. "Je hebt alle schakels nodig om dit voor elkaar te krijgen."

Dat muziek in de klas veel kan opleveren, is volgens haar te zien in het buitenland. In landen waar muziekonderwijs 'stevig verankerd is' heeft dat positieve effecten op andere vaardigheden, zoals goed kunnen samenwerken in groepen en concentratievermogen. "Behalve het plezier in muziek geef je kinderen heel veel extra's mee."

Veel expertise is er bij het conservatorium in het Braziliaanse São Paulo, waarmee Amsterdam samenwerkt door onder meer gastdocenten te sturen. Van der Wijk: "Daar krijgen tienduizenden kinderen uit favela's vanaf zes jaar vier tot zes uur per week muziekles. Het is een middel om hen van de straat te houden, maar het niveau van muziek maken bij jonge kinderen is daar erg hoog. Dat geeft zelfvertrouwen. Je ziet hen sterker worden."

Op zo'n verankering hoopt ook Den Besten. Ze verwacht een ommekeer. De manier waarop dit project is ontstaan maakt het volgens haar anders. Zo'n grootscheeps privaat-publiek initiatief, dat met ruim 50 miljoen euro muziekles op scholen subsidieert, is uniek in het onderwijs. Ze kunnen en willen scholen niet verplichten mee te doen, 'ze beslissen zelf'. Maar dat lessen voor hen georganiseerd worden, geld en vakdocenten beschikbaar zijn, zal helpen en vooral het enthousiasme en de bevlogenheid van mensen als Van den Ende. "Die krachtige vonk moet wel overslaan. Daardoor is tegen 2020 muziek helemaal terug in de klas."

De Amsterdamse basisschool De Burght geeft structureel muzieklessen in alle groepen. 'Als sponsjes zuigen ze het ritmische, melodische en harmonische in muziek op', zegt vakdocent Dieuwertje de Jonge.

Een te gekke percussiesessie op 26 broodtrommels, daar hoopt presentator Pepijn Gunneweg van de BZT Show op. In het populaire kinderprogramma mogen dit najaar dertig klassen van basisscholen optreden die de voorrondes van een grote landelijke muziekwedstrijd hebben gewonnen. Daarvoor kunnen groepen 5, 6 en 7 hun eigen muziekstuk insturen.

De wedstrijd is bedoeld om ook kinderen zelf en hun scholen warm te laten lopen voor Meer muziek in de klas. De tien beste muziekmakers, geselecteerd door kinderen thuis en een deskundige jury, gaan naar een galafeest op Kerstavond in theater Carré, waar koningin Máxima eregast is. Maar meedoen is belangrijker dan winnen, laten de organisatoren weten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden